Nog één versje. Oudje, herzien.


Hoewel ik me had voorgenomen
tijdig in mijn bed te komen
zit ik nu nog steeds met lome
hersenen te dromen
van die ene ouwe ome
die, met nauw’lijks in te tomen
haast, vertrok naar Rome.
Hij wilde met paus  Fransje bomen
baden in de Roomse stromen
niets weerhield de ietwat schrome
man: hij zóu er komen!
Ja, het was een echte vrome.

De vrouw van ome was mijn tante
een schilderachtige, charmante
en bijzonder vlotte bijdehante.
Zij droeg een onderbroek met kant’ en
riep de ganse dag ‘Je chante’
en ‘notre Franse gouvernante
est une bel-le éléphante’.
Ze wist veel van Roomse wanten
(ze las de boulevardse kranten!)
dronk het allerliefst spumante
en vereerde een bacchante.
Ja, ze was een zeer astrante.
=
© Bertie Bertjens

Advertenties

Incident M. Kroon. Versje.

Marco viert carnaval
doet daar aan blaasvoetbal
pliesie heft vinger op
dit is geen gein.

Marco toont al te kwaad
produktieapparaat
defensie spreekt zich uit:
orde moet zijn.
-=

https://www.nu.nl/binnenland/5840142/om-vervolgt-marco-kroon-voor-uitdelen-kopstoot-aan-agent.html

Lekker dagje


‘Kom naar buiten beste mensen
ik heb vandaag de zon besteld
laat het werk nu even zitten
denk es effe niet aan geld
kom van blauwe lucht genieten
laat je plichten nu maar schieten
neem de fles met zonnebruin
strijk je vel totdat hij glanst
zet een stoel op stoep of tuin
zie de hommel die daar danst’

Zo riep de zonnedag ons op
en ik deed het.
Het was top.
=

Groen versje

Een boerenkool en een stang prei
lopen samen in de wei
‘Weet je,’ zegt de prei aanhalig
‘-ook al is het wat schandalig –
dat ik aldoor van je droom?’

‘Tis toch niet waar?’ spreekt dan de kool
‘van lolligheid en louter jool?’
‘Ach, mijn schat,’ antwoordt de prei
‘waarom zo spottend tegen mij?
Heb jij geen liefdeschromosoom?’

‘Begrijp je niet, ‘zegt kool,  ‘da’k dorst
naar piepers, vette spek en worst.’
hij bezwijmt haast bij’t idee
maar de prei zegt: ‘Jeminee’
en zij bloost beschaamd van schroom.
==
© Bertie

Voor een plaatje is geen tijd, over vijf minuten met ik weg.
Doeg

Die hond.

Toen puppy-lief een valsaard werd
bekeek hij kat en kippen
anders dan de tijd daarvóór.
Hij likte steeds zijn lippen
bij’t zien van de onnozelen
die door zijn glurend blikveld stapten
en van zijn hongerige smoel
geen ene mallemoere snapten.

De kat werd maarts-verleidelijk
en streek met krolse krullen
langs die van het kwaaie dier
die ’t liefst met haar zijn bak zou vullen.
Grommend en gemeen-chagrijnig
zat de rothond daar te wachten
tot zijn baas niet slechts de kat
maar alle kippen zou gaan slachten.

Maar de baas nam zijn geweer
en schoot de slechte hond terneer.
=

Theetijd

 

Er is een mankement
ik mis een stukje brein
nooit eerder was herkend
die afgezaagde lijn
het ongeweten euvel
dat in mijn naïef hoofd
slechts leidde tot gekeuvel
van origine beroofd.

Het is pas laat ontdekt
toevallig net vandaag
tis heel vlug uitgelekt
en overgoot gestaag
mijn pedante zelf-idee
van artistieke zonden.
Mistroostig zit ik aan de thee.
Ik ben te licht bevonden.
=
©Bertie Bertjens