Sneeuwbloem

Met hernieuwde belangstelling bekeek ik deze foto, gemaakt op 30-11-2010.
Een vroege sneeuwbui die rap wegsmolt, nèt lang genoeg bleef liggen om de camera te zoeken.
Ik haalde het. Toen was ik zelf ook nog rap.
Vroege sneeuw, snelheid.
Das war einmal.

Advertenties

Dag winter

De oude winter trok het niet meer.
Met moeite blies hij nog éénmaal  de vrieskoude noordooster aan.  Hijgend verspreidde hij de wind in stotende vlagen over het land. De vorst kwam niet verder dan een graad of negen, een enkele tien.
Sneeuwwolken seinden hem in: kannie nog? Hij knikte.
En waaierde ze traag her en der. Het waren de allerlichtste, grote opslag verwees hij naar het noorden.
Hij rustte even. De witte schoonheid gaf hem een extra vleug energie, net genoeg om kleine verstuivingen te veroorzaken.
Hij overzag zijn werk. Het was goed zo, vond hij. En genoeg.
Zachtjes blies hij zijn laatste adem.

Het gaat vriezen en dan echt

Pas op, aanstaand weekend arriveert de vorst. Houd hem zoveel mogelijk buiten voor je tenen eraf vriezen.
Ik dacht terug aan het eerste jaar van ons trouwen.
Het werd winter en koud.  Door de simpele manier van verwarmen voelde het kouder aan dan we nu ervaren maar het was niet echt een probleem,  we hadden een kachel en elkaar.
Die kachel echter, een kolenhaard, stond in de huiskamer.
De rest van de woning was onverwarmd, alleen in de douchecel hing een elektrisch wandkacheltje.
In de slaapkamer was het stervenskoud, de lakens en kussens voelden aan als ijsplaten; in bed stappen stond gelijk aan een duik in de Poolzee en aan kruiken dachten we niet. We dachten eigenlijk nergens aan behalve aan ons tweetjes.
Alleen die koude slaapkamer viel tegen.
Het beste was om de ander het eerst te naar boven te laten gaan zodat je in een voorverwarmd bed kwam.
Zodoende hadden we iedere avond het voorrangprobleem:
‘Ga jij maar vast naar bed, ik kom zo.’
‘Nee hoor, ik wacht wel.’
En ritsen was geen optie.

Winter


Great, dikke sneeuw in wat nog net een echte winter is.
Bijzonder, het wattenwit voordat er voetstappen op komen.
De miniglitters in de zon.
De buxus met een groengevlekt kleedje.
Een totaalbeeld dat naar avonturen wenkt.
Knokkende ijsberen, een verdwaald rendier in het plantsoen, desnoods een ontsnapt konijn in de achtertuin.
Ik denk en stel het me voor, die wondermooie winterse uitbarsting.
Alsof het hier ook winter is.

Duister denken

Een groot voordeel van sneeuw is dat de omgeving oplicht in avond en nacht.
Zojuist keek ik naar buiten en zag dat er een nieuw wit waasje over de half verregende rest ligt. Dat maakt me blij, ’n beetje in ieder geval.
Een winter mag streng zijn, ijzig koud en bergen sneeuw brengen, ik houd van extremen ondanks de overlast.
Toch is er één ding van dit seizoen dat ik moeilijk kan accepteren en dat is de donkerte.
Heerlijk, zegt men, cocoonen, waxinelichtjes, knusjes bij elkaar zitten, dekentje om je heen.
Het klinkt me klef in de oren, het koeren ontbreekt nog. Het is hooguit gezellig voor een paar dagen, dan is de waxine op. Gewoon schemeren deden we altijd al zonder geknus.

De middagen zijn te kort, de avonden eindeloos, je gaat naar bed om te slapen tot het weer licht is.
Het feit dat ik weduwe ben maakt het er niet beter op. Tja, ik ga me geen nieuwe echtgenoot aanschaffen om een paar donkere maanden door te komen. Het zou wel handig zijn maar wat zeg je tegen zo’n man in februari? Houdoe en tot de volgende winter?
Liever zou ik een kamerkampvuur aanleggen.
Als de buren er niet op tegen waren. En er genoeg aanmaakhoutjes zijn. En…
Zie je nou wat die donkerte met me doet? Ik word er niet goed van.

Let op: WINTER !

We hebben het geweten.
– Blijf thuis!
– Code geel – oranje – rood – pimpelpaars –
– Gevaarlijk: gladde wegen!
– Reken op files tot in Siberië.
– Werk thuis als het kan.
– Ga de weg niet op.
– IJsvrij.
-💂‍♀️💂‍♂️
Tja.
Ik ben benieuwd naar de berichtgeving als het serieus winter wordt.
Hoe doen ze dat eigenlijk in landen waar vaker sneeuw valt? Geven ze daar een doorlopende waarschuwingskrant uit?

Het is nog maar januari

Hoe denkt de winter er dit jaar over?
Nogal losjes, lijkt het.
Lauwe temperaturen en een enkele nachtvorst waarbij een dun laagje rijp verschijnt dat je ’s morgens verbaasd doet opkijken. Wit? Koud? O ja, dat heet rijp.
Later op de dag vertoont zich een wolk hier en daar, een zich vervelende regenbui en baldadige  stormstoten. Een neutrale zon.
Het is niet veel.
Kindersleetjes staan in garages en op zolders, onnozel, wat weten zij ook van klimaten.Ik stap in snowboots en liefkozend trek ik  de bontwanten aan, alles past nog.
Verlangend wacht ik op sneeuwjachten maar het enige wat ik zie is de tijd die landerig voorbij glijdt, langzaam lichter wordend.
Als ik hem tegenkomt  mompelt hij slechts maar ja, wat moet een verwarde tijd ook zeggen.

De vorst arriveerde

Het gejuich van de bevolking hield niet over.
Men boog slechts het hoofd, voornamelijk om de thermometer af te lezen.
Er werden geen lopers uitgelegd, hoogstens verscheen een enkele plaid over oude knieën.
De vorst bekeek  het gebrek aan interesse; hij krabde aan een ijzig oor, dacht na en besloot de uitdaging aan te gaan.
Na een paar dagen bespeurde hij enige welwillendheid. In een van de noordelijke gebieden liepen mannen bij dag, nacht en ontij heen en weer, van sloot naar sloot, over knisperend gras,  een gepinde stok in de handen.
Ze staken in het ijs en bespraken de dikte.
De vorst knikte goedkeurend waarbij hij en passant een koude ademstoot over het land vleide.
‘Heel goed,’  blies hij.
De mannen met de gepinde stokken werden zelfverzekerder; ze gebruikten nu meerdere  malen hun telefoontjes en knikten wijs.
De media meldden zich.
De koning raakte geïnteresseerd. ‘Verwanten als we zijn…’ grapte hij intelligent met in zijn kielzog  zijn maximale waarde, de koningin.
De vorst fronste;  hij wilde enkel zijn winterkracht tonen, het volk een korte tijd sidderend laten genieten, dat was al.
Niets had hij op met de zelfgenoegzaamheid van kleine luiden.
Verstoord bekeek hij de wereldkaart.
Hij boekte en vertrok.
De mannen borgen hun gepinde stokken op.
De koning onthield zich van commentaar.