Nog eenmaal naar de hemel

godjesus-4929681__340
Geërgerd las ik de krant.
De waanzin, in het groot maar ook bij onszelf. Die klotewereld ook.
Ik nam een besluit en ging nogmaals naar god.
Ditmaal niet voor een nieuw lontje, zodra de poort een stukje opende zei ik het alvast opdat Petrus me niet zou afpoeieren.
‘Goedemorgen, ik hoef niets te hebben hoor, alleen maar wat vragen.’
Hij verbreedde de kier waardoor ik één oog zag.
‘Weet je het zeker? God heeft meer te doen,’  was het antwoord. Knorrig als gewoonlijk.
Daar zei ik niets op.
Het bekende toetsgeluidje klonk (ze gaan hier serieus met de tijd mee, heel wat beter dan sommigen van de volgelingen).
Hij bekeek me van onder tot boven en ik zou zweren dat hij me keurde voor de grote kookpot.
‘hm#mmpglgrrr..  je weet de weg.’
Ik kon er niet meer om lachen.
God wachtte me al op.
‘Bijna Kerstmis Bertjens, je komt zeker om vrede verzoeken?’
‘Inderdaad meneer God, al was het maar een beginnetje. Het is niet om aan te zien, overal, ook in eigen land….’
Hij viel me in de rede. ‘Je weet toch dat ik de mensen verstand gaf?’
Daar gaan we weer, dacht ik mismoedig.
Ik probeerde het nog eens.
‘U kunt immers alles, waarom niet af en toe dat beetje extra aan ons brein  toegevoegd waardoor we soepeler worden. Denkt U zich eens in, dictators krijgen spijt, soldaten weigeren de wapens, en het gekweel over vrede op aarde krijgt betekenis, U houdt toch van ons en weet U… ‘
Hij hief zijn hand op.
‘Voor de laatste keer: ik grijp NIET in, die taak gaf ik de natuur. Dat weten jullie nu toch?’
We zwegen.
Ik dronk de koffie op en nam afscheid.  Voorgoed deze keer.
‘Het ga je goed Bertjens.’
‘Dank U, van hetzelfde.’
Voor ik de deur dicht deed schoot me nog iets te binnen. ‘We zijn inderdaad naar uw beeld geschapen, U bent net een mens.’
Petrus stond me op te wachten bij een wijdopen deur, een beetje verlegen knikte hij me toe en wees naar buiten.
Ook hij zweeg.
==

Oprispingen in je gedachten

denkerthinker-1602201__340 - kopie
‘..en seupe dat kreng… ‘

Deze woorden hoorden we eens, ergens, ze waren onmiskenbaar plat Zaans waardoor ze me opvielen. Het schoot me te binnen bij het zien van een oude Snoek.
Dat overkomt je, een zinnetje in je hoofd flitst aan, een beeld of muziekregel.
Vaak weet je niet wat de trigger is,  plotseling is het er.
Soms leuk genoeg voor binnenpretjes, dan weer had je er liever niet aan gedacht.
Het verschijnt zomaar, ongevraagd, afwisselend mooi of juist niet welkom.
Bovenstaand zinnetje was grappig maar ik zou willen dat je deze momenten kon filteren, je onbewuste denken kon sturen, je geheugen een soort mantra inprenten: bij verdriet laten rusten.
Meteen hoor ik Moe: niet zo veel eisen stellen!
Het wordt dus niks .
=

Maria

In de RK kerk staat gegarandeerd ergens een Mariabeeld , soms met kind.
Ook op school vond je er minstens een paar en bij menig gelovige stond ze te kijk op kasten,  consoles,  in nissen, soms omhangen met een rozenkrans.
Wij hadden er een zonder kind maar met geheven hand, de ander op haar hart. Op het dressoir. Een crème-gouden-hemelsblauwe heilige Maria met een zedig gezicht en weggesleten neus.
Natuurlijk hingen er  een paar rozenkransen aan. Vaak kwam daar een armbandje bij, elastiekjes, dun sjaaltje, wat iemand maar even kwijt wilde. Een van de broers maakt er een sport van, hij kon van een afstandje precies een touwtje om haar nek werpen.
Tot iemand er mijn vaders hoed overheen hing.
Dat ging onze moeder te ver.
Toen heeft ze Maria opgepakt en in honderd stukken laten vallen.
‘Per ongeluk,’  zei ze opgeruimd.
==

Raad het plaatje

Hèhè, een heel gedoe met volle tas en mandje en dan nog naar de bakker.
Opgelucht komt ze thuis.
Gauw de boodschappen opruimen en doorgaan met het boek.
Er flitst een beeld door haar hoofd, ze drukt het meteen weg.
Zo. Het brood hier, aardappelen daar, dan had moeder het toch maar goed bekeken met een kruidenier-aan-huis.
Opnieuw schiet het beeld voorbij, vlug het boek pakken. Of de ramen doen?  Iets om handen hebben is beter.
Ze vult de emmer, pakt spons en trekker. Ziezo, dat lucht op.
Straks meteen de vloer maar even en – het beeld doemt weer op. Met moeite drukt ze het weg.
De vloer is nog best schoon. Toch maar het boek?
Haar maag speelt op, hoe laat is het eigenlijk? Half vier al? Ah, bijna kooktijd.
Nogmaals verschijnt het beeld. Ze verzet zich tegen, even maar.
Dan geeft ze zich over en haalt het luxebroodje tevoorschijn.
Kan nog net voor de anderen thuiskomen.
=