Klein spul

Nog meer opschoons. Dit was voor een schrijfclubje.

Al die regen
gatverdamme
maakt mijn hersens
tot een lamme
en een letterlege boel.

Zie me zitten,
suf te wachten
op een nobele
gedachte
uitgeteld in luie stoel.
©Bertie=

Door stikstof nu weer actueel:

Denkend aan Brabant zie ik wagens vol varkens
grommend langs oneindige maisvelden gaan.
(Met dank aan Marsman)
©Bertie=

 

Alsnog een vers.


Een rups in het plaatsje Ameide
verzwikte zijn voet op de heide
geen nood, sprak het dier
het is slechts een spier
ik breng jullie tijdig de zijde.

Hij kocht een knot wol en hij breide
een sok voor de voet die nu lijdde
hij nam een kwartier
plus twee potjes bier
waarna hij weer zijde bereidde.
=
© Bertie/Bertjens

Grenzen

Er liep een paardje in de wei
het voelde zich zo lente-blij
en huppelde rond moederpaard
die naar hem knikte, doodbedaard
ze liet hem dollen in het gras
ze wist precies wat goed voor’m was.

Het paardje zocht het verderop
het leerde snel, deed de galop
en draafde naar het prikkeldraad
daar hoorde hij een pril geblaat.
Hij stopte struik’lend, keek eens goed
en zag een zwarte schapensnoet.

Ze keken, roken, likten blij
daar in die lentegroene wei
ze draafden en ze dartelden
hun levenslustjes spartelden
het was een bijna-integratie.
Slechts de draad weerhield formatie.

Het moederpaard was zeer verstoord
dit was toch zeker niet wat hoort?
Ze zette koers naar’t dolle span
en deed het schaapje in de ban.
‘Tis niet alleen een ander ras,
maar ook die kleur, dat geeft geen pas’.

Het paardje ging met mama mee
het sprong nog wel maar reeds gedwee
hij keek nog eenmaal om naar’t lam
en berustte: ‘Goed hoor mam’.
Het zwarte schaap vergat hem snel
ze trof een witte, die mocht wèl.

© Bertie/Bertjens

.

 

Drie versjes (herzien)

Het leven is geen lolletje
zo sprak een ijskoud snolletje
geen passanten
geen contanten
zelfs geen warrem wolletje
=
Het leven is geen lolletje
zo sprak het bonte knolletje
mijn pa is zwart
mijn moe ‘n kwart
en ik? Een spermadolletje
=
Het leven is geen lolletje
zo sprak het parasolletje
de zon is hot
brandt me kapot
de gaten in mijn bolletje
=

 

Wie schrijft…


Ik schrijf, dus ik blijf.
Als ik stop met schrijven
zou ik dan niet meer blijven?
Wanneer ik weinig had geschreven
was ik dan maar half gebleven?
Als ik nooit schreef
en nooit ergens bleef
waar zou ik dan blijven?
Is dat te beschrijven?

Zorg  dat je schrijft
opdat je beklijft.

© Bertie

vers van hebzucht


Ik miste dingen die’k niet had
en nooit bezitten zou
een nieuwe tas in wit-met-blauw
pianoles
regenlaarzen in het rood
een knuffelbeer
ze maakten mijn verlangens groot.
Toen kreeg ik boeken
met  verhalen
van
kinderen, ze stalen,
armoedig in hun rafels
de moeders  stil en ziek
een oma leed aan rimmetiek.
Ik las en las
opdat ik maar zou snappen,
mijn wensen moest ik schrappen.

Het hielp geen bal
nog steeds mis ik
de dingen die’k niet heb
en nooit bezitten zal.

© Bertie

Oud strandversje

Zandkrant

Op zomerzand
in Ameland
lag een natte krant
nogal onthand.
Hij was nog net te lezen.

De zon bescheen
een ‘handgemeen
in Amstelveen
waarbij een been
gebroken lag te wezen

Het nat verdampte.
‘Kogel schampte
sportschoen stampte
het been verkrampte’
Het nieuws was nu volledig.

Een kouwelijke jutter
– een werkeloze vutter
arm en almaar blutter-
ontstak met veel geschutter.
de krant. Die brandde vredig
==
© Bertie