Versje uit de lucht gegrepen

Men hoort een vreselijk gerucht
er zwerft een bende in de lucht.
Nimbussen met kwaaie koppen
zullen oceanen droppen
gekners der tanden zal weerklinken
tot ze in het diep verdrinken
lage landen vallen dood
ondanks ervaren watersnood
en….
Cirrocu luistert en hij lacht,
‘dit is heel verkeerd gedacht
tis dom geklets, tis glad niet waar
het duurt nog minstens
dertien jaar.’
(Dat hij slecht in rekenen is
heeft hier geen betekenis).
==
© Bertie/Bertjens

Advertenties

Arme zon


Ik ben zo moe
vol oeroud zweet
en niemand weet
van het taboe
dat me verbied
te stoppen met
dat schijnballet
zo hypocriet.
.
De ruimte is
een vat vol dwang
je leven lang
bemoeienis
je doet wat moet
en je begroet
de erfenis
van plichtsgevoel.
De ruimte is een dooie boel.
==

Avondrijm

Het is weer tijd voor rijmelarij
van o-wat-zijn-we-heden-blij
ik voel het aan mijn water
het is maar suffe beuzelarij
een makkelijke woordenbrij
een beetje taaltheater.

Je leest alhier aanstellerij
-en ook een scheut dikdoenerij-
van iemand met gesnater
maar niets is echt, tis liefhebberij
geen dichterlijke haarkloverij
en wordt het ’s avonds later
ontaardend in lolbroekerij
dan is het enkel leegloperij.
Voorbode van een kater.
==

Zonnevers.


Nu is het eindelijk zomer
zo sprak de bleke dromer
hij voelde prikkend zonnelicht
op zijn bleke buik gericht.

Hij rees omhoog en rekte lui
schurkte in de stralenbui
bracht zijn bed naar buiten
keek in spiegelruiten
en zag zijn geestverschijning
in schone fantasiebelijning.

Hij ging liggen en genoot
met het lijf en leden bloot
als een kunstig clair-obscur
wentelde om ’t halve uur
tot zijn lichaam was verkleurd.

– Ik voel me heerlijk opgefleurd
sprak de gewezen blekerd
en zei toen, zelfverzekerd,
– Zalig zij de zomer
nu ben ‘k een gouden dromer
=

© Bertie

Nog één versje. Oudje, herzien.


Hoewel ik me had voorgenomen
tijdig in mijn bed te komen
zit ik nu nog steeds met lome
hersenen te dromen
van die ene ouwe ome
die, met nauw’lijks in te tomen
haast, vertrok naar Rome.
Hij wilde met paus  Fransje bomen
baden in de Roomse stromen
niets weerhield de ietwat schrome
man: hij zóu er komen!
Ja, het was een echte vrome.

De vrouw van ome was mijn tante
een schilderachtige, charmante
en bijzonder vlotte bijdehante.
Zij droeg een onderbroek met kant’ en
riep de ganse dag ‘Je chante’
en ‘notre Franse gouvernante
est une bel-le éléphante’.
Ze wist veel van Roomse wanten
(ze las de boulevardse kranten!)
dronk het allerliefst spumante
en vereerde een bacchante.
Ja, ze was een zeer astrante.
=
© Bertie Bertjens

Lekker dagje


‘Kom naar buiten beste mensen
ik heb vandaag de zon besteld
laat het werk nu even zitten
denk es effe niet aan geld
kom van blauwe lucht genieten
laat je plichten nu maar schieten
neem de fles met zonnebruin
strijk je vel totdat hij glanst
zet een stoel op stoep of tuin
zie de hommel die daar danst’

Zo riep de zonnedag ons op
en ik deed het.
Het was top.
=