Amfibie

Een ritje met de busboot    (filmpje of bus maakt veel lawaai),  dat staat al enige  jaren op mijn lijstje maar het kwam er nooit van.
Het lijkt me fantastisch, dat moment van ‘daar gaan we’.

Hoe voelt dat nou, zomaar het water in rijden?
Eng, zegt de een. Weet niet, zeggen de meeste anderen. Het spreekt niet iedereen aan, zo weinig als je er over hoort praten.
Terwijl het mij juist zo mooi lijkt.
Als ze nu ook nog opvouwvleugels inbouwen had je een vakantie voor elk wat wils: busritje, boottochtje, vliegreisje ineen. Zelfs uitklapbare pedalen sluit ik niet uit, zoiets als een bierfiets. Maar dat zijn natuurlijk zinloze spinsels, niemand gaat voor zijn plezier fietsen in een bus en waar zou je de bel moeten plaatsen?
Intussen zijn in een paar plaatsen dergelijke vaarbussen, Rotterdam, Amsterdam en Wamel en misschien in meer gemeentes.
Misschien, ooit, komt er ook een in ons dorp, de visvijver is groot genoeg en de karpers duiken wel naar de diepte.

De werkelijke toedracht was als volgt

De bel ging.
Mijn zus opende de deur, ‘Ja?’ vroeg ze de zwijgende figuur.
Hij wees naar binnen, overdonderd stapte ze opzij.
Meteen liep hij door naar de keuken en bleef staan voor de gootsteen.
Hij zag er eng uit, zwarte vegen op een gezicht waarin de ogen vreemd oplichtten.
Toen vroeg hij: ‘Wilt U mijn handen wassen?’ .
Zus nam een washandje en en deed wat hij vroeg.
Hij wees naar zijn gezicht. Opnieuw maakte ze een washandje nat en veegde man’s gezicht schoon waarbij ze speciaal zijn vreemde ogen in de gaten hield.
Ze gaf hem een handdoek, hij schudde van nee en stak zijn handen weer uit.
‘O sorry,’ zei ze, ‘ik dacht dat U dat zelf kon’. Ze depte hem droog.
‘Wilt U een kopje koffie?’
‘Bedankt, nee, ik moet weg, het werk…’ mompelend haastte hij zich naar de deur en ging weer. Ze keek hem na en begreep er niets van.


Zus was niet echt bang, haar man zat erbij en had het tafereel argwanend gadegeslagen, klaar om in te grijpen.
Ze raakten niet uitgepraat over de man met het eigenaardige verzoek. Achteraf vonden ze hem ’n beetje zielig door die lichte ogen.
Wij, Pa, broer en ik, genoten van het verhaal. We profiteerden volop van de gebeurtenis, zoveel mogelijkheden voor een fantastisch verhaal. De vreemdeling werd een vampier, weerwolf, lustmoordenaar, wraakzuchtige oude vrijer, gevaarlijke gek met messen in de laarzen en wat al niet.
We hielden er een ronkend familiesp(r)ookje aan over.
=

Verbroken…


Vanavond viel de verbinding met Internet uit.

Ach, nou ja, dat wordt lezen. Dacht ik. En ik las.
Zojuist toch even even geprobeerd op tablet, en ja, verbinding hersteld.
Dat had me in de beginjaren van computergebruik moeten gebeuren, in alle staten was ik. Indien er geen kind voorhanden was belde ik er een: ‘heb je even tijd? Alsjeblieft en please? Ik weet niet wat ik gedaan heb maar de boel is kapot en wat moet ik nu doen enzovoorts.’
Daar had ik geen rust van, dacht alleen maar aan wat ik had willen mailen of wat dan ook,  kwam niet op het idee om iets anders te doen. Nerveus werden alle knoppen geprobeerd, een wonder dat ik niets stuk maakte.
Intussen heb ik niet alleen ’n beetje bijgeleerd, ik ben ook wat minder freaky. Geen web? Pech gehad; televisie, boeken, beetje breiwerk, puzzels, er is altijd een vervangmiddel en vaak is het nog leuk ook. Of ik bel een zus.
Niet meer in paniek raken wanneer ik het web niet op kan, er is ook nog een andere wereld.
Een verworvenheid al zeg ik het zelf.
Nu het weggevallen geluid nog.
Of zal ik zelf zingen? 🎶