Mooi weer? Tja…

Vanmorgen werd ik wakker met een zere keel en een dik hoofd.
Ik wijt het aan overmoed, gisteren, zonder jas de windvlagen trotserend, een buurpraatje in de zon, ramen lappend. Die dingen.
Intussen knapte ik weer op.
Maar voor alle zekerheid adviseer ik dit te lezen met een oogkapje.

=

IJs en weder dienende?

Hoewel ik graag een strenge winter tegemoet zie vind ik deze zachte dagen ook prettig.
Een uurtje zon, misschien iets langer, maakt het af.
Je loopt lekker. De was droogt fris. In het tuintje bezig zijn is aangenaam
Je zou buiten gaan zitten als je een plek of terras op het zuiden had.
Het gewas houdt er ook wel van, nieuwe scheuten hier en daar en de passievrucht heeft gezelschap gekregen. Nog knalgroen maar wie weet kleurt hij alsnog.
Ook zag ik nieuwe sprieten uit het plastic grasmatje opkomen, kun je nagaan.

Toch hoop ik op winterweer, desnoods maar een week, dat lijkt me niet teveel gevraagd.
Je kan wel met bussen schuimsneeuw te werk gaan maar dat is zo ongeloofwaardig, voor en achter het huis een reepje wit, de winter zou zich krom lachen en er een extra zonnetje op zetten. Dan krijg je zo’n smeerboel.
Er zit, vrees ik, niets anders op dan sneeuw en ijs af te smeken. Als ongelovige kan ik niet met een echt gebed aankomen maar elke avond een klein versje lijkt me een goed begin:
Onze lieve heertje
geef slecht weertje…

 

.

Grijs en nat

 

 

 

 

 

De maartmaand is tot nog toe naatje
wat is dat nou voor ’n klimaatje
crèmen overbodig
paraplu hard nodig
bij’t ondermaatse zonnetje
dat
-verhuld in een japonnetje
van wolkig grijs en tegenzin-
het uur schijnt af te wachten
om met fatsoen weer heen te gaan.
Dat gierig maartse zonnetje,
ik zou het kunnen slaan.
=

Nooit goed

Noem me ondankaar, een zeurpiet, een zeikwijf, maar ik word dat weer zo moe.
Zo droog, zo vaag. Zo saai.
Ineens heb ik er genoeg van.
In de zon mag het mooi en zomers lijken, het is zo véél van hetzelfde.
Daar word ik net zo ongedurig van als van lange regenweken.
Af en toe een onderbreking zou me blij maken.
Niet te lang natuurlijk, een paar dagen regen, storm, onweer met vurige flitsen die knallend donderen, rommelend in de verte.

Vanmorgen zag ik ijs op het platdak en werd bijna lyrisch. Hoera, een winterweekend, bibberend naar truien zoeken (hoe zien die er ook weer uit?), straks erwten kopen en een bovenpoot.  Handenwrijvend dook ik onder de douche en verbeeldde me dat ik al kippevel had. De thermostaat omhoog, halleluja.
Helaas, het stelde niets voor.
Eer dat de radiators warm waren was het ijs al gesmolten.

Lusteloos pook ik in de droge tuin,  klimops en druivenstruiken zijn bijna kaal, uitgedroogd.
Het leeft niet meer, de grond ziet er doods uit.
Zelfs het onkruid wil niet meer groeien.
Laat ik dat dan maar als een voordeel zien en hopen dat ik morgen uitgemopperd ben.
=

Weerman, onbestendig.

‘Goedenavond dames en heren. Het sneeuwt en dat blijft de eerste dagen zo. Lastig op de weg maar prachtige beelden van het landschap…’
volgende dag
‘Het sneeuwt buitengewoon veel. Prachtige beelden maar lastig op de weg.’
dag 3
‘Het sneeuwt maar door. Prachtig en lastig.
dag 4
‘Het sneeuwt nog steeds. Lastig, prachtig…’
dag 5
Zucht. ‘Het sneeuwt, blijft dat zo?’
dag 6
‘Sneeuw….’
na een week
‘Sneeuw, snik…’
achtste dag
‘SNEEUW, o mijn god… sneeuw, neee…’
negende
‘Goedenavond dames en heren kijkers, ik val in voor onze vaste weerman die opgenomen is met acute depressieverschijnselen en als die kl… sneeuw nog lang duurt GA IK HEM ACHTERNA’
‘Goedenavond iedereen, ik ben de Verschrikkelijke Sneeuwman..
===

Regenconcert


Kletsend plenzend,  dan weer druppelsgewijs.
Als pauze een gelijkmatig gedeelte, gestadig, monotoon, een slaapmiddel bijna.
Plots een uitbarsting,  ssssjj,  opende zich een hemelse niagara? Duistere wolk erboven, antracietkleurig en somber. En verbleekt, verandert. Alweer.
Lichtgrijs, nog net geen blauw, sproeit sprieterige druppels, nauwelijks voelbaar, toch nat.
Allengs krijgen ze body en groeien samen op tot een volwassen bui.
Kwartieren, minuten, alle variaties in tijd en volume komen langs.
Plassen dijen uit en zakken weg, groeien weer aan. Borrelen en vallen bijna stil, rimpelen weer op.
Nat, half droog, kledder, drijf, dampend en dan weer druipnat.
Regendagen saai?

Droog

De zon is half weg, schemer lonkt.
Wolken naderen. Ze zoeken een geschikte locatie om te lossen, ze strekken de handen uit om de droogte te peilen, zie je hun vingers boven daken en bomen?

Het wordt nu langzaam donker. Koppig blijf ik buiten, wachtend op regen, dikke plensbuien met grote druppels en kleinere voor de lis en wisteria.
Het gesleep met gieter en sproeiers ben ik spuugzat maar ’n beetje spuug is niet toereikend voor de  bloemen.
Aaarrrg, de wolken gaan voorbij.
Zucht.
Misschien dat er vannacht nog eentje langskomt, een die water over heeft en compassie met-of-voor de tuintjes in onze buurt.
En anders dondert ‘ie maar op.

Mooi weer

Het leek wel vakantie.  Zon, blauwe lucht, draaglijke wind.

Ondanks hoop op een strenge winter (die intussen krimpt en krimpt) waardeer ik deze lentevoorbode zeer.
Voor grondwerk is de tuin te stijf bevroren anders had ik tulpen geplant en het vijvertje opgeschoond, nu houd ik het op schaatsen, misschien morgen al. Op 1 m³ kun je een flinke haal maken, eventueel koop ik kleinere noortjes.
Nadat het achterpad was geveegd nam ik de voordeurstoep onderhanden.  Verderop in de straat was ook al iemand aan het voorjaren, hij zwaaide met de tuinschaar en floot er bij. Kennelijk waren we aanstekelijk, binnen een kwartier was  iedereen aan het knippen, plukken en schrobben, je wist niet wat je zag.
De buurkat lag te zonnen op een autodak,  een paar hondjes verdrongen zich voor het raam en keken kwispelend; zij hadden er natuurlijk bij willen zijn.
Het was een uitbundige middag waarbij we graag wat muziek hadden gehad maar ja,  het vriest nog en wie kent er nou een ijs-elijk lenteliedje.