Machtige Mist

Er hangt een dichte mist. Een pesterige en ondoordrinbare wolk.

Mensen proberen er door te komen, ze duwen en stompen, schoppen en rammen hem met fietsen en auto’s.
Maar nee.
De mist doet lacherig, je hoort het flauwe gegrinnik.
Waarom doe je dit, vraag ik, mensen kunnen nergens heen, ze missen hun school, werk, vind je dat leuk?
– Ja, daar heb ik nou eens zin in.  Altijd maar gedreven worden door bazige  seizoenen, voor één ochtendje spring ik uit de band, houd dus maar op met klagen.
mistfog-240075__340

Ik zie dat het pas negen uur is. Er staat al een rand van mensen langs de huizen waaruit ze kwamen, ze hangen bij voor- en garagedeuren waar de mist ze tegenhoudt. Allemaal telefonerend.
Gezoem en geflits zwiept door de lucht,  zindert door de dikke wolk. Verontschuldigingen, sorries, vloeken. Eén zin springt er uit, ik ga lekker terug naar bed.
De mist geniet.
‘Een machtig gevoel.’
Glunderend maakt hij zich nog dikker en dichter.
Morgen meer.
==

Buur Kat wordt te eigen

Hij doet net of hij thuis is. Dat doet hij overal.
Eigenlijk vind ik het wel lollig maar hij moet niet te bazig doen.
Ik houd er niet van als hij voor de koelkast zit en wijst. Commando’s tolereer ik niet.
Hij loert op mijn voordeur om binnen te komen, ongeduldig trappelend wenkt hij iedereen die voorbij loopt, fietst en rijdt, ‘schiet eens op!’
Vanmiddag kwam de kapster, ontdaan wees ze op Kat die tussen haar voeten meeschoof. Ze is bang is van katten in het algemeen en van Kat in het bijzonder.
Ik duwde hem, zijn protesten negerend, de achterdeur uit.
Opgelucht begond de kapster aan mijn haar maar werd opnieuw zenuwachtig van Kat die buiten voor het achterraam zat en naar binnen keek, uiterst misprijzend.
Zoiets doet hij nu altijd als hij zijn zin niet krijgt.
Vanavond liep hij weer met me mee en zette zich demonstratief naast de kelder. Ik negeerde hem.
Na een paar minuten mauwde hij. ‘Honger!’
‘Je hebt al worst gehad,’ riep ik terug.
Hij broedde op een antwoord en mauwde opnieuw. ‘Ik lust ook kaas,’
Toen tilde ik hem op en schrok van zijn gewicht. ‘Je wordt moddervet, je moet niet overal eten halen, schooibeest,’ maande ik en zette hem buiten.
‘Waar bemoei je je mee’  snauwde hij nog.
==