Het is nog maar januari

Hoe denkt de winter er dit jaar over?
Nogal losjes, lijkt het.
Lauwe temperaturen en een enkele nachtvorst waarbij een dun laagje rijp verschijnt dat je ’s morgens verbaasd doet opkijken. Wit? Koud? O ja, dat heet rijp.
Later op de dag vertoont zich een wolk hier en daar, een zich vervelende regenbui en baldadige  stormstoten. Een neutrale zon.
Het is niet veel.
Kindersleetjes staan in garages en op zolders, onnozel, wat weten zij ook van klimaten.Ik stap in snowboots en liefkozend trek ik  de bontwanten aan, alles past nog.
Verlangend wacht ik op sneeuwjachten maar het enige wat ik zie is de tijd die landerig voorbij glijdt, langzaam lichter wordend.
Als ik hem tegenkomt  mompelt hij slechts maar ja, wat moet een verwarde tijd ook zeggen.

De vorst arriveerde

Het gejuich van de bevolking hield niet over.
Men boog slechts het hoofd, voornamelijk om de thermometer af te lezen.
Er werden geen lopers uitgelegd, hoogstens verscheen een enkele plaid over oude knieën.
De vorst bekeek  het gebrek aan interesse; hij krabde aan een ijzig oor, dacht na en besloot de uitdaging aan te gaan.
Na een paar dagen bespeurde hij enige welwillendheid. In een van de noordelijke gebieden liepen mannen bij dag, nacht en ontij heen en weer, van sloot naar sloot, over knisperend gras,  een gepinde stok in de handen.
Ze staken in het ijs en bespraken de dikte.
De vorst knikte goedkeurend waarbij hij en passant een koude ademstoot over het land vleide.
‘Heel goed,’  blies hij.
De mannen met de gepinde stokken werden zelfverzekerder; ze gebruikten nu meerdere  malen hun telefoontjes en knikten wijs.
De media meldden zich.
De koning raakte geïnteresseerd. ‘Verwanten als we zijn…’ grapte hij intelligent met in zijn kielzog  zijn maximale waarde, de koningin.
De vorst fronste;  hij wilde enkel zijn winterkracht tonen, het volk een korte tijd sidderend laten genieten, dat was al.
Niets had hij op met de zelfgenoegzaamheid van kleine luiden.
Verstoord bekeek hij de wereldkaart.
Hij boekte en vertrok.
De mannen borgen hun gepinde stokken op.
De koning onthield zich van commentaar.

Winter?


Straks nachtvorst. Ongeveer -5°, aan de grond kan het van -7 tot -10 zijn.

Zou het er dan echt van komen? Niet  een doodlopend voorproefje?
Bekenden weten het: al enige jaren droom ik ervan, van die ingesneeuwde woningen en poolkoude ijsvlakte en krakende  slootjes.
Ik zie de ijsberen al over Peel en Maas zwerven, turend in een wak  met sluimerende prikjes,  voorntjes of misschien een forel. Vandaar naar de achtertuinen waar  honden bibberend hun behoefte doen en hopen dat ijsberen alleen vis lusten.
Van voordeuren naar trottoirs worden tunnels gegraven met sneeuwschuivers,  niemand die erdoor durft wegens instortingsgevaar zodat de helft van ons bijna verhongert en alvast de grootste pan opmeet met één oog naar de kat.
Stel dat je het zachte getrippel hoort van dunne pootjes wanneer plotseling een muizenvolkje met lege buikjes de keuken binnenkomt en om een broodje bedelt. Ach…
En nèt wanneer eenzamen dreigen te bevriezen en een paar zwervers al opgestapeld liggen voor het lijkenhuisje breekt de dooi aan. Snel en grondig warmt hij de verstijfden, blaast de sneeuwlaag op en iedereen komt weer bij bloed, voldoende om smeltwater en ijsberen tegemoet te treden.
Het lijkt me een spannend evenement.
Alleen die muisjes, daar is het zielig voor. Opgevreten door de kat.

ps Ik reken er niet op. Op die winter.

Winter in zicht


Vanmorgen liet zich een vlucht ganzen zien en horen. Dat laatste vooral.

Het leek een oefening;  ze vlogen rondjes, niet in V-formatie, bleven minutenlang in hetzelfde gebiedje hangen voordat ze verdwenen..
Met lichte weemoed keek ik omhoog en ze na.
Herfst bezorgt me elk jaar gemengde gevoelens.
Avondmist in de nazomer, de eerste nachtvorst. En nu de ganzen. Winter in het verschiet. Een oeroud liedje, ik weet het.
Het zou in mijn stemming  verschil maken als we konden uitzien naar sneeuw en ijs en barre kou.  Met televisiebeelden van ingesneeuwde opritten en wegglissende fietsen, de kat met een witte rug die bevroren muizen binnenbrengt (sorry voor de dierenvrienden) en dan, na de dag, in de luie stoel te zitten met het vooruitzicht op een ijzige nacht onder een slaperig  dekbed.
Boek en tablet binnen handbereik.
Zo’n winter die ik nu pas waardeer.

Geen winterse buien


Vanaf de ochtend zat ik  klaar voor een frisse boswandeling, wanten en antisliplaarzen voor het grijpen, wachtend op storm en winterse buien.
Nog geen drup of vlok gezien.Wel veel zon en een aardig briesje, niet slecht maa daar had ik mijn zinnen niet op gezet.
Af en toe beklom ik het dak om wind en buien uit te nodigen. In de verte was een klein winters wolkje waarneembaar,  wapperend wees ik naar onze straat met een overduidelijke ijskoude foto. Het hielp niet, de wolk dreef de verkeerde kant op.
Nu is het te laat;  mocht er alsnog een schlemielig wintertje zich vertonen richt ik de bladblazer en jaag het naar de noordpool. Daar komen ze koude tekort.
Ik hoef niet meer.
Zojuist klopte ik op de barometer; meteen schoot zijn wijzer op naar de g van ‘goed weer’.
Een simpel apparaat weet het beter dan de weerologen.
Wat leren ze eigenlijk op die scholen van tegenwoordig?

‘Het was een nacht….

.. die je normaal niet echt verwacht in bed…’

Aan ijsbanen denken en wegsoezen op schaatsen (ben ik allang verleerd maar erover dromen is ook voorpret),  wakker schrikken door een wak in het ijs waardoor ik bijna stikkend weer boven water kwam en het omgevallen glas uit mijn rug plukte (tonic, helaas), opnieuw wegdromen en in bergen halfbevroren insecten en Friese muizen terechtkomen die zwakjes protesteren tegen de WOC’s, en het ging maar door.
Ik geef het je te doen.
Terwijl ik me juist zo verheugde op de winter.
Sterker,  ik bad er om. Ongelovig stuurde ik verzoeken naar om het even welke god: let-it-snow  en  mijn-noren-willen-scoren.
Enfin. Nooit meer doen.
Doodloof werd ik wakker en bij het opstaan zag ik dat de vorst niets voorstelde.
Ik verschoonde het bed en verbande de winter resoluut.
Dan liever de lente.

IJs en weder dienende


Vandaag hing er een winters sfeertje. Zonnig met een droge, scherpe oostenwind en een ijsvloertje op het platdak, minimaal maar duidelijk.

Voorproefje van de komende kou, misschien zelfs van een barre Elfstedentocht? Het is nog steeds mogelijk ondanks het veranderende klimaat. Dan wel een èchte winter graag. Metertje of wat sneeuw, glijbaan op de Maas, iglo’s op de vennen.

Voor de zekerheid heb ik geoefend op het inschenken van verse chocolademelk en kopen van pennywafels,  je zou die lekkernijen bijna vergeten terwijl ze zo oerhollands zijn. Stel je voor, straks herkent men ze niet eens meer.
Welnu, ik heb het onder de knie,  ik kan dus gerust met een tentje op het ijs staan. Ook de smaak was goed, zij het wat teveel.
Hopelijk is tegen die tijd de misselijkheid over.