anoniem·pastoor

Anoniem?

De envelop voor Goede Doelen lag op de mat. Je kunt geven wat je wilt en zelf bepalen aan wie, alles anoniem.
Prompt dacht ik terug aan een smakelijk -of onsmakelijk, oordeel zelf- voorval.

Ongeveer 35 jaar geleden kwam ik bij een  man die behoorlijk kwaad was. Hij wees naar de tafel waarop zijn  portemonnee lag, een hoopje kleingeld, lichtbruin papieren zakje en de telefoon.
‘Kijk, vrouwke B,’  begon hij, ‘die uitgekookte pastoor, om zogenaamde anonieme giften bedelen maar wel willen weten  hoeveel iedereen geeft.’ Hij hield het envelopje op en wees. Inderdaad stond er op de binnenflap, klein maar duidelijk leesbaar, een nummer. ‘Slimme pastoor,’ reageerde ik.
‘Hij heeft een lijst met nummers en namen, de smeerlap, ik vroeg het aan P. Die wist het al lang, onze pastoor is op de centen, zei hij.’
Verbolgen rommelde hij door het kleingeld. ‘Ik zal hem vatten, hij krijgt alleen centen en stuivers.’
Al met al was het niet veel meer dan een gulden aan kopergeld, ik legde er ook wat bij zodat er ongeveer fl 1.50 in het zakje terecht kwam. Het getal kraste hij door.
‘Dat zal hem tegenvallen’. Wraakzuchtig draaide hij er een dubbel strak plakbandje omheen.
Graag had ik de ontknoping meegemaakt. Het zat er niet in, de man overleed. Misschien gaf de pastoor hem  van die anderhalve gulden een extra gebed mee.
==
Al eerder ondervonden we dat de pastoor in een klein plaatsje de baas was maar in de jaren tachtig verwachtte je het niet meer.
Later hoorde ik vaker van genummerde ‘anonieme’ zakjes, het zal in meer armere  parochies en gemeentes zijn voorgekomen.
Maar ach, ik geloofde toch al niet meer.
=
Ter verduidelijking:
Het goede Doelenfonds is wèl anoniem.
=====

Hamelen

Een onbevredigend einde

Vanmiddag troffen we de De Rattenvanger van Hamelen
Hij drentelde rond de kerk en keek zoekend om zich heen.
– Kunnen we U helpen meneer?
– Dag dames, weet U misschien waar ik moet zijn? Iemand  zou me ontmoeten in de Kerkstraat in Brabant.
– Dat is hier, zeiden we, wie moet u hebben?
Hij haalde zijn schouders op.  – De anonieme beller. Uit een anoniem gemeentehuis.
Nou zeg, dat is lastig.
– Hoe zag hij er uit?
-Dat weet ik juist niet, hij had alles afgeschermd. Hij zei  alleen dat ik in deze regio moet zijn om dieren bijeen te muzieken  en weg te lokken. Wat denkt U, had ik het moeten weten en om welk soort gaat het?
We keken elkaar aan.  -De varkens.
– Nou U het zegt… de Hamelenman snuffelde. We knikten, -ziet U wel?
Hij haalde een fluit tevoorschijn en blies een paar noten. Prompt hoorden we geknor en schommelden er een paar dikke biggen te voorschijn. We riepen ‘hoera’ en ‘gaat U vooral door’.
Hij hield op.
– Dat wil ik wel doen maar wie betaalt me? De beller ken ik niet en voor niets doe ik het niet. Weet U wel wat een varkensasiel vraagt per dier? U hoopt toch niet dat ik ze de rivier in jaag?
Oef. Een tegenvaller.
– Misschien een zacht prijsje…?
– Geen denken aan, daar zijn er al teveel van. Ik kan U wel op de Hamelenapp zetten, oké?
Tja. Er zat niets anders op.
Hij zei bezjoer en wij riepen houdoe en gingen met spijt uiteen.
==

.