Avondrijm

Het is weer tijd voor rijmelarij
van o-wat-zijn-we-heden-blij
ik voel het aan mijn water
het is maar suffe beuzelarij
een makkelijke woordenbrij
een beetje taaltheater.

Je leest alhier aanstellerij
-en ook een scheut dikdoenerij-
van iemand met gesnater
maar niets is echt, tis liefhebberij
geen dichterlijke haarkloverij
en wordt het ’s avonds later
ontaardend in lolbroekerij
dan is het enkel leegloperij.
Voorbode van een kater.
==

Advertenties

Zonnevers.


Nu is het eindelijk zomer
zo sprak de bleke dromer
hij voelde prikkend zonnelicht
op zijn bleke buik gericht.

Hij rees omhoog en rekte lui
schurkte in de stralenbui
bracht zijn bed naar buiten
keek in spiegelruiten
en zag zijn geestverschijning
in schone fantasiebelijning.

Hij ging liggen en genoot
met het lijf en leden bloot
als een kunstig clair-obscur
wentelde om ’t halve uur
tot zijn lichaam was verkleurd.

– Ik voel me heerlijk opgefleurd
sprak de gewezen blekerd
en zei toen, zelfverzekerd,
– Zalig zij de zomer
nu ben ‘k een gouden dromer
=

© Bertie

Nog één versje. Oudje, herzien.


Hoewel ik me had voorgenomen
tijdig in mijn bed te komen
zit ik nu nog steeds met lome
hersenen te dromen
van die ene ouwe ome
die, met nauw’lijks in te tomen
haast, vertrok naar Rome.
Hij wilde met paus  Fransje bomen
baden in de Roomse stromen
niets weerhield de ietwat schrome
man: hij zóu er komen!
Ja, het was een echte vrome.

De vrouw van ome was mijn tante
een schilderachtige, charmante
en bijzonder vlotte bijdehante.
Zij droeg een onderbroek met kant’ en
riep de ganse dag ‘Je chante’
en ‘notre Franse gouvernante
est une bel-le éléphante’.
Ze wist veel van Roomse wanten
(ze las de boulevardse kranten!)
dronk het allerliefst spumante
en vereerde een bacchante.
Ja, ze was een zeer astrante.
=
© Bertie Bertjens

Lekker dagje


‘Kom naar buiten beste mensen
ik heb vandaag de zon besteld
laat het werk nu even zitten
denk es effe niet aan geld
kom van blauwe lucht genieten
laat je plichten nu maar schieten
neem de fles met zonnebruin
strijk je vel totdat hij glanst
zet een stoel op stoep of tuin
zie de hommel die daar danst’

Zo riep de zonnedag ons op
en ik deed het.
Het was top.
=

Groen versje

Een boerenkool en een stang prei
lopen samen in de wei
‘Weet je,’ zegt de prei aanhalig
‘-ook al is het wat schandalig –
dat ik aldoor van je droom?’

‘Tis toch niet waar?’ spreekt dan de kool
‘van lolligheid en louter jool?’
‘Ach, mijn schat,’ antwoordt de prei
‘waarom zo spottend tegen mij?
Heb jij geen liefdeschromosoom?’

‘Begrijp je niet, ‘zegt kool,  ‘da’k dorst
naar piepers, vette spek en worst.’
hij bezwijmt haast bij’t idee
maar de prei zegt: ‘Jeminee’
en zij bloost beschaamd van schroom.
==
© Bertie

Voor een plaatje is geen tijd, over vijf minuten met ik weg.
Doeg