Water en zo

Ruw geschat heb ik de halve watervoorraad van de provincie opgedronken.
Van Earth Overshoot Day  was ik me niet bewust, ik heb er een paar weken over gedaan.
Was lekker.
De achtertuin heb ik ook zijn dorst gelest.
Voor het eerst in de tropische dagen heb ik extra gesproeid, beter gezegd, de tuinslang op de grond gelegd en het water een poos laten lopen.
Van die dingen in droge tijden.

Op het ogenblik is het windstil, zacht, aangenaam.
Ik ga buiten zitten, dacht ik, en deze keer met een glas wijn, luisteren naar die typische buurtgeluiden die een zomeravond zo zoetjes maken. Zacht gebabbel, ploppende bierdoppen, ijsblokjesgetinkel. Sfeer.
Ik hoorde niets.
Zijn ze links en rechts op vakantie.
==

Koel onderduikadres…


…tot na de warmte.
Je ziet nog net een stukje van mijn tenen.
Je begrijpt dat ik de plaats streng geheim houd. Ik moet er niet aan dènken met een heleboel mensen op een kluitje te zitten, nu is het er nog fris.
Het is een fijne plek, hooguit wat krap. Daarom heb ik me voor leeftocht een buurwatertje toegeëigend, warmte breekt wetten.  Erg makkelijk, één hand uitstekend heb ik iets eetbaars te pakken. Soms zit er een vers visje bij maar die eet ik niet, ze kijken me zo droevig aan en hoe zou ik ze moeten slachten en bakken?

Het voordeel van dit onderkomen is het gebruikersgemak. Geen onderhoud, bij verhuizing spoel je het weg, simpel. Ik kan het iedereen aanbevelen.
Je moet er alleen op letten dat er voldoende luchtbellen aanwezig zijn want echt, je kunt niet zonder.

Ik neem nog een dieptebad. Daarna een worstenbroodje met een glas tonic-citroen, misschien tref ik het kikkertje van de sloot verderop. Gezellig.
Het is hier geweldig.
=
ps.
Mocht je een geschikt watertje vinden, hoed je dan voor eenden. Ze zijn brutaal en vertrappelen je waar je bij staat.
=

Warm

Iedereen zal de zon hebben gezien en de warmte gevoeld.
Ik ook.
Het zag er zo aanlokkelijk uit dat ik het water in ben gegaan. O heel voorzichtig hoor, eerst met een teen, dan een voet, toen liet ik me gaan.
Jongens jongens , wat was dat lekker. De zon kwam van één kant maar de andere kant was ook heerlijk.
En maar poedelen, water opgooien, ik leefde me helemaal uit.
Niet te lang natuurlijk, voor je het weet is de aardigheid eraf.
Daarom ben ik er na tien minuten uit gestapt, greep de handdoek en draaide de douchekaan dicht.
==

Fris dagje

Het lag op de grond en was vloeibaar.
Inderdaad, dat was ik.
Minstens eenmaal per jaar overkomt het me bij een warme dag, heb ik dat al verteld?
Dan smelt ik.
Vanmorgen liep ik naar het vijvertje om het verhitte hoofd te drenken. Ik haalde het niet, net voor de rand zeeg ik ineen en verwaterde.
Toen bleef ik maar liggen, te warm om me te heropbouwen.
Het was een mooie plek. In de schaduw van een hosta, tussen kleefkruid en een druivenrank, rondom wuifden of woven een paar irissen.
De vogels die in de vijver zwommen keken verrast op. Ze beschouwden me als een veilig pierenbadje voor hun kinderen die meteen op mijn buik sprongen.
Netjes stelde ik me voor,  ‘Hatweeo, aangenaam.’
Ze zeiden niets terug, konden natuurlijk nog niet praten.
Ik lag lekker.
Af en toe blubde ik wat, blies bellen voor de kleintjes, dutte weg en werd weer wakker. Knipoogde naar een waterluis.
Een uur geleden ben ik weer in mezelf gekropen. De vogels keken sip, ik troostte ze met een verkruimeld mariabiskwietje. Hadden zij ook een geslaagde dag.
Een smelttrip, zonder papaver of paddenstoel, helder van geest blijvend en zonder last van hinderlijke naweeën.
Ik kan het iedereen aanbevelen.

 

Water en vuur

Vlammetjes en regelmatig-bewegend water hebben iets gemeen. Ze zijn rustgevend.
Zomers merk je het aan zee of zodra je de tuinsproeiers aanzet.  Golfgeruis en druppelgetik maken slaperig, de rest schuift naar de achtergrond.  Het zal de ritmiek zijn.
Met een ontspannen lijf zit je ernaast, het is niet voor niets dat je bijna in slaap valt. Of helemaal.

Nu is het de kersttijd die dit teweeg brengt.
Ik herinner me de nerveuze spanning van vroeger; het gezeul met een (toen nog) echte boom. Drukke kinderen, hond, kat en echtgenoot
Maar ook dan, als het klaar was en het nieuwtje er af raakten we de  stress kwijt. Deze keer door de kaarsen aan te steken.
Starend in en luisterend naar vlammetjes en hun geknetter was de sfeer even volmaakt. Het duurde zolang het kersttijd was en tot de kaarsjes op waren.
Het idee van een vredige kerst is -voor mij –  eerder gebaseerd op deze rust dan op het geboorteverhaal.
Trouwens, het valt op dat de hoofdrolspelers in de stal er ook altijd sereen bij zitten; ze hadden daar vast een vuurtje of zijn het onze kaarsen?