Als kind…

…schreef ik een boek
een heel dik boek
van minstens zestien vellen;
over Moortje onze kat
van ouders als een rechtend pad
en liefderijke zusmodellen.
Ook de school kwam aan de beurt
uiteraard in roz’ gekleurd
dan de kerk met god en hemel,
zaligzinnelijk gefemel
van engelen die braafheid kweelden
zoet als bloemen.  Woorden streelden
en penseelden
zacht mijn kinderlijk geloof
voor realisme was ik doof.
Gehoorzaam schreef ik mijn verhaal.
Een kind is willig materiaal.
© Decomenik

Fietsvers

We waren op de fiets gesprongen
want we voelden ons gedwongen
van de winter te genieten
dus we reesten door de straten
-het verkeer in alle staten-
toen het plots begon te gieten.

Nondedju wat ’n gedonder
éven leek het ons gezonder
af te stappen bij een kroeg
en een neutje in te nemen
bij de barjuffrouw wat flemen.
Helaas, het plichtsgevoel dat joeg.

Ergo, we trapten ons te pletter
bliksem flitste met geknetter
sportgevoelen sloeg op tilt
nooit hadden we zo luid geklaagd
in regen die zo sterk gevlaagd
ons lijf onwinters heeft verkild.

© Bertjens

Week van de poezie

Speciaal voor deze dagen teruggevonden.

Op het zomerzand
van Ameland
lag een natte krant
nogal onthand
je kon hem haast niet lezen.
_____
De zon bescheen
een handgemeen
in Amstelveen
waarbij een been
gebroken lag te wezen.
_____
Het nat verdampte:
… kogel schampte
… sportschoen stampte
… been verkrampte
het nieuws was nu volledig.
_____
Een kouwelijke jutter
-eigenlijk een vutter
arm en almaar blutter-
ontstak met veel geschutter.
de krant. Die brandde vredig.
©