verhaaltje

Man met pech

Echt te erg.
Direct al bij zijn geboorte heeft zijn moeder alleen magere melk. De wieg ligt trouwens ook niet lekker, het matrasje prikt.
De kleuterschool valt tegen, gegarandeerd is hij de laatste in de rij als de juf plaatjes uitdeelt.
Op de scholen wordt het niet beter en wanneer er laptops in de klas verschijnen krijgt hij het derdehands nood-apparaat uit het archief.
Hij blijft optimistisch, ééns zal het toch anders worden? Hij gooit er extra weesgegroetjes tegenaan en nog een paar.
Het helpt niet.
Hij sukkelt door het leven maar blijft koppig bidden en hopen op betere tijden.
En warempel, op een dag lijkt het er van te komen: hij wint een zeer grote prijs.
Jubelend brengt hij een paar mooie uren door met aangename bankzaken en het bestellen van een villa inclusief personeel.
Deo eindelijk Gratias roept hij naar de wolken.
Helaas, net als hij de sleutel in de nieuwe deur wil steken vergaat de wereld.
Goh, denkt de man,  onverbetelijk tot in zijn laatste minuten, ik heb altijd netjes geleefd, nu mag ik vast wel naast God zitten.
Komt hij daar, bestaat God niet.
==
apocalypse-2996136__340

verhaaltje

Nietszeggend verhaaltje

Een vrouw die doorlopend praatte werd daar zo moe van dat ze er op een dag genoeg van had.
Met dit besluit viel ze stil.
Ze zei niets en dat was alles.
Niemand zei er iets van. Sterker, men bewonderde en volgde haar.
‘Eindelijk rust,’ dacht men.
De stad werd allengs kalmer.
Daarna was er alleen het geluid van dieren, apparaten, mechanismen en natuur.
Op internet werd gezwegen.
Het werd een wonderlijke rage.
N I E T S typte men.
Een paar ruimtereizen werden zonder bombarie opgestart, getwitter kwam slechts van vogels.
Het niets kreeg de aarde in zijn greep, breidde zich uit, er werd niets meer gedaan en gedacht.
Tamme dieren en gewassen stierven uit, zij konden niet leven van niets. Mensen gingen dezelfde weg, de hype had te lang geduurd.
En toen de ruimtereizigers terugkwamen landden ze op een verwilderde aarde.
Hun opgedane kennis van de ruimte was niets waard.
Ze wisten niet wat te zeggen.
En startten de aarde weer op
verwilderdtiger-1517222__340
==

verhaaltje·weglopen

Weg

Kwaad was ik, witheet en beledigd tot op het bot.
Ik mocht niets meer zeggen maar dat hoefde ook niet. Razend sjeesde ik naar boven en pakte een tas in met kleren en spulletjes, griste mijn laatste guldens bij elkaar en stampte de trap af.
De fiets op.
Weg. Definitief.
Her en der sloeg ik een paar zijwegen in.  De verkeerde, ik zou naar de pont moeten richting stad of naar het station voor de trein. Maar beiden kostten geld en dat had ik niet genoeg. Misschien het politiebureau? Zij wisten vast wel gratis slaapplaatsen. Toch maar niet, ze zouden me naar huis brengen. Ze kunnen barsten.
Weer een andere weg, het werd vervelend, koeien, koeien, maïs, als ik nou es daarin ging liggen voor het donker werd? Niemand die me ziet in dit gat.
Daar was het volgende dorp waar een paar klasgenoten woonden, ik keerde om. Terug naar een ander landweggetje.
Uiteindelijk stapte ik af en liep de berm in, sprong over een greppel met fiets en al en wurmde me tussen  hoge maïsstengels.
Wat nu. Ik wist het niet, huiverig voor ongedierte durfde ik niet te zitten of liggen.
Hongerig, kwaad, moe en bang. Straks zou het donker worden of een boer zou  zijn veld controleren en me wegjagen of aanranden en o god, afschuwelijke taferelen schoten door mijn hoofd.  En het licht op de fiets was kapot.
fietsgirl-1906405__340
In arren moede en schemer ging ik terug.
Buiten zag ik door het achterraam dat er een voetbalwedstrijd op tv was, de spelers zagen er aangeslagen uit.
Net goed.
Stilletjes sloop ik de trap op.
==
De voetbalwedstrijd is verzonnen. ☻

verhaaltje

Verhaaltje voor het slapen gaan

Waarover zal het gaan?
Spannende dingen? Zoet maanlicht?  Over gewone dingen als deuren nalopen, nachtgoed zoeken, tanden poetsen, laatste plas, nog even het net op?
De laatste optie kan beroerd aflopen, in verhaaltjes zijn de onderwerpen eigenzinnig, ze onderwerpen zich juist niet.
Stel, je loopt de deuren na.
Het eerste slot gaat soepel maar piept. Wat? Hoe kan dat? ‘Pie-ie-iep’, dwingend. Je tuurt in  het sleutelgat , een oog staart terug, je schrikt je lam van de paarse pupil die gif uitstraalt. En dan moet je je tanden nog poetsen, met die enge borstel….
Dan ga je toch niet meer vertellen over gewone dingen?
Neenee, ik neem de maan waarvan het licht een verrukkelijk parfum uitstrooit en alle verliefden samenbrengt in een roes  van zoete vrijpartijen waarin ze zo hard zuchten dat zij bijna stikt en hij de ambulance belt en pie-ie-iep… hela, wat is dat nou, komt die van de gewone dingen inbreken.
Spanning is niet aan de orde, daar slaap je slecht van met dromen die spannender zijn dan je bedoelde.
Oké, dan maar een verslagje.
Het is nog te vroeg  om te gaan slapen maar een mens kan er alvast aan denken, hoe hij de deuren controleert en de huisdieren uitlaat, nachtgoed klaar legt op de kruk bij de wasbak en twijfelt over een extra douchebeurt,  de laatste bonbons op het nachtkastje zal zetten, misschien die film zal meepikken of een podcastje luisteren.
En kijk, dan wordt het vanzelf bedtijd.
==
verhaaltje

Vreemde dieren

Er stond een paard te wachten toen we langs de wei fietsen. Hij wenkte ons en schudde met zijn manen.
We stopten.
– Dag paard, wat is er aan de hand?
– Schele hoofdpijn.
– Wablief?? Heb je daar vaker last van?
Hij draaide zijn hoofd en wees op het gestreepte dek. ‘Was vorig jaar al antiek,’  mopperde hij.
– Vraag een nieuwe voor je verjaardag,  zeiden we.
Hij snoof. -Ik wil een koekje. Twee koekjes.
We troffen het, een onwijs paard. En ontevreden erbij.
We zwaaiden, stapten weer op en reden naar huis.
Daar aangekomen draaide de kat om onze benen, duwde en snorde.
Zijn bakken waren nog niet leeg, we wisten niet wat hij wilde.
Hij wees naar zijn bek.
Grinnikte man: misschien wil hij ook een koekje, twee koekjes.
De kat ging meteen mooizitten, ik zou zweren dat hij knikte.
==

verhaaltje

Nachtleven, laatste versie.

‘Bijna tien uur, zullen we….’
Ze knikt.  ‘Wacht, de koffie nog.’  Kijkt dan op, ‘wat is er man, geen zin?
Hij legt geen spullen klaar,  zijn schouders hangen.
‘Vrouw, ik ben moe, het reizen is me te zwaar al is het virtueel. Laat me rusten…’
Ze kijkt naar hem. Zijn bleekheid doet haar schrikken en ze laat de koffie staan.
Ze kleden zich uit, zij helpend met zijn nachtgoed, pakken elkaars hand.
In trage pas lopen ze de trap op. ‘Zo fijn dat we dit nog kunnen,’ fluistert hij.
Ze antwoordt met een kneepje en brengt hem, zijn vermoeidheid in acht nemend, voorzichtig naar zijn vaste plek in hun bed.
Zelf blijft ze op de rand zitten, ‘dokter bellen?’
‘Nee…  alsjeblieft, weet je nog, de belofte…’
Ze weet het nog, zo spraken ze het af.
Na verloop van tijd  rekt hij zich uit, hij kraakt een beetje.
’Ik moet gaan vrouw.’
Ze houdt hem stevig vast, het helpt niet.

Ze kust  hem zachtjes.
Haar leven staat op zwart.
==

verhaaltje

Nachtleven. Versie 2

‘Bijna tien uur, zullen we?’
Ze knikt.  ‘Wacht, de koffie nog.’ Ze heeft het nodig, koffie sterkt en houdt wakker.
Hij legt de spullen klaar, portefeuille met bankpas .
Na de laatste slok kleden ze zich om, elkaar helpend met luchtige jurk en colbert.  Ze pakken elkaars hand.
In gelijke pas stappen ze de gang in. ‘Zo fijn dat we dit nog kunnen,’ fluistert hij.
Ze antwoordt met een kneepje.
In de juiste straat mengen ze zich tussen de kijkers.
Ze kijken rond, hopend op genante sensatie.
En ja.
‘Zie je dat?? Die onderbroek…hihihi.’  ‘Ja zeg, te gek gewoon.’  ‘Ze zal het wel koud hebben in zo’n gatending.’ ‘Och, achter glas…’
‘Die kerels moeten hoge nood hebben…’ ‘Misschien, alleen kijken is ook spannend. Jeetje, wat een hoop jong volk loopt er tussen.’
‘En wij,’ giechelt ze , ‘jammer toch dat we vroeger niets van seks mochten weten.’
Hij fronst. ‘Laten we dit ook maar geheimhouden, voor je het weet zijn we vieze oudjes.’
‘Nou en?’ vraagt ze ondeugend. ‘Dat bord betekent zeker paaldans.’
Na verloop van tijd  rekt hij zich uit, hij kraakt een beetje. ’We moeten gaan.’ ‘Je rug?’  ‘Ja…’
Ze gaapt. ‘Eerlijk gezegd word ik er moe van, weinig variatie in die vrouwen.’
‘Maar we weten nu wat er te koop is. Net echt, hier te lopen met een dikke portemonnee.’
Voorzichtig staan ze rechtop, leggen de portefeuille weg.
Reiken naar de knop.
Het scherm gaat op zwart.
=

Geen categorie·verhaaltje

Nachtleven. Versie 1

‘Bijna tien uur, zullen we?’
Ze knikt.  ‘Bijna, de koffie nog.’ Ze heeft het nodig, koffie sterkt en houdt wakker.
Hij legt de spullen klaar. Infraroodkijker en heupfles met rum.
Na de laatste slok kleden ze zich om, elkaar helpend met  laarzen en dichte jassen, wollen mutsen over de oren.  Ze pakken elkaars hand.
In gelijke pas stappen ze.  ‘Zo fijn dat we dit nog kunnen, fluistert hij.
Ze antwoordt met een kneepje.
Op een goede plek laten ze zich zakken.
Ze kijken het duister in, hopen op gevaarlijk wild.
En ja.
‘Zie je dat?  Best een groot beest,’  huivert ze.
‘Nou! Mooi ook. En daar, kijk daar eens, is dat een ….   jeeee… het is een panter. Die ogen… ‘
‘Ssssst…’
Ze kijken, vergeten de infrarood, talen niet naar de rum.
Na verloop van tijd rekt hij zich uit, hij kraakt een beetje.’We moeten gaan. ‘Je rug?’  ‘Ja…’
Ze gaapt.  ‘We zullen weer lekker slapen’.
Voorzichtig staan ze, leggen kijker en rum weg voor morgen.
Reiken naar de knop.
Het scherm gaat op zwart.
=

Sint en Santa·verhaaltje

Santa en Sint

Dit is een herhaling, sla gerust over.

De kerstman had er genoeg van.
Zweefslee, luchtrendieren, rinkelbel. Weg ermee.
De plaatsvervangers in winkels en scholen waren hem ook een gruwel. De een was lelijk, de ander leek niet op hem, de volgende kon er niets van en degenen die al dronken waren werden straalbezopen..
Nog een geluk dat de middenstand de cadeauverzorging had overgenomen.
Nu wilde hij ook van de rest af.
Hoe zou die Europese Klaas hier over denken, hij had een vergelijkbaar baantje. Van de andere kant, die man was vreselijk oud, zou die nog willen veranderen?
Hij nam een kloek besluit en belde.
‘Ja?’ sufte iemand slaperig.
‘Santa hier, goedemiddag. Bent U meneer Klaas?’
‘Jazeker,’ de stem werd wakker, ‘goedemiddag collega. Ik hoef geen kerstcadeau en U krijgt ook niets. Ik zeg het maar vast.’
‘Neenee, ik weet het, U bent Dutch. Ik vraag me alleen af of U dit werk nog met plezier doet.’
Sinterklaas viel stil. Een minuut, twee, drie. Toen liet hij zich gaan.
‘Santa, ik ben mijn baan aan het afronden. Ik heb genoeg van politiek, blokkeervolk, witgeschminkte Moren, jammerende beledigden, jengelende kinderen, onwillige knollen, zeezieke reisjes op stinkende stoomboten, ontevreden ouders, rare namaaksels, slechte jenever, valse grijnzen, en…’
‘Hohoho maar Klaas, ik snap het helemaal.’
‘Sorry Santa, ik viel uit mijn rol. Nog een paar dagen en dan mag het. Een rusthuis voor oude mannen, daar ga ik naar toe. Lezen, tv kijken, dutjes doen, kaartje leggen met andere moede mannetjes. Ga met me mee, laat de mensen het zelf opknappen, dat doen ze immers toch al?’
‘Mmmmm, dat klinkt great, wanneer ga je?’
Eerste Kerstdag. Als je wilt kun je nog net iedereen uitzwaaien, weten zij veel.’
De kerstman dacht een paar seconden diep na.
‘Top, ik ga mee. Nog even de rendieren het bos insturen. Waar treffen we elkaar?’
‘De Ritz. Goeie koffie en een beste borrel. Vergeet je niet je pakkie uit te trekken?’
‘Komt goed Klaas, tot vrijdag. Zet de whiskey maar koud.’
‘Bokma, Santa, maar dat leren we je wel. Doei.’

Dit besluit viel drie jaar geleden en niemand had het in de gaten.
Maar nu weet U het.
==
-© Bertie Bertjens.

verhaaltje

Snipperdag

Rond acht uur ontwaakte ze met knipperende wimpers en gaapte een langdurige geeuw, zette zich daarna sierlijk rechtop.
Traag werkte ze zich naar de rand van haar bed en tastte naar een roze muiltje.
Peinzend keek ze naar haar andere been en liet het ten slotte naast het eerste glijden. Bedachtzaam schoof ze de voet in ’n eender muiltje.
Nu was ze echt wakker.
Ze ging staan en werkte zich traag door de ochtendrituelen, af en toe stoppend om een blik te werpen op het raam, de deur, of een ander object en soms bleef ze zelfs onbeweeglijk enige minuten in dezelfde houding staan,  starend naar niets.
Om een uur of tien was ze voldoende gesoigneerd om te ontbijten.
Ruisend in haar ochtendjapon liep ze naar de keuken; ze pauzeerde in de hal waar ze zich geruime tijd bij een bloemstuk (‘van Anthony, with love) ophield.
Met fraai geloken ogen snoof ze de geur op en glimlachte met dezelfde love in haar glanzende kijkers.
Aan de eetbar genoot ze elegant en onzichtbaar kauwend van sinaasappelsap en vetarme frutsels.
Ze onderbrak de maaltijd herhaaldelijk om minutenlang betekenisvol in de spiegel te kijken. En naar haar telefoon alsof ze een spannend bericht verwachtte.
Haar ogen vulden zich met charmante tranen toen ze aan hun laatste ruzie dacht. Waarom had hij het gedaan, vroeg ze zich af, waarom had hij haar belogen? Geruime tijd hield ze deze gedachte vast en bleven haar ogen glinsteren, evenwel zonder over te lopen. Zacht snuffend bette ze voorzichtig  de mascara
De rest van de ochtend besteedde ze aan het opruimen van ontbijtresten.
En almaar bleef Anthony door haar hoofd spoken, ze zag telkens flitsen van hem voor haar geestesoog dat werkte als een camera.

Zij en Anthony, ze waren beiden workaholics.
Ze werkten zelfs in hun vrije tijd.
Ze waren soap-acteurs.

Bertie. ©