Vriendjes en vrijers

Mijn  turbulente liefdesleven begon al vroeg.
Als klein meisje was ik idolaat van een jongetje dat een straat verderop woonde. Helaas, het geloofswater was te diep: hij zat op de openbare school, ik op de roomse.
Een paar jaar later ontdekte ik de dorpsnozem en wat voor een. Hij had een knetterbrommer, enorme vetkuif vóór en een kippekontje achter op zijn hoofd, goddelijk. Jammer genoeg had hij geen oog voor kinderen als wij.
Eenmaal in Brabant aangekomen viel ik direct op de mooiste jongen van een naburig dorp. Verstaan deed ik hem niet maar knap dat hij was, knàp, ik word nog week nu ik aan hem terugdenk. Serieuze verkering zat ook hier niet in, hij vond me tuttig dat ik cola dronk. Ja zeg, ik was net veertien.
Daarna wachtte me een aardige jongen op bij school. Met hem wilde ik alleen ’s avonds de straat op, hij was minstens twee koppen kleiner en mijn broer en zus pestten me. Tja.

Na het eindexamen mocht er officieel een vrijer thuiskomen.
Prompt diende er zich een aan.
Een donkere Oost-Europese man met antieke opvattingen: ik mocht met niemand dansen dan met hem, moest sigaretten voor hem halen, naar hem luisteren
Niettemin raakte ik in zijn ban tot hij serieuze plannen kreeg. ‘Jij maakt het huis gezellig en ik werk voor jou en de kindjes…’
Hoe kreeg hij het verzonnen.

De vader van de op een-na-laatste had een bedrijfje in de bouwsector. Zoon wilde dat uitdragen; hij overlaadde me met liefdesbetuigingen op zijn vaders schrijfpapier met daarop het officiële briefhoofd. Kwam ik thuis, lag er weer een vensterenvelop van de firma V.  Ach gut, alsof een meisje daarvan onder de indruk raakt.
Hij begreep niet eens waarom de romantiek vervloog. De sneue.

Over de eindkandidaat kan ik kort zijn.
Hij slaagde cum laude.

lip2