Stenen hart

‘In wezen ben ik keihard’  stelde ik eens.
Er werd op voorhoofden getikt.  ‘Blijf van mijn boeken af,’  blafte grote broer die de zin herkende.
‘In wezen ben ik keihard,’ legde ik een jongen uit met wie ik niet meer wilde dansen.Hij  had me gevraagd naar het waarom maar ik wilde niet zeggen dat hij me afstootte.

Later, toen we bijna onwerelds verliefd waren, meende ik aanstaande te moeten waarschuwen: ‘In wezen ben ik keihard.’  Maar wat gaf het, het betekende niets en wat dan nog, liefde was ook toen al blind.
Weer veel later zaten broer en zus hier te ginnegappen, vertelden echtgenoot dat ik vroeger al opschepte met dit zinnetje en vroegen hem of ik echt zo keihard was.
‘Och, het gaat wel..’
En dat vond ik pas echt  hard. Keihard.
Onlogisch, maar ja.
==

Verliefd, verloofd, en de kat….


Een logje over geuren bij  Ans  deed me onmiddellijk denken aan een idioot voorval op onze verlovingsdag.

Vóór het feest begon kwam aanstaande met een cadeautje: mijn lievelingsparfum Soir de Paris in het grootste flesje dat hij kon vinden. Een vrij zware geur, die indertijd populair was.
Daar was ik erg blij mee, verguld zette ik de fles op het dressoir.
Korte tijd voor we de visite verwachtten hoorden we opeens een vies prrr-geluid en roken meteen een onbeschrijfelijk- smerige lucht: de kat had stiekem in een hoek  gepoept. Misschien ziek van de parfum of opwinding.
We vlogen allemaal op; pa, moe, zus,  zwager, broers, aanstaande, struikelend met emmers en dweilen maar de stank bleef.
Zenuwachtig keken we naar de klok, de toestand werd nijpend, ieder ogenblik kon de bel gaan.
Toen, in opperste nood,  greep aanstaande de Soir de Paris van de kast en spoot de fles leeg in de bewuste hoek.
Het hielp, de parfum overwon.
Daarna wilden we de kat op het matje roepen maar die was hem gesmeerd.