weg

Weg

Ik moet iets bekennen.
Soms wil ik weg. Zomaar. Gewoon opstaan en de deur uit.
Het waarheen is geen vraag. Het waarom nog minder.
Ik doe het nooit.

Als tiener deed ik het wel eens, meestal na een ruzie die als smoes kon gelden. Witheet trok ik naar boven en propte een tas vol met ondergoed, schriften en restjes zakgeld en vertrok op de fiets. Die zagen me nooit meer terug, gromde ik.
Pa, moe, broer en zus grijnsden me na.
Helaas woonden we in een tieneronvriendelijke omgeving, dooie dorpen met hier en daar een café waar ik niet aanklopte omdat ik te weinig geld had en in de bermen durfde ik niet te slapen. Voor enge beesten was ik altijd al bang.
Uiteraard kwam ik terug, de deur was nooit op slot..

Nu heb ik geen ruzies nodig om weg te willen.
Ook word ik niet witheet genoeg om tassen vol te proppen, als ik weg ging zou ik alleen geld meenemen.
Waarom wil ik dat dan?
Dat weet ik niet, eerlijk niet.
Maar ik wil het.
=

weg

Weer even weg geweest/weggeweest.

Waarheen en waarom, is de -dubbele-  vraag.
Nou gewoon, weg. Daarom.
Het ‘gewoon’ was zeer geslaagd.
Het ‘daarom’ een fijne aanleiding.
Ik kan het iedereen aanbevelen, neem het er eens van en ga gewoon. Zomaar.

Daarom is geen reden’ heette het vroeger.
Dat toenmalige onbegrip, niet te geloven.
Men zei maar wat, vooral opvoeders lulden een end weg.
Ouders, onderwijzers, buurvrouwen, (niet-)kerkelijken, tantes en zussen, veel van hen wisten een kind uitgekookt te manipuleren met dit regeltje.
Onder een dwingende blik, acuut schuldgevoel en gehoorzaamheid opwekkend, verraadde je doel en reden van wat dan ook.
Soms was de nieuwsgierigheid bevredigd, niet altijd.
Afhankelijk van opvoeder’s karakter hengelde men naar details. Die je niet naar behoren kon uitleggen want een kind kent zichzelf niet altijd, ook vroeger niet. Je wist nog niet  wat ze wilden horen.
Gelukkig waren er smoesjes.
Als katholiek had je die altijd in voorraad, dit in verband met de biecht die al vroeg werd behandeld zodat je er tijdig het nut van inzag.
‘Waarom stal je die koekjes?‘ Luid gefluister.
‘Ik had zo’n honger…’ Quasi zielig.

Ik dwaal weer af.
Maar ik ben weer en blog.
==