Moeders rug

‘Toon es meer ruggengraat!  Wees wat flinker, loop om te beginnen rechtop.’
Door de knoeprug van vorige week dacht ik er weer aan.
Moe geloofde serieus dat een rechte rug automatisch een sterk karakter genereerde, zag niet dat het misschien andersom was.
Zelf was ze bijzonder flink in alle opzichten en straalde het ook uit.
Als je van íemand kon zeggen dat ze een bezemsteel had ingeslikt was zij het. Niet zo lang als wij maar kaarsrecht en met stevige stap banjerde ze door het leven, naar de waslijn, kerk, winkels, wandelend, want aan fietsen had ze een hekel. Zelfs als ze met ons naar het water ging en bij pa in de roeiboot stapte zat ze op het plankje als een vlaggenmast.
Het stond haar goed, moet ik toegeven. Zelf hing ik meestal als ik zat.
Er waren ook nadelen. Wandelen was een crime, vooral voor pa. Hij kuierde graag, ontspannen rondkijkend.
Moe beende door de straten, pas bij het park hield ze in voor een vrije zitplek. Ze zag niets en niemand, ergerde zich aan het gesummel (zo noemde zij dat) en wachtte dan met een strak gezicht tot pa haar haastig en mopperend inhaalde.
Maar eerlijk is eerlijk: ze had het nooit in haar rug.
==