vuur

Eeuwig vuur

Nog eens over de natuurelementen.  Over vuur.
Daar dacht ik aan toen ik een gesmolten waxinelichtje in leven wilde houden. Er bleef een laagje vloeibare was over waarin een brandend lontje dreef, ik liet het staan en de volgende morgen brandde het nog. Pas in de loop van de ochtend doofde het uit.
Vuur   kun je niet opslaan als lucht, water en aarde. Deze drie kun je in een potje doen en  bewaren, ze gaan dood maar de substantie blijft. Vuur niet, het heeft altijd brandstof nodig voor zover ik weet.
Het lijkt me ontzettend handig een potje vuur in voorraad te hebben. Alleen al het idee dat je het hebt weten te temmen lijkt me spannend maar dat zal waarschijnlijk nooit gebeuren.
Dat zagen we in Australië waar men alleen maar kon wachten tot het brandhout op was of  mocht hopen op de tegenhanger water om de branden te blussen

Nu lees ik in een artikel in Trouw dat er in China -in de provincie Ningxia- een kolenlaag bestaat die eeuwig brandt.
Maar het is niet wat ik bedoel. Weliswaar is er doorlopend vuur, maar enkel door de aanwezigheid van brandstof.
Google op ‘eeuwig vuur’ en je vindt verschillende indrukwekkende voorbeelden.
Stuk voor stuk gevoed.
Maar ik blijf vurig hopen.
==
Update
Er was een plaatje van vuur in een potje, dat is verdwenen.
Het zal opgebrand zijn.

vuur·water

Water en vuur

Vlammetjes en regelmatig-bewegend water hebben iets gemeen. Ze zijn rustgevend.
Zomers merk je het aan zee of zodra je de tuinsproeiers aanzet.  Golfgeruis en druppelgetik maken slaperig, de rest schuift naar de achtergrond.  Het zal de ritmiek zijn.
Met een ontspannen lijf zit je ernaast, het is niet voor niets dat je bijna in slaap valt. Of helemaal.

Nu is het de kersttijd die dit teweeg brengt.
Ik herinner me de nerveuze spanning van vroeger; het gezeul met een (toen nog) echte boom. Drukke kinderen, hond, kat en echtgenoot
Maar ook dan, als het klaar was en het nieuwtje er af raakten we de  stress kwijt. Deze keer door de kaarsen aan te steken.
Starend in en luisterend naar vlammetjes en hun geknetter was de sfeer even volmaakt. Het duurde zolang het kersttijd was en tot de kaarsjes op waren.
Het idee van een vredige kerst is -voor mij –  eerder gebaseerd op deze rust dan op het geboorteverhaal.
Trouwens, het valt op dat de hoofdrolspelers in de stal er ook altijd sereen bij zitten; ze hadden daar vast een vuurtje of zijn het onze kaarsen?