Rare dag

Op verzoek, sla gerust over als je het al kent.

Vanmorgen kwam ik een buurhond tegen. Ik begon een praatje.
‘Zo, beessie, ben je nog steeds braaf?’ en krauwde hem achter zijn oren.
Hij kwispelde als een gek en spinde luid.
‘Wat?’ verbaasd stopte ik en hij reageerde meteen: miauwww.
Ik keek rond of ik de eigenaar zag maar hoorde alleen wrrrraf achter een heg.
Zeker iets nieuws, die mensen hebben alleen ’n eend, wist ik.
Beessie voorbijlopend gluurde ik door de heg.
Wat ik zag: de eend zwom in de vijver, blaffend naar een paar vissenbekjes die boven het water uitstaken en -je gelooft het niet- het do-re-mi mekkerden.
Mijn ogen en oren werden groot! Spinnende hond en blaffende eend, geitevissen.
Aarzelend liep ik een paar stappen.
Op dat ogenblik tjilpten er een groepje mussen; blij met dit normale geluid wendde ik me naar een boom. Hm, ze waren al gevlogen. Maar.. ik hoorde ze toch? Toen merkte ik het, een toompje kippen scharrelde kwetterend door de voortuin van S.
De haan wandelde er loeiend om heen.
Dit werd me teveel.
Ik moest weg, meteen, en rende naar huis.
Bij de achterdeur zat Tinus, een bevriende kater.
‘Sorry Tien,’ hijgde ik ‘ik heb geen tijd..’
‘Ja zeg, ik wil mijn plakje worst,’ antwoordde hij kwaad.
‘Nee,’ huilde ik, vloog de trap op en kroop in bed met het dekbed over mijn hoofd.
Ik durfde niet meer naar buiten.
=

Advertenties

Nacht

De nacht valt bijna
nog een paar minuten
dan ligt hij om me heen.
Kan ik  er onderuit?
Waarom zou ik.
Ik neem een enkeltje naar bed
er is niets fijner
dan juist daar de nacht te ondergaan.
Hé, daar komt hij aan,
hallooo!

Nou,
welterusten dan maar.
=

Huishoudstof

Robotje heeft het begeven. Hij kon niet veel hebben, de ziel.
Nu sleep ik de grote stofzuiger door de slaapkamers.
Het werk op zich is niet erg maar aan het geduik onder bed heb ik een pesthekel, ik betreur de dag dat we vast tapijt hebben laten leggen.
Nee, dan een vroegere vriendin die kamermeisje was in een hotel en zich onder een bed verschool om een collegaatje te laten schrikken.’Ik hoorde de deur opengaan en zag een paar schoenen, schoof er boe-roepend op af en greep de enkels voor ik merkte dat het een gast was…’
Zulke gezellige dingen beleef ik nooit als ik onder mijn bed stof lig te verzamelen, mijn  stofzuiger loeit alleen maar en stinkt er ook nog bij.
Dat hadden de vrouwen vroeger beter voor elkaar. Een paar halen met de zwabber, leegschudden uit het raam en klaar. Niet dat het schoon werd, wolken stof vergezelden je bij het omdraaien.
Dit alles overdenkend, voorover liggend en harkend onder mijn laag-bij-de-grondse bed, besloot ik een nieuwe robot te kopen.
En hem niet meer van de trap te laten vallen, het zijn zwakke broeders.

We zullen doorgaan

Het is stil in de straat.
Een enkele flinkerd veegt wat vuurwerkafval weg, een dappere loopt met haar hond.
Het is pas half negen en ik kruip weer in bed.
Pech. Slapen lukt niet meer.
Draai naar links, rechts, op de rug.
Plots klinkt een verlate knal. Meteen zit ik rechtop en grijp verbolgen naar het kladblok voor een woeste log.
Ik leg het blok weer weg.
Waarom zou ik? De blogstop van de laatste twee dagen beviel prima, het jaar was zó om. Toegegeven, het was een kortje, ik zou er een echt jaar achteraan kunnen plakken.
Maar dan.
Zit ik waarschijnlijk vanavond al met jeuk in het hoofd: zal ik dat rijmpje, versje, verhaaltje effe doen? Die rare wolken bijtekenen, ook leuk werk. En het vertrek van de kerstboom zingt door me heen. En…
Krijg je dat weer.

Eenmaal beneden zie ik een overgebleven halve tomaat. Hij kijkt me uitdagend aan, verrimpeld maar ik lust hem rauw.
Na een wijnavondje heb ik meestal honger. Na een bieravondje trouwens ook. Altijd, eerlijk gezegd.
De tomaat doet me goed, de laatste vitamien die er nog in zat was net genoeg om het kriebelhoofd te genezen: ik blog door en geen gezeur.

Ehm, effe denken…
===

Brabantse nacht is soms lang

Meestal slaap ik prima, ik houd van mijn bed. Het is een goed bed.
Vannacht echter was het laat en toch bleef ik wakker.
Eerst alle spelletjes op het tablet gespeeld. Mail gecheckt en weblog. Nieuwsoverzicht bekeken.
Platliggen en ontspannen, ogen op kiertjes.
Slaap bleef weg.
De tv dan maar? Hm, slecht beeld en geluid.
Ik rommelde in het kastje voor een extra saai boek. Een oude Siebelink, dat moest lukken.
Niet. Na drie hoofdstukken gaapte ik van verveling maar bleef wakker..
Nog eens uitrekken.
Er zat een hinderlijke plooi in het onderlaken. Kussen te slap, een bobbeltje linksonder, opschuiven….
Waar blijft dat zandmannetje nou.

Hoe komt het toch dat je in dat geval alles voelt en hoort, van het meest minieme geluidje tot het kleinste rimpeltje in het dekbed? Ieder vleugje tocht, al of niet bestaand? Dat schaduwen bewegen?
Dat een stenen tussenwoning kraakt als een houten keet en het dek te strak ligt of juist van je afglijdt en nooit blijft liggen?
Volgens mij krijg je van wakker liggen een bijzonder soort bewustzijn, is je lichaam tot het uiterste gespannen.
Een maxisuperhyper-hoog sensitiviteitsgevoel.
Maar hoe komt dat dan? Verwacht je teveel van het bed?

Enfin, ik hoef niet te klagen, het overkomt me zelden.
Ook vannacht kwam het goed, ongemerkt sliep ik in en werd uitgerust wakker.
Redelijk normaal.
==

Het was een warme nacht

Naar bed gaan is niets bijzonders, beetje rommelen op badkamer, prutsen met hor en raam, frunniken in boek en schrijfblok.
Zoals gewoonlijk.
Dan hoor ik gepraat,  een zacht gebabbel op de achtergrond.
Wat nou? Hoor ik buren of wandelaars? Tot in de slaapkamer? Nee toch?
Ik kijk naar de radio naast bed en controleer. Hij staat uit. Misschien de uitknop kapot? Ik trek de stekker eruit.
Het gebabbel gaat door.
Verwezen kijk ik rond. In geesten en sprookjes geloof ik niet, tinnitus is het niet (dat klinkt heel anders), logé’s zijn er niet, inbrekers zullen zo stom niet zijn.
Verborgen ruimtes in de muur?
Bangig check ik de andere kamers en vliering. Niemand. Naar beneden durf ik niet meer.
Tablet staat uit.
Telefoons ook.
Voorzichtig, zwetend van nog meer angst, je weet nooit wat of wie je opmerkt,  glijdt ik geruisloos onder het laken.
Kijk op en…
…zie de televisie aanstaan. Was me niet opgevallen.
Pfffff.
Heb ik waarschijnlijk zelf aangezet met het boekengefrunnik, de ab ligt tussen potlood en papier.
Ik dweil mijn gezicht droog. Nu kan ik rustig slapen.
O ja?
Wie zegt dat ik het zelf deed? Ik kijk immers nooit als ik in bed lig? En nu zou ik plotseling het toestel aanzetten? Ongeloofwaardig, absoluut.
Nogmaals met de spiegel onder bed loeren. en…

De rest kunt U zich zelf wel voorstellen, het gedraai in zweterige lakens.  Opschrikken, licht aan, licht uit.
Maar ik heb de ochtend gehaald. Levend en wel.

lentezomerherfstwinterlentezomer……

Je verheugen op begroeide bomen, merels, licht (dat vooral), voorjaarsbloemen en plotseling is het voorbij. Alles is groen, de merel is bijna voorzien, tulpen haast uitgebloeid.
Was dit het nou? denk ik paniekerig, wat zonde van die mooie uren. Ik heb de helft gemist. Dat is natuurlijk niet zo, ik had ze bewuster moeten doorbrengen maar dan geniet je niet spontaan.
Het is de voortsnellende tijd.
Voor je je in badpak gehesen hebt is er weer een week voorbij, tel daarbij het klaarzetten van tuinstoelen, vullen van de koelkast met fris en bier, zomerschoenen opvissen, kroppen sla inslaan, en al die zomerdingen en het is plotseling september. Zomaar, terwijl je er geen erg in had.

Nu staan we in de startblokken voor warme maanden.
Het lijkt me wel wat om het bed buiten te zetten en zodoende bewust te genieten van de zonsop- en -ondergang bijvoorbeeld, zodat ik niet onverhoeds overvallen wordt door de herfst.
Mocht ik alsnog de helft missen dan weet ik: niets houdt de tijd tegen.
En laat ik me verrassen door de volgende zomer.

Het gaat vriezen en dan echt

Pas op, aanstaand weekend arriveert de vorst. Houd hem zoveel mogelijk buiten voor je tenen eraf vriezen.
Ik dacht terug aan het eerste jaar van ons trouwen.
Het werd winter en koud.  Door de simpele manier van verwarmen voelde het kouder aan dan we nu ervaren maar het was niet echt een probleem,  we hadden een kachel en elkaar.
Die kachel echter, een kolenhaard, stond in de huiskamer.
De rest van de woning was onverwarmd, alleen in de douchecel hing een elektrisch wandkacheltje.
In de slaapkamer was het stervenskoud, de lakens en kussens voelden aan als ijsplaten; in bed stappen stond gelijk aan een duik in de Poolzee en aan kruiken dachten we niet. We dachten eigenlijk nergens aan behalve aan ons tweetjes.
Alleen die koude slaapkamer viel tegen.
Het beste was om de ander het eerst te naar boven te laten gaan zodat je in een voorverwarmd bed kwam.
Zodoende hadden we iedere avond het voorrangprobleem:
‘Ga jij maar vast naar bed, ik kom zo.’
‘Nee hoor, ik wacht wel.’
En ritsen was geen optie.

Kleine dingen

Ken je dat, een hele dag last hebben van onnozele maar irritante voorvalletjes?
Het begint ’s morgens met gestruikel over het matje bij je bed.
Telefoon niet te vinden.
Slip van ochtendjas in de wc-pot hangend.
Tandpasta op.
Puberdochter jankend aan het appen.
Buurmans auto voor de oprit.
Enzovoorts enzovoorts tot je op het einde van de dag de zoekgeraakte dwergkees van zoontje in je bed vindt.
Nog haal je adem. Heel, heel diep.
En nèt wanneer je voorzichtig je hand uitsteekt om het beest op te pakken piest hij op je hoofdkussen..
Dan weet je dat het inderdaad de kleine dingen zijn die het hem doen.
Die de duivel in je wakker maken.