Regen. Regen?

Inderdaad, het was beloofd.
Eerlijk gezegd had ik er meer van verwacht, er was zoveel moeite gedaan voor een hartelijk onthaaal.
Iedereen was er klaar voor.
Tegen de middag werd de fanfare ingeseind, lokale omroep gebeld, B en W braken hun vergaderingen af. Ook de Raad van Elf hees zich in het pak want die dacht aan besproeiing na de bui, ze brachten alvast hun eigen muziek mee.
Men wachtte.
Een wolk verscheen. De hofkapel zette in met Onze lieveheertje geef mooi weertje, de fanfare speelde tweede stem.
De pastoor belde nog of hij de zegen moest geven.

‘Alleen als hij ijs- en ijskoud is,’ riep iemand.

Toen viel er dan eindelijk regen, dorstig hieven we bekers en pannetje op, aahhh…
Maar wat een deceptie, er waren grote sprongen nodig om een paar minidruppeltjes op te vangen en de wolk was na een minuut al voorbij.
De feestelingen verdwenen schielijk.
Het werd stil.
We hoopten dat de pastoor alsnog zou komen met een emmer water, gewijd of ongewijd.
Hij kwam niet.

Het was een grote belazerij van het klimaat.

Advertenties