IJsheiligen

aardappelenpotatoes-856754__340 - kopie
Er is vanaf nu geen nachtvorst meer op een enkele uitzondering na. Die is met deze klimaatopwarming waarschijnlijk niet meer te verwachten.
Het kwam wel voor. Ik herinner me een mevrouw die elk jaar vertelde dat een keer, lang geleden, ‘alle poters bevroren, in juni.‘ Dat herhaalde ze nadrukkelijk, ‘IN JUNI’.
Moet een aparte belevenis zijn geweest.
De aardappelen die ik eet liggen in de opslag en winkels, daar bevriezen ze niet, ze liggen hoogstens te lang.
Hoewel ik katholiek ben opgevoed ken ik geen van de heiligen op Bonifatius na en dat was misschien wel die andere.
Voor de geïnteresseerden staat een artikel over ze in  historiek
Dit zijn ze:
  • Mamertus (11 mei)
  • Pancratius (12 mei)
  • Servatius van Maastricht (13 mei)
  • Bonifatius van Tarsus (14 mei)

Vroeg wakker, alweer.

Goed zo, dacht ik, ’t is lente en zonnig, denk aan de vijver en de rest en vergeet de stekjes niet.
Ik stond op, opende het rolluik en zag een bevroren platdak. De animo zakte.
Beneden aangekomen zag ik een vlies op de vijver, heel dun en dooiend maar toch: ijs.
Buiten waaide een gemene wind die me naar binnen joeg.
Het viel  bitter tegen met die misleidende zon. De zoveelste deze week.
Daarop ging ik weer naar boven en trok het dekbed over me heen, de zalige slaaplucht zat er nog in.
En sloot de ogen.
’t Is goed zo, dacht ik. Tot morgenochtend.
slaapwoman-5952709__340
==

Mist

Het werd mistig. Tijd om Oom S. naar bed te sturen met zijn jeugdverhalen.
Eenmaal zat hij zo op te scheppen over vroeger, toen er nog echte rampen gebeurden en de mist honderdmaal erger was dat we het er nog over hebben.
mistfantasy-2847724__480‘Eén keer,’ aldus oom S, ‘was de lucht ondoordringbaar en liep je er tegen aan met een bons.  Was de mist aan het bevriezen.
Vreselijk eng was dat omdat het zo dik tussen de woningen hing dat we dachten dat de ijsharde lucht de huizen zouden pletten met ons erbij, bijna iedereen zat binnen want als je naar buiten wilde, bonkte je meteen tegen de bevroren mistmuur op.
Door de ramen zagen we vage vormen, van mensen, een hond en fietsers die waren ingevroren, ze konden alleen maar  wachten op dooien en oplossen van de mist. Met grote angst luisterden we naar alle weerberichten en hoorden van een eigenwijze  weerman die zich een weg hakte met een gloeiende kachelpook. Hij voorspelde sneeuw en net toen de stenen en dakpannen begonnen te kraken zette de dooi in maar eerst….’
Toen luisterden we niet meer.

Geloof het of niet, wij hadden die oom.
Hij leeft al lang niet meer,  daarom heb ik
het zelf een beetje aangedikt.
==

Hoe kan dit

– Je zet een bevroren product in de koelkast. En dan wordt het schap aan de onderkant nat. Verbaast me altijd weer want ik was slecht in natuurkunde.
– Het is laat op de avond en stil op straat, buren slapen. Dan hoor je leidingen suizen. Wanneer het overdag stil is, er geen verkeer is, televisie of burengerucht, hoor je het nooit.
– Buurtje komt om een stukje worst. Ik leg het voor hem neer bij de achterdeur. Hij blieft het niet. Half geërgerd gooi ik het naar buiten, hij vliegt er achteraan en vreet het in twee happen op.

Slechts een paar van de dingen die ik niet begrijp, het leven lijkt vol moeilijkheden te zitten voor een simpele ziel.
Toegegeven, het zijn geen vraagstukken waar wereldleiders over piekeren (al verdenk ik Trump) maar ik zie Poetin of Xi elkaar nog niet bellen over zoiets.

Morgen ga ik weer aan de achtertuin, of verder met  Arago (boek Lieske), nieuw verhaal, coronatoestand op tv.
Daarna denk ik opnieuw aan de vragen zonder antwoord.
Nou ja, nog altijd beter dan ziek worden.
Dan zou ik pas ècht wakker liggen.
==

Winter met lentegeluid

Het was rondom half acht.
Donkerte won nog nèt.
Helder, koud, windstil.
Een genot om buiten te zijn.
Bevroren sneeuwkorrels knerpten, hier en daar stapte ik voorzichtig over een ijsplasje.
Na een paar minuten drong het tot me door dat ik vogels hoorde. Daar keek ik van op, zo vroeg? In het donker?
Het was geen uitbundig gefluit, meer gekoer en gekibbel als van een gezin bij het opstaan.
Het maakte het fijne weer nog mooier. .
Dat ik de poort niet open kreeg omdat het slot bevroren was deerde me niet. En met fiets en tas binnendoor naar de voordeur moest was grappig.
Zelfs de bijna-valpartij bij het struikelen over de drempel bij de bloedpriklocatie maakte me geen poep. De urinecontainer (de naam…) zat veilig dicht.
Een goed begin van de dag.

Nog even over die voortsnellende tijd

Die probeerde ik in te halen en wat denk je?
Werd ik wakker met ijsbloemen op het raam en bijna bevroren voeten.
Was ik hem gepasseerd.
Dat geloof je toch niet?
In paniek belde ik het KNMI waar ze me uitlachten. ‘Mevrouw, U droomt. Trek warme sokken aan en slaap lekker door.’
‘Neenee, het is de tijd. Die heb ik ingehaald, wie weet hoeveel ik nu voor lig, misschien ga ik straks dood of zo.’
Ze hingen op.
Tja, logisch denken was de enige optie die ik kon bedenken.
Langzaam als een luiaard bewoog ik me de rest van de dag, at traag een lunch (oude slak met druppelsaus) en kookte slow food.
Hap-je na hap-je na hap-je…
En eindelijk, de middag was al bijna om, werd het warmer, de zon draaide naar westzuidwest. Hij scheen en verwarmde mijn koude voeten. De tijd versnelde.
De vorst verdween.
Hij zwaaide nog.