‘Ik beken..’

‘Koekje gepikt, broertje uitgescholden, avondgebed afgeraffeld, ongehoorzaam geweest, appeltje gestolen …’
Voor de biecht had je al jong een lijstje klaar,.
Pas later realiseerde je je: waarom vertelde je niet alles wat je fout deed? Jezus vergaf toch alles?
Kwestie was dat je niet zozeer met Jezus te maken had maar met de pastoor/kapelaan en die kwam jaarlijks op gezinsbezoek. We wisten niet wat er besproken werd maar veel vertrouwen hadden we er niet in.  Er was een biechtgeheim maar toch, bijna niemand nam een kind serieus en een zware misdaad zou verklikt worden.
biechtconfession-4773136__340Op zich is het geen slechte constructie om mensen aan de kerk te binden, maar het gemak waarmee we er mee omgingen deed de werkelijke betekenis teniet. Tegen de tijd dat we wijzer werden liepen de kerken leeg en verloren veel kerkelijken het laatste restje reli-belangstelling
Bovendien geloof ik niet dat we betere mensen werden dan anderen,  niet als je de andersdenkenden hoorden: die roomsen hoeven maar een weesgegroetje te prevelen en ze zijn  weer braaf. Makkelijk zat.
Zo simpel was het natuurlijk niet, wereldse wetgeving en straf waren belangrijk.
Ik kom op deze gedachten door het gedrag van een paar mensen die aangeklaagd zijn voor wangedrag. Enkelen ontkennen, een politica zelfs heel nadrukkelijk.
Zouden ze deze vermeende zonden opbiechten,  dan stuurde een priester ze linea recta naar het politiebureau met een volledige bekentenis, zo leerden we.
Als straf was een weesgegroetje echt niet voldoende.
Er hoorde ook een Oefening van Berouw  bij en NIET een lullig spijtclipje.
==

Geweten

Een lastig ding.

In de kindertijd liet het zich al horen, onmerkbaar voor anderen, voelbaar voor mezelf.
De kat wegduwen van je legpuzzel, huilend broertje knijpen, kwaad worden op je moeder.
Minizondetjes die voelden als verraad.  Ik had niet zo kattig moeten zijn, Moortje was alleen maar lief, broertje was alleen maar een jochie dat niet beter wist, moe vroeg alleen maar om een boodschap, aldus het geweten.
Dan dook ik nog verder in een schriftje of boek om mijn schuld te vergeten.
Meestal lukte het, zo niet dan spaarde ik mijn fouten op tot de biecht. Dat was een katholiek bedenksel waar we veel baat bij hadden zolang we klein waren.
Niet lang.
Eenmaal boven de tien jaar begon de twijfel. Pastoor had je dan wel spijt afgedwongen  maar wisten kat, broertje en moeder dat ook? Vast niet en om dat vervelende geweten te sussen gedroeg ik me overdreven lief. Gelukkig hield ik dat nooit lang vol, een dag op zijn hoogst want niemand herkende me daarin.
Later ging het om andere dingen. Ze losten zich allemaal op maar schuldgevoel bleef me manen.
Hoe anderen het hadden weet ik niet, het kindergedrag zal waarschijnlijk herkenbaar zijn.
Zelf leerde ik pas te relativeren bij het volwassen worden al twijfel ik aan de afronding van dat proces.
Ik vind het geweten nog steeds een lastig ding.

Zingen in de kerk


Mijn vader deed het graag. Niet te hard, dat durfde hij niet.
Onze moeder zong ook. Trots op haar stemgeluid zong ze luid en duidelijk de complete mis mee.  Vermoedelijk ging ze om die reden naar de hoogmis. (voor de nietkatholieken: de zondagse hoogmis was plechtiger dan de andere kerkdiensten, met een mannenkoor en orgel,   de priester deed zingend de meeste gebeden behalve de preek).(godzijdank, een pastoor die niet zingen kon klonk sowieso onaangenaam)
Naast moeder waren er altijd vrouwen die nòg harder zongen en zich wilden meten met de galmende mannen. Je reinste feminisme avant le lettre.
Soms maakten ze er een potje van. Mannen en vrouwen schreeuwden om het hardst met gekropte kelen en kwaaie ogen.
Geloof het of niet, ik heb het meegemaakt dat de priester moest optreden om het gedrag van de rivalen in betere banen te leiden. Er werd boven het orgel uit gejubeld, de organist speelde uit wanhoop een Snip en Snapliedje en de helft van de gelovigen danste de polka.  Dit kon niet meer.
De mis werd stilgelegd, de grootste schreeuwers kwamen naar voren en kregen een Rooms standje: ‘Zo ga je niet om met Gods woord’. Na drie weesgegroetje en de akte van berouw mochten ze terug naar hun plaatsen.
Zo ging dat soms.