Televisie

Daar kijk ik haast nooit naar, roep ik, het is enkel behang.
In werkelijkheid geniet ik van verschillende programma’s.
Gisteravond van reizen-waes-europa Hij is al op de helft, jammer.
Floortje-Dessing komt ook weer met een nieuwe serie.
En Erica  natuurlijk.
Goede presentators die op prettige wijze tekst en uitleg geven. Eventueel met humor.
Mijn favorieten.


De Rembrandtwedstrijd zie ik ook, maar met afgunst.
Omdat ik dit zelf niet kan en het graag zou willen.
Een krabbel maken is makkelijk maar de opdracht: bekijk het model of uitzicht en maak er wat van…  ga er maar aan staan.
In mijn ogen is de grootse kluns al een halve Rembrandt.

Wedstrijden voor gewone mensen kom ik nooit tegen.
Ik zou er graag een willen zien waarin mensen auto’s wassen of boodschappen doen.
Voor een desktop hangen of rabarber plukken. Kinderen uit school halen. Zonnebaden in het wild.
Alles met een kans op de eerste prijs.
Dat zou, bijvoorbeeld, een reisje door China kunnen zijn.
Ook voor gewone mensen de moeite waard.
Bee-enners krijgen al zovéél aandacht.
=

Advertenties

Deze zin viel me op

‘Lof heeft zoveel valse varianten dat achterdocht in deze gerechtvaardigd is’
  Francis Bacon in zijn essay Over Lof.
Moeilijk te ontkennen.
Ik heb het altijd (nou ja, die enkele keer..) moeilijk gevonden als ik geprezen werd. Voor de hele klas waarvan een paar meiden je met openlijke hekel bekeken. Je voelde je doodongemakkelijk onder de afgunst.
Niemand van de klasgenootjes hield daarvan,  misschien was het een gebrek in onze opvoeding daar goed mee om te gaan, als arbeiderskinderen waren we niet gewend aan lof.
Hoogstens van een buurmeisje dat je nieuwe jurk bewonderde omdat ze op  je verjaardagsfeestje aasde
Het wantrouwen van lof, dat kreeg je vanzelf mee. Je was blij met een klein compliment, meer hoefde niet want je geloofde de rest toch niet.  Een soort ingebakken minderwaardigheiscomplexje.
Zo overdreven in onze ogen, iets voor heiligen.  Of voor dooien op ouderwetse bidprentjes, dat was ook voor de helft gelogen.
Lof was ook een katholieke  avonddienst . Dat was trouwens nog erger,  altijd die kerkgang waarin je je suf verveelde.  Je werd er nog om uitgelachen ook door protestante kinderen die vroegen of we daar witlof aten. Ha. Ha. Ha. Je lachte zuur mee.
Zodoende was ‘lof’ een akelig onderwerp, in beide betekenissen.
Behalve een ovenschotel maken kon je er niets mee.
Maar het zal aan ons gelegen hebben.
==

Jaloezie

tiende gebod
Hier past deemoed.
Ondanks pastoor, nonnen en katholieke opvoeding kende ik wel degelijk naijver.
Kind zijnde had ik graag het mooiere speelgoed van andere kinderen willen pikken als ik gedurfd had.
Als tiener voelde ik peilloze afgunst wanneer een rotmeid mijn afgod binnen hengelde.
Ook in mijn baantje had ik liever het mooiere werk van een collega.
En meer van dat.
Helaas, ergens om vragen of moeite voor doen, dat lag me niet zo, gezwijmel in jaloezie verdiende ik dan ook niet.
Zo sukkelde ik naar mijn twintigste tot de juiste man zich aandiende. Nu had ik het voor elkaar; de jongen die ik wilde en veel van me hield tot in de eeuwigheid amen.
Nu hoefde ik nooit meer jaloers te zijn, wat een rust.
Een volwassen gedachte, vond ik zelf 😉