Katholieke zomerdagen

Landerig hangen we op vrije –  en vakantiemiddagen rond op het erf, zeuren wat,  pesten elkaar en de hond, gaan elke minuut  naar binnen om op de klok te kijken, wachten tot het zwembad open is. We vervelen ons suf.
Met afgunst zien we de andersdenkenden naar het openbare bad gaan, zij mogen er de hele middag in, allemaal tegelijk.
Wij, roomsen, moeten wachten tot we in het katholieke bad aan de beurt zijn, jongens en meisjes na elkaar.
’s Avonds hetzelfde rooster voor vrouwen en mannen.

Tenslotte moest de kerk toegeven en werd er gemengd gezwommen.
Mijn moeder was al eerder overstag gegaan. Ik mocht eindelijk naar het openbare met een buurmeisje. Ze gaf me entreegeld met een ssst-vinger voor de mond.
Dolblij fietsten we er naar toe.
En wat zag ik?
Veel meer katholieken zwommen daar, waarschijnlijk allemaal met de opdracht: ‘vertel het maar niet verder.’
==

Advertenties

Over god en geloof


Dacht ik een onderhoudende familieroman in handen te hebben, stuit ik op de tweede pagina al op ‘God is bezig om duidelijk te maken dat ik je heel hard nodig heb‘. Bedoeld als liefdesverklaring.
Ik slikte maar zette door.
Het was een tragisch begin; een gestorven baby, slecht huwelijk, verse weduwnaar en binnen het eerste hoofdstuk waren alle gedupeerden al verzoend met hun verdriet omdat ze, ieder voor zich,  begrepen dat het ‘gods grote geheel‘ was waar ze weliswaar niets van snapten  maar met een vormelijk woordje van protest toch aanvaardden. De ware gelovigen.
Daarna legde ik het boek weg, wetend dat de spanning uit het verhaal zou zijn. Zulke boeken vind ik vreselijk, oervervelend  en bovenal beschamend

Waar die aversie tegen een geloofsgetuigenis vandaan komt weet ik niet; uiteraard werden we op de Lagere School overvoerd  met katechismus, preken, zonde, bidprentjes en kerkgang maar dat werden de andersdenkende kinderen ook.
Toch leken wij roomsen (reeds in de jaren ’60) minder eerbiedig tegenover het geloof te staan dan de buurkinderen van andere gezindten. Spottender en brutaler ook.
Zou de katholieke god overdreven veel aan magische macht toegeschreven zijn?
Om de mensen in een maagdelijke zwangerschap te laten geloven is natuurlijk niet meer van deze tijd. Net zomin als het idee van de communie, een gestileerde vorm van kannibalisme.
En dan nog het celibaat, een onmenselijke zaak om dit levenslang te eisen.
Dit -en meer- is alles bij elkaar een onlogisch mengsel van geloofspunten dat een gemiddeld ontwikkeld mens ongeloofwaardig, soms zelfs lachwekkend voorkomt.
Misschien is dat de oorzaak van mijn hekel aan genoemde boeken.  Maar andere religies hebben ook zo hun eigenaardigheden en die worden wèl gerespecteerd. En katholieken werden door andere groepen weer als losbandig gezien.
Ik kom er nooit uit, de vraag komt herhaaldelijk terug.