exit zonnebloem

Verslapt hangt Heliant haar kroon
vermoeid en wars van vlagvertoon
ze is niet meer het zon-icoon
alleen nog maar een ondertoon
van wat ze was in’t landschapsschoon.
De rest zou volgen, het patroon
van droogte is nu dood-gewoon
natuur betaalt slechts hongerloon.

Advertenties

Twee dichters

Een dichter met sneue gedachten
zat op inspiratie te wachten.
maar geen der ideeën
stemde  tevrejen.
Hij traande. Hij leed en hij smachtte.

Een andere dichter, een vlotte,
die dacht slechts aan lach en hij spotte,
geen ernst, zonder diepgang
zong liever een lofzang
op feesten. En leut van de zotte.

©Bertie

Drie versjes (herzien)

Het leven is geen lolletje
zo sprak een ijskoud snolletje
geen passanten
geen contanten
zelfs geen warrem wolletje
=
Het leven is geen lolletje
zo sprak het bonte knolletje
mijn pa is zwart
mijn moe ‘n kwart
en ik? Een spermadolletje
=
Het leven is geen lolletje
zo sprak het parasolletje
de zon is hot
brandt me kapot
de gaten in mijn bolletje
=

 

vers van hebzucht


Ik miste dingen die’k niet had
en nooit bezitten zou
een nieuwe tas in wit-met-blauw
pianoles
regenlaarzen in het rood
een knuffelbeer
ze maakten mijn verlangens groot.
Toen kreeg ik boeken
met  verhalen
van
kinderen, ze stalen,
armoedig in hun rafels
de moeders  stil en ziek
een oma leed aan rimmetiek.
Ik las en las
opdat ik maar zou snappen,
mijn wensen moest ik schrappen.

Het hielp geen bal
nog steeds mis ik
de dingen die’k niet heb
en nooit bezitten zal.

© Bertie

Oud strandversje

Zandkrant

Op zomerzand
in Ameland
lag een natte krant
nogal onthand.
Hij was nog net te lezen.

De zon bescheen
een ‘handgemeen
in Amstelveen
waarbij een been
gebroken lag te wezen

Het nat verdampte.
‘Kogel schampte
sportschoen stampte
het been verkrampte’
Het nieuws was nu volledig.

Een kouwelijke jutter
– een werkeloze vutter
arm en almaar blutter-
ontstak met veel geschutter.
de krant. Die brandde vredig
==
© Bertie