verhaaltje

Nachtleven, laatste versie.

‘Bijna tien uur, zullen we….’
Ze knikt.  ‘Wacht, de koffie nog.’  Kijkt dan op, ‘wat is er man, geen zin?
Hij legt geen spullen klaar,  zijn schouders hangen.
‘Vrouw, ik ben moe, het reizen is me te zwaar al is het virtueel. Laat me rusten…’
Ze kijkt naar hem. Zijn bleekheid doet haar schrikken en ze laat de koffie staan.
Ze kleden zich uit, zij helpend met zijn nachtgoed, pakken elkaars hand.
In trage pas lopen ze de trap op. ‘Zo fijn dat we dit nog kunnen,’ fluistert hij.
Ze antwoordt met een kneepje en brengt hem, zijn vermoeidheid in acht nemend, voorzichtig naar zijn vaste plek in hun bed.
Zelf blijft ze op de rand zitten, ‘dokter bellen?’
‘Nee…  alsjeblieft, weet je nog, de belofte…’
Ze weet het nog, zo spraken ze het af.
Na verloop van tijd  rekt hij zich uit, hij kraakt een beetje.
’Ik moet gaan vrouw.’
Ze houdt hem stevig vast, het helpt niet.

Ze kust  hem zachtjes.
Haar leven staat op zwart.
==

weerwolf

Bloedworst

Afwisselend lezend en toetsend zit/lig ik in bed, de slaap haast zich niet.
Het is stil buiten, geen mens waagt zich op de gladde weg, vermoedelijk ligzitten de meeste buren ook in hun bed.
Dan hoor ik een zacht geklop, zo laat nog? het licht is al uit en… wacht, ik herken het ritme. Weerwolf, voor de zoveelste keer.
Ik zucht.
Hij houdt aan. Ik sta op en maak de voordeur open. .
‘En?’ vraag ik chagrijnig. De wolf bibbert wat sneeuw uit zijn vacht, hij trekt zich niets van mijn humeur aan
en doet zielig. ‘Weet je wel hoe erg dit is, niemand om te bijten laat staan op te vreten, terwijl de drang me naar buiten jaagt. Dit overleef ik vast niet, ik barst van de honger. Als beloning zal ik…’
‘…jou niet aanvallen,’  vul ik aan, ‘ik ken je smoesjes. Je krijgt één kop  thee en een broodje bloedworst en dan moet je weg. Ik wil slapen.’
Opgelucht gaat hij zitten.
Hij warmt zich aan de theepot en vreet de bloedworst. Ik geef hem de rest van het pakje, na het zien van de rode stukjes aan zijn puntige tanden lust ik het niet meer.
Staande wacht ik tot hij klaar is en wijs hem onverbiddelijk de deur.
‘Bedankt en tot de volgende keer.’  De schoft.
‘Dan bel ik de jagers, onthoud dat. Eruit!’
Hiervan schrikt hij en verdwijnt schielijk tussen de sneeuwduinen.

Weer terug in bed overdenk ik mijn slappe houding.
Goed zijn voor dieren, tja, prima, maar moet dat nou echt voor een weerwolf? Telkens als het slecht weer is profiteert hij van mijn sukkeligheid, ik ben wel kwaad maar kan geen nee zeggen.
Van de andere kant spaar ik er een mens mee,  redeneer ik. Toch klopt er iets niet of wel? En zo zaag ik door in mezelf maar word er niet wijzer van.
Zoals gewoonlijk.
=

lachen

Zuur

Een vrouw die we kenden was op bezoek in een woning langs het spoor.
Halverwege de koffie met gebak denderde een trein langs. Ze schrok vreselijk, haar voeten wipten op onder de salontafel die mee wipte en ja, alles lag op de grond. Inclusief haar koffie.
Paniek en gelach volgde.

Op een feestje lag de hond (groot formaat) half onder een bijzettafeltje.  Ook hij schrok ergens van. ging zitten met het tafeltje op zijn kop, glazen en hapjes donderden op de grond, enfin, paniek en gelach.

Tijdens een logeerpartij kregen we een slaapplaats met het hoofdeinde vlak  onder een schuin dak.
Wat te verwachten was gebeurde.
Man schrok ergens van, kwam overeind, stootte zijn hoofd, ik deed met hem mee en…
Er werd niet gelachen.
===

bang

Alleen thuis

Het is avond en stil.
Ik lees met halve aandacht.
Ik let op vreemde geluiden, zet de televisie zachter.
Sssssh. Wat was dat? Nog een keer, wegstervend, pfff, een film.
De volumeknop gaat dicht.
Verder lezen, waar was ik nou weer?  Ik vind de pagina niet meteen, schrik op door voetstappen. Trillend sta ik recht, luister, hoor ze voorbij gaan.
Diep zuchtend drentel ik door de kamer, zie een spook in de spiegel en schrik. Lijkwit, de ogen groot van angst.
Beter om naar bed te gaan?  In slaap vallen door vermoeide leesogen?
Het is pas elf uur, ben ik straks  te vroeg wakker.
Hoor ik de buren? Ik hoop het, een veilig gevoel.  Hoewel, die zijn toch op vakantie? Maar…
Wat is dat geruis dan? Ik kijk rond, herken opgelucht het suizen van leidingen. Ik merk dat ik beef van angstige spanning.
Gekras bij het raam doet me nogmaals verstijven. Voorzichtig kierend staar ik een kat in zijn ogen die luguber gloeien of is het de maan? Beweegt daar een gordijn?
Resoluut zet ik de tv uit en ga naar boven. Kijk onder bed, in kasten, achter gordijnen, durf dan pas naar de wc en wastafel.
Moe van de spanning slaap ik snel in.

Bang zijn is niet te harden.
==

vreemde dieren

Rare dag

Op verzoek, sla gerust over als je het al kent.

Vanmorgen kwam ik een buurhond tegen. Ik begon een praatje.
‘Zo, beessie, ben je nog steeds braaf?’ en krauwde hem achter zijn oren.
Hij kwispelde als een gek en spinde luid.
‘Wat?’ verbaasd stopte ik en hij reageerde meteen: miauwww.
Ik keek rond of ik de eigenaar zag maar hoorde alleen wrrrraf achter een heg.
Zeker iets nieuws, die mensen hebben alleen ’n eend, wist ik.
Beessie voorbijlopend gluurde ik door de heg.
Wat ik zag: de eend zwom in de vijver, blaffend naar een paar vissenbekjes die boven het water uitstaken en -je gelooft het niet- het do-re-mi mekkerden.
Mijn ogen en oren werden groot! Spinnende hond en blaffende eend, geitevissen.
Aarzelend liep ik een paar stappen.
Op dat ogenblik tjilpten er een groepje mussen; blij met dit normale geluid wendde ik me naar een boom. Hm, ze waren al gevlogen. Maar.. ik hoorde ze toch? Toen merkte ik het, een toompje kippen scharrelde kwetterend door de voortuin van S.
De haan wandelde er loeiend om heen.
Dit werd me teveel.
Ik moest weg, meteen, en rende naar huis.
Bij de achterdeur zat Tinus, een bevriende kater.
‘Sorry Tien,’ hijgde ik ‘ik heb geen tijd..’
‘Ja zeg, ik wil mijn plakje worst,’ antwoordde hij kwaad.
‘Nee,’ huilde ik, vloog de trap op en kroop in bed met het dekbed over mijn hoofd.
Ik durfde niet meer naar buiten.
=

nacht

Nacht

De nacht valt bijna
nog een paar minuten
dan ligt hij om me heen.
Kan ik  er onderuit?
Waarom zou ik.
Ik neem een enkeltje naar bed
er is niets fijner
dan juist daar de nacht te ondergaan.
Hé, daar komt hij aan,
hallooo!

Nou,
welterusten dan maar.
=

huishouden

Huishoudstof

Robotje heeft het begeven. Hij kon niet veel hebben, de ziel.
Nu sleep ik de grote stofzuiger door de slaapkamers.
Het werk op zich is niet erg maar aan het geduik onder bed heb ik een pesthekel, ik betreur de dag dat we vast tapijt hebben laten leggen.
Nee, dan een vroegere vriendin die kamermeisje was in een hotel en zich onder een bed verschool om een collegaatje te laten schrikken.’Ik hoorde de deur opengaan en zag een paar schoenen, schoof er boe-roepend op af en greep de enkels voor ik merkte dat het een gast was…’
Zulke gezellige dingen beleef ik nooit als ik onder mijn bed stof lig te verzamelen, mijn  stofzuiger loeit alleen maar en stinkt er ook nog bij.
Dat hadden de vrouwen vroeger beter voor elkaar. Een paar halen met de zwabber, leegschudden uit het raam en klaar. Niet dat het schoon werd, wolken stof vergezelden je bij het omdraaien.
Dit alles overdenkend, voorover liggend en harkend onder mijn laag-bij-de-grondse bed, besloot ik een nieuwe robot te kopen.
En hem niet meer van de trap te laten vallen, het zijn zwakke broeders.

bloggen

We zullen doorgaan

Het is stil in de straat.
Een enkele flinkerd veegt wat vuurwerkafval weg, een dappere loopt met haar hond.
Het is pas half negen en ik kruip weer in bed.
Pech. Slapen lukt niet meer.
Draai naar links, rechts, op de rug.
Plots klinkt een verlate knal. Meteen zit ik rechtop en grijp verbolgen naar het kladblok voor een woeste log.
Ik leg het blok weer weg.
Waarom zou ik? De blogstop van de laatste twee dagen beviel prima, het jaar was zó om. Toegegeven, het was een kortje, ik zou er een echt jaar achteraan kunnen plakken.
Maar dan.
Zit ik waarschijnlijk vanavond al met jeuk in het hoofd: zal ik dat rijmpje, versje, verhaaltje effe doen? Die rare wolken bijtekenen, ook leuk werk. En het vertrek van de kerstboom zingt door me heen. En…
Krijg je dat weer.

Eenmaal beneden zie ik een overgebleven halve tomaat. Hij kijkt me uitdagend aan, verrimpeld maar ik lust hem rauw.
Na een wijnavondje heb ik meestal honger. Na een bieravondje trouwens ook. Altijd, eerlijk gezegd.
De tomaat doet me goed, de laatste vitamien die er nog in zat was net genoeg om het kriebelhoofd te genezen: ik blog door en geen gezeur.

Ehm, effe denken…
===

slaap

Brabantse nacht is soms lang

Meestal slaap ik prima, ik houd van mijn bed. Het is een goed bed.
Vannacht echter was het laat en toch bleef ik wakker.
Eerst alle spelletjes op het tablet gespeeld. Mail gecheckt en weblog. Nieuwsoverzicht bekeken.
Platliggen en ontspannen, ogen op kiertjes.
Slaap bleef weg.
De tv dan maar? Hm, slecht beeld en geluid.
Ik rommelde in het kastje voor een extra saai boek. Een oude Siebelink, dat moest lukken.
Niet. Na drie hoofdstukken gaapte ik van verveling maar bleef wakker..
Nog eens uitrekken.
Er zat een hinderlijke plooi in het onderlaken. Kussen te slap, een bobbeltje linksonder, opschuiven….
Waar blijft dat zandmannetje nou.

Hoe komt het toch dat je in dat geval alles voelt en hoort, van het meest minieme geluidje tot het kleinste rimpeltje in het dekbed? Ieder vleugje tocht, al of niet bestaand? Dat schaduwen bewegen?
Dat een stenen tussenwoning kraakt als een houten keet en het dek te strak ligt of juist van je afglijdt en nooit blijft liggen?
Volgens mij krijg je van wakker liggen een bijzonder soort bewustzijn, is je lichaam tot het uiterste gespannen.
Een maxisuperhyper-hoog sensitiviteitsgevoel.
Maar hoe komt dat dan? Verwacht je teveel van het bed?

Enfin, ik hoef niet te klagen, het overkomt me zelden.
Ook vannacht kwam het goed, ongemerkt sliep ik in en werd uitgerust wakker.
Redelijk normaal.
==

hitte·nacht·slaap

Het was een warme nacht

Naar bed gaan is niets bijzonders, beetje rommelen op badkamer, prutsen met hor en raam, frunniken in boek en schrijfblok.
Zoals gewoonlijk.
Dan hoor ik gepraat,  een zacht gebabbel op de achtergrond.
Wat nou? Hoor ik buren of wandelaars? Tot in de slaapkamer? Nee toch?
Ik kijk naar de radio naast bed en controleer. Hij staat uit. Misschien de uitknop kapot? Ik trek de stekker eruit.
Het gebabbel gaat door.
Verwezen kijk ik rond. In geesten en sprookjes geloof ik niet, tinnitus is het niet (dat klinkt heel anders), logé’s zijn er niet, inbrekers zullen zo stom niet zijn.
Verborgen ruimtes in de muur?
Bangig check ik de andere kamers en vliering. Niemand. Naar beneden durf ik niet meer.
Tablet staat uit.
Telefoons ook.
Voorzichtig, zwetend van nog meer angst, je weet nooit wat of wie je opmerkt,  glijdt ik geruisloos onder het laken.
Kijk op en…
…zie de televisie aanstaan. Was me niet opgevallen.
Pfffff.
Heb ik waarschijnlijk zelf aangezet met het boekengefrunnik, de ab ligt tussen potlood en papier.
Ik dweil mijn gezicht droog. Nu kan ik rustig slapen.
O ja?
Wie zegt dat ik het zelf deed? Ik kijk immers nooit als ik in bed lig? En nu zou ik plotseling het toestel aanzetten? Ongeloofwaardig, absoluut.
Nogmaals met de spiegel onder bed loeren. en…

De rest kunt U zich zelf wel voorstellen, het gedraai in zweterige lakens.  Opschrikken, licht aan, licht uit.
Maar ik heb de ochtend gehaald. Levend en wel.