winter

Heer W ’s laatste woorden

Een eigentijdse winter die niet meer wist hoe het moest.
Met lauwe temperaturen en een enkel fris uitschietertje naar nachtvorst waarbij  heuse rijp tevoorschijn kwam, die je ’s morgens met verbaasde ogen aanschouwde. Wit?  Koud? O ja, dat is, eh…  laat maar.
Later op de dag zag je niet veel meer dan vette wolken, er passeerden verveelde regendagen en lastige stormen. Als in de herfst.
Er staan kindersleetjes in de tuinen; onnozel. Wat weten zij van klimaten.
Opstandig wachtte ik op sneeuwjachten maar het enige wat ik zag was de tijd die landerig voorbij gleed, langzaam lichter wordend.
Toen ik heer W tegenkwam mompelde hij ‘Sorry mevrouw’  maar ja, wat moet een koudeloze winter ook zeggen.

versje·winter

Kakelvers


Winter wordt oud
is wars van witte buien
er is geen sneeuw
geen tinkelend takkenwoud
waar ijzige splinters ruien.

maar om het even
de maand is vol beloften
we zien het in de grond
waar’t geheime leven
bericht naar boven zond
ik kom eraan
ik kom in groen
bestel de zon
stuur de winter met pensioen

Als het kon zou ik het doen
wie kan de winter nog verstaan
-=

 

weer·winter

IJs en weder dienende?

Hoewel ik graag een strenge winter tegemoet zie vind ik deze zachte dagen ook prettig.
Een uurtje zon, misschien iets langer, maakt het af.
Je loopt lekker. De was droogt fris. In het tuintje bezig zijn is aangenaam
Je zou buiten gaan zitten als je een plek of terras op het zuiden had.
Het gewas houdt er ook wel van, nieuwe scheuten hier en daar en de passievrucht heeft gezelschap gekregen. Nog knalgroen maar wie weet kleurt hij alsnog.
Ook zag ik nieuwe sprieten uit het plastic grasmatje opkomen, kun je nagaan.

Toch hoop ik op winterweer, desnoods maar een week, dat lijkt me niet teveel gevraagd.
Je kan wel met bussen schuimsneeuw te werk gaan maar dat is zo ongeloofwaardig, voor en achter het huis een reepje wit, de winter zou zich krom lachen en er een extra zonnetje op zetten. Dan krijg je zo’n smeerboel.
Er zit, vrees ik, niets anders op dan sneeuw en ijs af te smeken. Als ongelovige kan ik niet met een echt gebed aankomen maar elke avond een klein versje lijkt me een goed begin:
Onze lieve heertje
geef slecht weertje…

 

.

winter

Winterherinnering

Mijn geheugen is niet al te best maar dit weet ik nog heel goed.
Het uitzicht vanaf de achterdeur in januari 2017.
Of het klopt is niet zeker maar wel dat het spannende tijden waren.
De situatie zag er onbeloopbaar, zelfs gevaarlijk uit, ik zag maar 1 oplossing: een minikabelbaan aanleggen vanaf de deur tot de poort met aftakkingen naar schuur en garage. Je moet toch wát?
Het was nog een lastig karwei voor de buurman die ik daarvoor gevraagd had.
Hij klaarde de klus, staande op een gemotoriseerde arrenslee wamt die bood ruimte voor ladder en materialen. Een buitengewone prestatie en dan die gezellige belletjes, de hele buurt genoot mee.
Het was een fantastische ervaring, plaatsnemen op een stoeltje met zachte zitting, op knopje drukken en daar zoefde ik naar de poort, stuurde naar links voor de schuur, vijf meter verderop naar de garage. En terug. Ik waande me in Zwitserlaagland.
Niks last van gladheid, het liep gesmeerd.
Jammer dat het na een paar uur ging dooien.
Soms droom ik er nog van.
==

winter

Winterbezoek

Ik zag de winter voorbij gaan. Van de ene naar de andere straat.
Voorop liep zijn vrouw, te herkennen aan de ijsketting om haar hals.
Wow! dacht ik bewonderend, bijna winter en dan nog in decolleté, een wereldwijf.
Ze keken rond, op zoek naar een goede plek. Op de Alpen waren ze uitgekeken.
Af en toe overlegden ze: hier ijzel, daar poedersneeuw? Skiën doet men hier nier niet, plak dan maar?
Kom alstublieft hier, wenkte ik, wijzend naar onze wijk.
Ze aarzelden, knipoogden en zwaaiden slechts.
Jammer.
Ze riepen nog wat: Tot Kijk!
Ik zwaaide terug, ’n beetje mat.
Maar zegt men niet: hoop doet leven?

winter

Sneeuwbloem

Met hernieuwde belangstelling bekeek ik deze foto, gemaakt op 30-11-2010.
Een vroege sneeuwbui die rap wegsmolt, nèt lang genoeg bleef liggen om de camera te zoeken.
Ik haalde het. Toen was ik zelf ook nog rap.
Vroege sneeuw, snelheid.
Das war einmal.

winter

Dag winter

De oude winter trok het niet meer.
Met moeite blies hij nog éénmaal  de vrieskoude noordooster aan.  Hijgend verspreidde hij de wind in stotende vlagen over het land. De vorst kwam niet verder dan een graad of negen, een enkele tien.
Sneeuwwolken seinden hem in: kannie nog? Hij knikte.
En waaierde ze traag her en der. Het waren de allerlichtste, grote opslag verwees hij naar het noorden.
Hij rustte even. De witte schoonheid gaf hem een extra vleug energie, net genoeg om kleine verstuivingen te veroorzaken.
Hij overzag zijn werk. Het was goed zo, vond hij. En genoeg.
Zachtjes blies hij zijn laatste adem.

Geen categorie·winter

Het gaat vriezen en dan echt

Pas op, aanstaand weekend arriveert de vorst. Houd hem zoveel mogelijk buiten voor je tenen eraf vriezen.
Ik dacht terug aan het eerste jaar van ons trouwen.
Het werd winter en koud.  Door de simpele manier van verwarmen voelde het kouder aan dan we nu ervaren maar het was niet echt een probleem,  we hadden een kachel en elkaar.
Die kachel echter, een kolenhaard, stond in de huiskamer.
De rest van de woning was onverwarmd, alleen in de douchecel hing een elektrisch wandkacheltje.
In de slaapkamer was het stervenskoud, de lakens en kussens voelden aan als ijsplaten; in bed stappen stond gelijk aan een duik in de Poolzee en aan kruiken dachten we niet. We dachten eigenlijk nergens aan behalve aan ons tweetjes.
Alleen die koude slaapkamer viel tegen.
Het beste was om de ander het eerst te naar boven te laten gaan zodat je in een voorverwarmd bed kwam.
Zodoende hadden we iedere avond het voorrangprobleem:
‘Ga jij maar vast naar bed, ik kom zo.’
‘Nee hoor, ik wacht wel.’
En ritsen was geen optie.