De kerstdagen zijn om.

Het was fijn, het was lachen, het was lekker en het liep uit tot diep in de nachten en ontbijtjes rond het middaguur. Daarna nog een nakletsuurtje en vanmiddag kroop ik op de bank waar ik veel slaap inhaalde en Kamp Koningsbrugge miste.
Ook die haal ik nog in.
Het is ontzettend leuk om logé’s  te ontvangen, en precies zo leuk om ze weer uit te zwaaien.
Het huis is weer van mezelf.
Schoenen uit, sloffen aan.

Er staan een paar lijsten met bloggersberichten. Enkele had ik al geliked, de rest zie ik morgen wel en anders maar niet. Een mens kan niet alles bijhouden, oké?
Dus.
Is het nu sluitingstijd.
Tot morgen.
=

Over geld


Het contante geld zal verdwijnen,  zo werd gesteld bij de plaatsing van pinautomaten.
Een leven zonder geld was veel handiger. Pasje scannen, klaar.
Niet iedereen was het daar mee eens, men behield graag de emotie, het voelen van echt geld. Nogal wat mensen dachten nostalgisch en soms ook nog over de gulden.
Dat laatste is ’n beetje overdreven; er zijn vaker muntwisselingen geweest en men is het elke keer  te boven gekomen.
Intussen zijn we gewend aan pasjes, scans, vingerafdrukken.
Toch kan ik me niet voorstellen dat baar geld volledig verdwijnt al doen banken pogingen daartoe. Genoemde nostalgie leeft nog steeds en niet alleen bij ouderen.
Dat grote transacties via banken worden afgehandeld is prima maar in betaalkeuze zijn veel mensen liever vrij.  Over emotie gesproken!

Er kwamen in de cashwereld ook rare dingen voor, zoals de gewoonte om een tweedehands auto contant te betalen bij garages ondanks de mogelijkheid van giro- en bankoverschrijvingen.
Dan haalde men geld van de rekening (een paar duizend gulden was het al gauw) en ging daarmee naar de dealer.
Deze wijze van handelen scheen een traditie te zijn. Misschien afgekeken van de vroegere veemarkt? Daar zag ik boeren met portefeuilles zo dik als  boomstammen.

Echte munten en flappen, virtueel geld, veel of weinig, het heeft officieel dezelfde waarde.
Maar je moet het niet verkwisten, da’s zonde van je goeie geld.
==

Gezinsperikelen. Toen.

Overvolle kasten.
Ken je dat? Een zakdoek pakken en meteen in dertig andere spullen grijpen?
Bij een vriendin zag ik het met haar naaikistje, voor velen een beruchte warboel. Wilde ze een naald pakken, kwam de complete inhoud mee.
Het rommellaatje in de keuken is nog steeds  bijna standaard en heeft de functie van moeders schort overgenomen. Wat daar niet in zat leek niet belangrijk.
Bij het openen van de kinderkasten riep ik uit ‘waar komt de troep vandaan’ en nog een keer als ik de gereedschappenbende in de schuur bekeek, domein van echtgenoot. Hij had meer voorraad dan menig ijzerhandel, maar dan ongesorteerd.

Het zal liggen aan gemakzucht: gooi maar ergens neer als het maar uit het zicht is. Zo komt het nagelschaartje in de broodtrommel terecht en verdwijnen vette  boterhambordjes onder de bank. Keurig opgeruimde huizen van collega-moeders  bekeek ik dan ook sceptisch. Ik wist.

Inmiddels ben ik een generatie verder. Wat ik nu nog opruim zijn zinloos bewaarde herinneringen waar de glans vanaf gaat. Je zwelgt niet blijvend in een kindertekening of dat eens zo-sexy-shirtje.
Geen rommel meer en dat plakkerige wijnglas achter de laptop?
Is van mezelf.