Vooruitkijken, ongeduldig of gewoon dwars


Nu is er een herfstachtig weertje
Ik speur naar een ijs-elijk sfeertje
inwendig reeds kouwelijk
bedenk ik, aanschouwelijk,
een wollige sneeuwstorm, ik zweer’t’je.

We krijgen misschien ook een winter
natuurlijk zie ik dan een flinter
van bloemen en kalfjes
en zonnige zalfjes
en zie de gezichten getinter.

Daarna komt de lente, ‘kvoel hitte
smeer bruinsel tegen het witte,
wacht lijdzaam op juli
drink cool en eet culi-
-gezond en blijf luiig lang zitte.

Zomer. Ik denk aan de stormwind
aan blad dat als goud door de straat sprint
mijn hoofd staat naar misten
en bessen aan risten
niets dat me aan de augustusmaand bindt.
==

Advertenties

Vies versje

Er was eens een misselijk mens
ze voelde haar maag zeer intens
eenieder liep wijd om haar heen
ze zag niets, ze wilde alleen
de maag leeg, haar enige wens.

Ze nam een hap zout om te braken
en spande alvast hare kaken
teneinde te spuien het maal
in één grote vuilvette straal
van voedsel in diverse smaken.

Ze schoonde haar mond met een spuugslab
en veegde hem af aan haar nekkwab
‘Niks waard, dat gekots
tis tegen mijn trots.’
Toen nam zij als troost ene speklap.
=

Versje van onvermogen

Russen   Brexit   Unilever
je wordt van minder al een zwever
wat ik zou doen in Rutte’s plaats
me onthouden van veel praats
dan vroeg  ik Pechtold om te ruilen
ging ik zelf weer in de Kamer
rustiger en aangenamer
viel ik me geen grote builen
wordt hij de grote webbenwever
vult hij uitleg met gezever.
==
ps
D66 was mijn cluppie.
Nu twijfel ik.

Nazomer

Het was een natte dag vandaag
met een herfstig windidee
ik kookte aardappels, een laag,
dan melk, en vette boter voor ons twee.
De zon die vroeg me voor een reis
‘zeg, ga je mee? ’t Is altijd prijs.’
Natuurlijk deed ik dat terstond
wie wil dat niet, de wereld rond
van oost naar west
en op het lest
de suidersee
om in te sakken.
Pas toen ik thuiskwam
dacht ik aan
de aardappelpuree.
Die stond ze bruin te bakken.

© Bertie

Streng in de christelijke leer. Pseudo-olleke bolleke.

 Ollekebolleke is een dichtvorm.

‘Man,’ vraagt een gelovige
vrouw aan haar dovige
brave gemaal,
‘wordt het geen tijd dat ik
werpe een aardse blik
op de moraal?’

‘Vrouw,’ antwoordt echtgenoot
-schrik kleurt zijn wangen rood-
‘hoor ik dat goed?
Al die moderniteit,
niets voor een christenmeid,
hou je bij’t broed!’

© Bertie

Het brutale meisje

Dat dit vers nog bestaat wist ik niet. 
Ooit heb ik het ergens geplaatst, weet niet meer waar en wanneer, en plotseling was het kwijt.
Het is uiterst simpel van ritme en rijm maar het schrijven ervan was zo gezellig dat ik er niets aan heb verbeterd. Dat zou mijn plezier achteraf tenietdoen .

Er was er eens een meisje
dat bekte zo brutaal
haar ouders en de juffen
die zeiden menigmaal
‘pas op je woorden kindje
je komt nog in de goot’
ze lachte dan ten antwoord
‘ook daar verkoopt men brood’

Zo werd ze achttien jaren
haar grofte groeide mee
het kon niet missen dat ze
haar voordeel er mee dee
de vrijers konden dokken
voor elke verwarmend uur
de Mammon was haar afgod
ze diende hem met vuur

‘Mijn poesie is mijn passie’
dat werd haar wervingsleus
verborg de muntenhonger
in woorden zeer scabreus
brutaal bouwde zij prijzen
de hoogste hoogten in
totdat ze heel erg oud was
toen had ze hare zin.

Ze kocht een lieflijk huisje
al in een stichtend hof
en jaagde alle oudjes
de bomen in, zo grof
was ze tot aan haar sterven.
En voor men haar begroef
toen dichtte men haar lippen
met een dubbele schroef.

© Bertie/Bertjens

Aansluitend vers op vorig logje

Toen ik de keuken leerde kennen
met inbegrip van pot en pan
was het makkelijk te wennen
aan het smaakgebruik ervan.
Zaligheid te combineren
groenten vlees en verse sjuutjes
champignons met kaasfonduutjes
en de smaak te reguleren
tot een tongstrelend menuutje.

Nog steeds zal ik met graagte zoeken
in opwindend-zoete boeken
die getuigen van het eten
ondanks dokter’s beterweten.