zomer

Mooi weer.

waslijnlaundry-3559528__340
Wat doen we zoal met tropendagen?
Als thuiszittende gepensioneerde niet veel en op aangepaste snelheid. Misschien een wandelingetje naar de winkel, ’s morgens vroeg. Even door het vijvertje roeren met een knipoog naar de waterjuffers. Koffie drinken met de buren.
Dat is voldoende.
Met verbazing denk ik terug aan de tijd dat het me niet warm genoeg kon zijn, lekker bezig zijn in een hempie aan de waslijn, genietend van de hete zon op mijn schouders, kleintjes om me heen, hond en kat luierend onder of in de wasmand.
Aan de koffie verzon ik plannen voor een nieuw behangetje of ik dacht aan het witten van keukenmuren, het mooie weer pepte me op.
Nou kwam het niet vaak boven de 30 graden maar dan nog, als jong mens kon je er tegen. De energie die je had, benijdenswaardig.

Ik heb geen reden om  te klagen maar had er heel wat voor over om er wat van terug te krijgen, al was het maar een kwart.
Vraag is alleen: wat zou ik er nu mee moeten doen??
==

zomer

Zomerstart


Gennep Januari 2012,  overstroming Niers
Voor de aankomende warme dagen is dit een aardig plaatje als tegenwicht.
Het lijkt me wel wat om in eigen tuin ook een slootje te maken. Aangezien de plannen voor een zwembad  het nooit hebben gehaald is een miniriviertje een beter idee.
Sleuf graven van een meter of vijftien. Niet te diep, met een  bodem van ribbelig zand en wiegende wieren, forelletjes die in en uit het water springen, ik gooi er kleurige schelpen in en maak strandoevers voor een gepaste entourage.
Een mooie naam bedenken. Peelbeach.  Mills Meer.
Zucht.
Moet de warmte nog beginnen zijn mijn hersens al aan het verweken.
Ik houd me maar aan het eenpersoons barretje in de koelkast.
Gegarandeerd fris en alle drankjes bij de hand.
=

zomer

Morgen is het zomer

Zet een teil in tuin of op balkon, in een kring eromheen zittend passen alle voeten erin. Of neem een emmer per persoon.
Zelf houd ik het bij het vijvertje, precies groot genoeg voor mijn schoenen want ik ga natuurlijk niet zonder.  De laatste plantenresten zijn eruit gevist, toch kan er zich altijd een koppige sliert tussen je tenen nestelen.
Dat overkwam je ook in natuurwater reden waarom ik daar nooit meer in durfde. En je had  slijmerige vissen en kikkers, slikmosselen in vieslauwe modder. We zwommen in sloten en plassen, prutpoelen en kanalen, een enkeling dook zelfs de Zaan in (met al die fabrieken, tsss),  later zwom ik alleen nog in de Maas. Dat water stoomde tenminste, vleesetende planten en gevaarlijke snoeken kregen je niet te pakken.
God weet wat de opwarming brengt, koop alvast een beschermend pak, ik voorzie  krokodillen en piranha’s in scholen Rotterdam binnenzwemmen. Meervallen zijn al griezelig genoeg met die snorrebaarden en smaken doen ze niet en…

Sorry. Ik verloor me in watergruwelen.
Het zomerbadje dus.
Lekker met de tenen wiebelen, spatten, magnum in de ene hand, boek in de andere, zacht muziekje erbij of vogels die voor je zingen.
Ik zie het wel zitten.
=

zomer

Nog een paar maanden

Dan bloeien alle bloemen, liggen we op een zonnebed of in het water, eten ijs en drinken koele drankjes, lachen om een slaperige kat en luie hond, luisteren naar vogels,  gaan naar het bos,  babbelen met koeien
en zwaaien naar loslopende kippen in de berm.
Voordelen van landelijk wonen, de nadelen zetten we even aan de kant.
Iets om naar uit te kijken
Daar hoop ik op.
Stiekem reken ik er op.
Een heel klein beetje
in ieder geval.
=

herfst·zomer

Dat was de zaterdag en halve zondag

De fancy fair bleek een interne aangelegenheid maar daarom niet minder aardig. En lachwekkend goedkoop.
Met de handen vol boeken en nog wat rommeltjes stopte ik met neuzen en kocht er een tas bij, één euro voor een stevige tas is een prima koop.
De beste terrassen waar we naderhand aan toe waren zaten propvol, we trokken naar de volgende plaats en kwamen terecht bij het terras van de toekan. (Niet dat van het plaatje)
Jongens wat was het heerlijk.
Ruim van plek, zalige zomerwarmte,groot zonnescherm en af en toe een briesje dat bijna zwoel aanvoelde (we dronken echt alleen limonade).
Dan wil je niet naar huis en dat deden we ook niet.
Nog wat drinken, beetje eten. Beetje veel, eerlijk gezged.De laatste happen gingen in slow motion.
Koffie, nog even door de dorpen rijden en toen ik thuis was en de aankopen bekeek viel ik boven de nieuwe oude boeken in slaap en werd wakker bij de winst van Nederland op Duitsland. Een verrassend ontwaken.
Toen ben ik naar bed gegaan waar ik verder sliep. Wat wil je ook, rozig van de zon en een buik vol.
Onverwachtse bijkomstigheid: de gezichten waren bijgekleurd. Niet veel,  net zichtbaar.
In oktober…
Zo’n reservezomertje, ik mag dat wel.
==

zomer

Zomerse warmte is heel goed te verdragen. In de schaduw


Voorheen dacht ik het beter te weten.
Dat mijn vader en moeder kalmpjes onder de bomen zaten vond ik niks. ‘We doen alleen het hoognodige’ was hun devies. En ze hielden ook nog veel kleren aan.
Volgens mij moest het anders kunnen.

Hitte negeren leek me het beste maar dat bleek geen goed idee. Achter de stofzuiger lopen op soppende slippers is een onprettige manier van werken
Toen zette ik mijn voeten op een natte dweil en schuifelde zo door het huis. Koel en reinigt meteen de vloer, redeneerde ik. À la Pippi.
Het bleef heet.
In zwempak of bikini huishouden en tuinwerk doen. Pufpuf…
Veel ijswater drinken dan koel ik van binnen af, was een ander idee.
Niet dus, door het geren naar de wc kreeg ik het juist veel warmer en het transpireren liep finaal uit de hand, ik liep zowat in mijn eigen douchewater maar fris was het niet, ook niet toen ik me insmeerde met zeep.
Wonen in de koelkast viel tegen, zo krap.
Zucht, het werd moelijk om eigenwijs te blijven.
Het vijvertje waar ik zo vaak plezier van had is in bezit genomen door lotuswortels, waterjuffers, minilibelletjes en allerlei onduidelijk gespuis zodat ik er voor geen goud een stap in zet, wie weet hoeveel angels en tanden er aanwezig zijn.

Ik ging overstag.
Nu zit ik bij zomerse warmte op een koele plaats en bivakkeer daar zoveel mogelijk, daar schil ik de aardappelen of lees of speel met Internet.
Met een paar kleren aan.
In de schaduw.

zomer

lentezomerherfstwinterlentezomer……

Je verheugen op begroeide bomen, merels, licht (dat vooral), voorjaarsbloemen en plotseling is het voorbij. Alles is groen, de merel is bijna voorzien, tulpen haast uitgebloeid.
Was dit het nou? denk ik paniekerig, wat zonde van die mooie uren. Ik heb de helft gemist. Dat is natuurlijk niet zo, ik had ze bewuster moeten doorbrengen maar dan geniet je niet spontaan.
Het is de voortsnellende tijd.
Voor je je in badpak gehesen hebt is er weer een week voorbij, tel daarbij het klaarzetten van tuinstoelen, vullen van de koelkast met fris en bier, zomerschoenen opvissen, kroppen sla inslaan, en al die zomerdingen en het is plotseling september. Zomaar, terwijl je er geen erg in had.

Nu staan we in de startblokken voor warme maanden.
Het lijkt me wel wat om het bed buiten te zetten en zodoende bewust te genieten van de zonsop- en -ondergang bijvoorbeeld, zodat ik niet onverhoeds overvallen wordt door de herfst.
Mocht ik alsnog de helft missen dan weet ik: niets houdt de tijd tegen.
En laat ik me verrassen door de volgende zomer.

zomer

Zomer in april

Het was buiten al lekker, morgen en overmorgen wordt het nog beter.
Om voorbereid te zijn paste ik het badpak.
Het sluit ’n beetje strak aan, ik weet nu dat het op de leest moet.
De vijver is nog niet zomerklaar. Duikplank en reddingsboeien liggen op de vliering, drijfmatten zijn versleten en de trap is bros.
Dat wordt een flinke klus voor volgende week.
Ik hoop maar dat de waterjuffers geduld hebben en het weten te waarderen. Ze zijn nogal nuffig.

Veel gedoe, zo’n zonaanval.
Daar staat de opluchting tegenover als alles klaar is en je buiten zit met grote glazen gekoelde ran- of groenja.
Spannend boek erbij, verheerlijkt sabbelend op een ijsgekoeld chocolaadje.
Vooruitzichtje hoor.

tuintje·zomer

Zomermiddag

Ik slenter wat in het achtertuintje waar stilte heerst nu de helft van de buren weg is. Honden zijn uitbesteed, een genot dat op zich al vakantie te noemen is.
De wildgroei van bloemen en onkruiden door elkaar ziet er enigszins verwaarloosd uit, toch oogt het geheel niet onaantrekkelijk. Eigenzinnig.
Hier en daar scheur ik een verdord blad, bewonder een krullerige omlijsting rond de gebarsten spiegel en het hoogreikende koninginnenkruid.
De grote wortelklonten van de waterlelies zijn opdringerig en duwen de bloemen boven water waardoor die niet tot hun recht komen. Laat ze maar, over een paar maanden gaan ze er uit.
Kauwen terroriseren met veel lawaai de molenwieken. Zouden ze echt het idee hebben de baas te zijn?
Een verdwaalde vlinder fladdert weg als ik de camera richt. Moet een bangoogje zijn.
Er zoemt iets looms.
Met een kop koffie laat ik me in de luie stoel zakken, het is hier best uit te houden.
.