Zondagmiddag en geen nieuwe boeken


Zal het droog blijven of zet de regen door?  Er vallen twee of drie druppels, de lucht is afwisselend grijs, grijs of grijs. Sproeien of nog even wachten? Zullen de verse planten het halen?
Tweemaal klinkt een verre donder; wordt het een onweersbui? De  computer vast afsluiten of eerst de bovenramen dichtdoen?  Toch maar de trap op, treuzelen bij de gordijnen. Afwachten.
Vlugge nieuwtjes scrollen. Kan het tablet trouwens tegen omweer? Wie weet dat?
TTIP ja of nee? Chloorkip of niet? Krijgt de eter er een bleke maag van of valt het mee?
Zou ik een vluchteling durven opnemen? Of twee of meer? En wat als hij in zijn neus baggert of zij de cv hoog wil zetten? Moet ik het doen?
Waarom heet die Oostenrijker van Bellen en niet von Bellen? Lijkt eerder Belgisch of Nederlands. Weten ze zoiets niet in dat land?
Zal ik een broodje tomaat nemen? Heb ik eigenlijk wel honger?
Nog even de fiets pakken? Of die vriendin bellen? Toch maar dat boek herlezen?
Komt de zon vandaag terug?
Weer drie of vier druppels en een vaag geluid, wordt het alsnog slecht? Voor de zekerheid alsnog de ramen…..

De middag is om.
.
Advertenties

Zondag werd vrije dag

De zondag was nog min of meer heilig in de jaren vijftig; niet alleen werken, ook zwemmen en fietsen was verboden.
Alle gelovigen gingen die dag naar de kerk, lopend, meer een soort wandelmars  zonder stopwatch. Katholieken en  christelijken vormden de hoofdmoot, ieder naar hun eigen dienst.
Wij kinderen verveelden ons suf. Eerst moest je mee naar de mis die lang duurde. Daarna gingen we buitenspelen; omdat de kleren netjes moesten blijven bleef het bij gedwongen rondhangen want zondagse jurken en broeken waren van alle gezindten. We waren blij als pa en moe ons meenamen voor een wandeling naar het park.
En toen, op een dag, mocht er gefietst worden op zondag. Later ook gezwommen. Het werd een heuse vrije dag waarvan je mocht profiteren. Een zaligheid, temeer daar we als roomsen de eerste waren.
Raar dat zoiets je bij blijft, het triomfantelijke leedvermaak tegenover andersdenkende buurkinderen: wij mogen  fietsen en zwemmen en jullie lekker niet.
De zege was van korte duur, na luttele maanden (of weken) gaven dominees hun gemeentes dezelfde vrijheden. Kerkelijke gezaghebbers ontkwamen er niet aan, zeker niet in de geïndustrialiseerde Zaanstreek.
Geloof het of niet, ondanks  mijn scepsis betr. de bijbel komt deze stap nog af en toe bij me op
Hoe blij we hiermee waren.