Wanen

 

‘Ze komen er aan
ze zijn gevaarlijk
en…
geef me vergif, vlug,
een fles, een mes,
laat me
o god, ik wil dood…’

 

Goedemorgen

 – Zwalkend door het schemerduister van een ongekende tijd
was ik suf en zonder notie gelijk een hersenloze geit.-
Ik ben blij dat ik weer bij zinnen ben. Ongeveer.
Nooit eerder meegemaakt dat een gewone verkoudheid  zo vervelend kon zijn.
Het gehijg en gesnotter, de ijlte in het hoofd, de geur die om je heen hangt,
Nu is het weer blogtijd.
Ik ga niet de afgelopen week nalopen maar gewoon verder met vandaag. Eerst nog wat op adem komen.
Nogmaals bedankt voor de beterschapwensen.

Als je maar lang genoeg getrouwd bent ga je vanzelf op elkaar lijken.

Hij loopt met verkoudheidsverschijnselen.  Gaat naar bed en komt er weer uit; hangt op bank of stoel en staart treurend naar buiten. Herhaaldelijk grijpt hij met grote gebaren naar de stapel tissu’s  om neus- en keelverschijnselen op te vangen die hij  met aanstootgevende gretigheid opwekt. ‘Volgens mij heb ik een zware griep, waar is de thermometer?’
Dramatisch reikt hij naar de rol keukenpapier en dept, zwaar ademend, zijn gezicht, zijn hele hoofd en nek.
Een nieuwe hoestbui dient zich aan.
‘Uchchchhgrrr, de zakdoeken zijn op, geef me een tafellaken…
ik lust wel een zacht gekookt eitje, schijnt te helpen bij griep.’

Zij loopt met een gevoelige rug. Als een plank beweegt ze naar een keukenstoel, rijst weer op en sleept zich naar de pc. Ze diept vanuit haar tenen een zucht op en rolt met de bureaustoel naar de koffiepot. Reikt, zielig, niet ver genoeg. ‘Ik kan er niet bij, help even, dank je’.
‘Wat een ellende,’ kreunt ze.
Met een lijdzaam gezicht strompelt ze door de kamer, wankelend valt ze in een leunstoel en schrikt weer overeind. ‘Au…die onverwachte bewegingen, het is vast spit. Mijn god wat word ik bezocht.’
Ze zakt door de knieën, kruipt hijgend naar de keuken; de laatste meters doet ze in tijgersluipgang.
Bij de koelkast gaat ze staan.
‘Ik kan ook wel een zacht eitje gebruiken.’