versje

Verdord versje

De droogte duurde voort
er was geen frisser oord
geen regen aan de poort
slechts  dorre wind uit noord.

We zagen door de ruit
een spreeuw. Wat dorstelijk gefluit
meer was er niet als buit.
Toen gingen we maar uit

en reden langs de Maas
er liep wat vee te graas
in gras met bruinig waas
de ogen stonden daas.

Het pontje vaarde scheef.
De stroming die het dreef
en langs de boorden wreef
had weinig lust te geef.

We reden terug naar huis
in droge lucht-met-ruis
piepend door het gruis
als een verkouden muis


Het weerbericht was pet:
opnieuw een zonballet.

versje·ziek

virusversje (wijze Mack the Knife)


Op een koude winteravond
klonk een ijselijk en ziek gerucht
door heel China heen gedragen:
Virus Covid in de lucht.

Angstig sloten de ministers
alle poorten van het land
recruteerden vele wijzen
’t liep volledig uit de hand.

En Coviedje emigreerde
van de een naar d’andere staat
besmette alle continenten
trok zich niets aan van de haat

Werelds onmacht doet ons piek’ren
maar we gaan hem tegemoet
met een pleerol en emotie
tot zijn kwaad is uitgewoed.

En we wachten, en we wachten
en we wachten…

© Bertie Bertjens

versje·winter

Kakelvers


Winter wordt oud
is wars van witte buien
er is geen sneeuw
geen tinkelend takkenwoud
waar ijzige splinters ruien.

maar om het even
de maand is vol beloften
we zien het in de grond
waar’t geheime leven
bericht naar boven zond
ik kom eraan
ik kom in groen
bestel de zon
stuur de winter met pensioen

Als het kon zou ik het doen
wie kan de winter nog verstaan
-=

 

versje

Nog één oudje..


..en dan schei ik er weer mee uit.
Onderstaand versje  was mijn allereerste Ollekebolleke, een dichtvorm die ik niet kende en  wilde proberen.
Het is een vrij makkelijke manier van dichten door het ritme, alleen de zes-lettergreep-woorden maken het lastig.

Ol-le-ke bol-le-ke
voor mij een nieuw probleem
want ik weet niet zo goed
waar het om draait.

Maar met dedáin voor de
líteratureluur
heb ik dez’ dichtvorm
nu toch nog gepaaid.

©Bertie/bertjens

versje

Wakker worden.

De dag begon met weinig zin
ik zag het aan een wolk die
somber voor’t raam verscheen.
Da’s lekker, dacht ik, moet ik zo de morgen in?
Slomig en saai was het duffe beeld
van donker-wit naar
antraciet, als een narrige duivin.
En net zou ik  terug naar bed gaan toen
een tegendraads gezicht opkwam
schattig als een luchtgodin.
Ik klaarde op en knipoogde
naar het wonderlijke ding
‘weet je dat ik je bemin?’
-==
Bertjens/Bertie ©