virusversje (wijze Mack the Knife)


Op een koude winteravond
klonk een ijselijk en ziek gerucht
door heel China heen gedragen:
Virus Covid in de lucht.

Angstig sloten de ministers
alle poorten van het land
recruteerden vele wijzen
’t liep volledig uit de hand.

En Coviedje emigreerde
van de een naar d’andere staat
besmette alle continenten
trok zich niets aan van de haat

Werelds onmacht doet ons piek’ren
maar we gaan hem tegemoet
met een pleerol en emotie
tot zijn kwaad is uitgewoed.

En we wachten, en we wachten
en we wachten…

© Bertie Bertjens

Nog eenmaal corona

Een boterkuip Bona
twee toetjes van Mona
dat kocht mister Jona
in de staat Arizona.

Hij dacht met de rijmen
het virus te lijmen
dat het zou bezwijmen
door opzichtig slijmen.

Het virus? Dat lachte
om deez’ halvezachte
en zond -als verachte-
zijn zieke gedachte.
==

Kakelvers


Winter wordt oud
is wars van witte buien
er is geen sneeuw
geen tinkelend takkenwoud
waar ijzige splinters ruien.

maar om het even
de maand is vol beloften
we zien het in de grond
waar’t geheime leven
bericht naar boven zond
ik kom eraan
ik kom in groen
bestel de zon
stuur de winter met pensioen

Als het kon zou ik het doen
wie kan de winter nog verstaan
-=

 

Als het werkelijk warmer wordt…


zal ik zonder schoenen lopen
ga ik blote kleren kopen
badpakken met ijsblokknopen
naar gekoelde bioscopen

op vakantie in de polen
daar zijn vast nog een paar holen
waar je ijskoud rond kunt dolen
op zoek naar witte sneeuwviolen

in de allerlaatste jaren
ga’k de hemelzee bevaren
om van daaruit te ontwaren
hoe jullie het klimaat verklaren.
=

Nog één oudje..


..en dan schei ik er weer mee uit.
Onderstaand versje  was mijn allereerste Ollekebolleke, een dichtvorm die ik niet kende en  wilde proberen.
Het is een vrij makkelijke manier van dichten door het ritme, alleen de zes-lettergreep-woorden maken het lastig.

Ol-le-ke bol-le-ke
voor mij een nieuw probleem
want ik weet niet zo goed
waar het om draait.

Maar met dedáin voor de
líteratureluur
heb ik dez’ dichtvorm
nu toch nog gepaaid.

©Bertie/bertjens

Wakker worden.

De dag begon met weinig zin
ik zag het aan een wolk die
somber voor’t raam verscheen.
Da’s lekker, dacht ik, moet ik zo de morgen in?
Slomig en saai was het duffe beeld
van donker-wit naar
antraciet, als een narrige duivin.
En net zou ik  terug naar bed gaan toen
een tegendraads gezicht opkwam
schattig als een luchtgodin.
Ik klaarde op en knipoogde
naar het wonderlijke ding
‘weet je dat ik je bemin?’
-==
Bertjens/Bertie ©

Teruggevonden: versje Grand Hotel Europa

Loop je in Amsterdam
of in Venetië
voel je je vleugellam
en ruïneus.

Dat is hoe Ilja schreef
interessantsgewijs
Nieuw is het allerminst
wel modieus.
=
Dit Ollekebolleke  was ik kwijt. Ik schreef het nav het boek Grand Hotel Europa van Ilja Pfeijffer.
Geprezen, genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.
Er staan ontegenzeggelijk mooie stukjes in met prachtige zinnen, de titel is prima. Deskundigen zijn vol lof.
Maar daarom  hoef ìk het nog niet mooi te vinden.
(De beschrijving van het boek is makkelijk te vinden op Google.)
==

Versje uit de lucht gegrepen

Men hoort een vreselijk gerucht
er zwerft een bende in de lucht.
Nimbussen met kwaaie koppen
zullen oceanen droppen
gekners der tanden zal weerklinken
tot ze in het diep verdrinken
lage landen vallen dood
ondanks ervaren watersnood
en….
Cirrocu luistert en hij lacht,
‘dit is heel verkeerd gedacht
tis dom geklets, tis glad niet waar
het duurt nog minstens
dertien jaar.’
(Dat hij slecht in rekenen is
heeft hier geen betekenis).
==
© Bertie/Bertjens