verhaaltje

Snipperdag

Rond acht uur ontwaakte ze met knipperende wimpers en gaapte een langdurige geeuw, zette zich daarna sierlijk rechtop.
Traag werkte ze zich naar de rand van haar bed en tastte naar een roze muiltje.
Peinzend keek ze naar haar andere been en liet het ten slotte naast het eerste glijden. Bedachtzaam schoof ze de voet in ’n eender muiltje.
Nu was ze echt wakker.
Ze ging staan en werkte zich traag door de ochtendrituelen, af en toe stoppend om een blik te werpen op het raam, de deur, of een ander object en soms bleef ze zelfs onbeweeglijk enige minuten in dezelfde houding staan,  starend naar niets.
Om een uur of tien was ze voldoende gesoigneerd om te ontbijten.
Ruisend in haar ochtendjapon liep ze naar de keuken; ze pauzeerde in de hal waar ze zich geruime tijd bij een bloemstuk (‘van Anthony, with love) ophield.
Met fraai geloken ogen snoof ze de geur op en glimlachte met dezelfde love in haar glanzende kijkers.
Aan de eetbar genoot ze elegant en onzichtbaar kauwend van sinaasappelsap en vetarme frutsels.
Ze onderbrak de maaltijd herhaaldelijk om minutenlang betekenisvol in de spiegel te kijken. En naar haar telefoon alsof ze een spannend bericht verwachtte.
Haar ogen vulden zich met charmante tranen toen ze aan hun laatste ruzie dacht. Waarom had hij het gedaan, vroeg ze zich af, waarom had hij haar belogen? Geruime tijd hield ze deze gedachte vast en bleven haar ogen glinsteren, evenwel zonder over te lopen. Zacht snuffend bette ze voorzichtig  de mascara
De rest van de ochtend besteedde ze aan het opruimen van ontbijtresten.
En almaar bleef Anthony door haar hoofd spoken, ze zag telkens flitsen van hem voor haar geestesoog dat werkte als een camera.

Zij en Anthony, ze waren beiden workaholics.
Ze werkten zelfs in hun vrije tijd.
Ze waren soap-acteurs.

Bertie. ©

verhaaltje

‘I spy’

Er zat een verhaal in mijn hoofd.
Over Amerikaanse en Russische spionnen van oost naar west en vice versa die supergeheime geheimen stalen en verkochten en terugkochten en stiekem winst maakten die ze niet eerlijk met hun bazen afrekenden waardoor de hoofdpersoon zelf opgejaagd werd en bevriend raakte met de mooie dochter van het hoofd Inlichtingendienst ergens in de Balkan maar die westerse ideeën aanhing tot ze verliefd werd op een zuidpoolbewoner met goldfingers  die een vermomde pinguin was en in onmin leefde met buurman zeewolf en…
Spannend joh.
Net een echte spionageroman.
Daarin raak ik ook altijd de draad kwijt.
==

verhaaltje

Therapie, verhaaltje.

De lastige tiener Lenny werd naar een therapeut gestuurd.
– Alstublieft, verzocht de moeder, probeert U haar wat fatsoen en manieren bij te brengen, ons lukt het niet.
De man deed zijn best Hij luisterde, knikte en luisterde nog meer.
= Meneer, ik kan het niet helpen, klaagde Lenny, mamma moppert altijd, ik moet van alles en mag nooit wat, alles moet naar haar wil, ik doe het nooit goed….=
De therapeut gaf aan dat hij ook met de moeder wilde spreken, de narigheid moest toch èrgens vandaan komen. Ze kwam, hij luisterde en knikte.
= Meneer, ik kan er niets aan doen dat ik zo geworden ben,klaagde ze, mijn moeder, Lenny’s oma, was zo bazig, mijn vader had niets te vertellen, vreselijk en zo was het met alles….=
Bedachtzaam knikkend vroeg de therapeut de oma te spreken.
Ook naar haar luisterde hij.
= Meneer, mijn moeder was erger dan Kenau, dan word je vanzelf lastig en dat geef je ongewild door… huiverde oma.. =
Overopoe leefde nog en werd opgeroepen.
=Meneer, kakelde ze, mijn moeder was een feeks en sloeg met de heibezem tot er geen tak meer aanzat, ik heb vreselijk geleden…=
Ten slotte kwamen ze bij Eva.
= Meneer, ik had geen moeder en heb daar zeer onder geleden.
Ik had een onbegrijpelijke schepper die niet door had wat hij in elkaar knutselde maar wel een bespottelijke eis stelde met een gluiper als handlanger. Dàt is de werkelijke erfzonde.
Hoe kan een vrouw hiermee dealen, daar raakt ze vanzelf gestoord van en de nakomelingen ook. En nu word ik alsnog op het matje geroepen…. =
In de therapeut ontstond een vage gedachte aan begrip maar hij zei niets.
Hij knikte slechts en luisterde.
===

.

nacht·verhaaltje

Nacht (herzien)

Bangelijk luister ik naar de wind,  in stormen als deze kan van alles gebeuren. Niet hier, mompel ik mezelf gerust, die ritsel is een loshangende tak, het schijnsel een manestraal en…..
Oh ja?
Verstijfd staar ik in onbekende ogen.
‘Had je niet gedacht hè?
‘Ga weg,’ piep ik.
Zijn adem blaast vreemde geuren en beroert  mijn arm. Panisch stomp ik in het wilde weg, en weer.
Hij verdwijnt, ik blijf achter, bevend.

Het tocht, stond het raam
open?
Bibberig sta ik op en sluit het, veeg wat zand weg… zand?
Dan val ik flauw.
=

belasting·sprookje·verhaaltje

Belastingsprookje

De aankondiging grijnsde ons aan. ‘Download, vergeet Uw DiGiD niet… enzovoorts.’
Die vervelende belasting, gromde man, moet dat?
-Ja schat, kalmeerde ik maar we kunnen aftrekposten bedenken, als we nu eens…
We belden en informeerden, vroegen naar data en kilometers, kopieën, en zie,  met zíjn lef en míjn verzinsels kwamen we tot nooitgedachte uitgaven. –Weet je nog dat kapotte wiel van de fiets die je nodig had om naar de tandarts te gaan?
We vulden in. De laptop werkte mee, hij kwam op een heel aardig aftrekbedrag.
We box-ten verder en ook daar creëerden we gunstige uitkomsten. Great! Highfivend klikten we op Verzenden.

We brandden kaarsen en baden twintig maal de rozenkrans. Het werkte.
Van de eerste teruggave kochten we een paar mooie pandjes. Nu bezaten we twee extra woningen waarvan we de huurpenningen opstreken.
Zo zalig, dromerig door de Rivièra te zwerven, zonder geldzorgen, hoogstens het zand uit de sandalen te moeten schudden. We genoten.
De volgende terugbetaling was voldoende voor de aankoop van de hele straat en het duurde niet lang of we hadden het volledige dorp in handen.
We waren rijk en werden natuurlijk gefêteerd en uiteraard kreeg echtgenoot een mooie ketting. Ach, dat burgemeestertje spelen, aandoenlijk hoor maar liever keken we uit naar de volgende stappen. We kochten provincies, landen, werelddelen tot we de aarde bezaten en nooit meer belastingformulieren hoefden in te vullen.
Dat deden onze onderdanen.
=

verhaaltje

Koud

Het is stil in de kamer. De laptop suist zacht, in duet met gespetter van de kaars die bij tochtvlagen flakkert. Aardig beginnetje, beetje tè?
De tocht is vervelend en ik trek een vest aan.
Ik zit aan de toetsen en tik. Mijn brein doet zijn best, de combinatie van suizel en vlam stuurt me richting romantiek.
Hm. Hoe valt dat te rijmen met een rillerige rug en kriebelkeel, voor romantiek helpt warmte beter. Ik zoek sokken.
Enkele vernieuwende ideeën dienen zich aan.
Het zijn er niet veel en ze  laten zich met moeite vangen.
Verdorie, ik had me verheugd op een nieuw verhaal, dacht dat ik er van zou opknappen.
Eerder krijg ik het kouder en ga op zoek. Alle ramen zijn dicht, themostaat staat op 22 graden, te hoog maar ik ril nog steeds. Het is duidelijk dat ik niet in orde ben, zelfs mijn voeten worden niet warm.
Enfin, nog even doorbijten.
Het vest rits ik op tot de kin, trek de sokken hoog op en ga weer aan het bureau.
Geen goed idee. Ik zit en kijk en denk en weet niets.
Ook het kaarsengeflakker stoort me. Hoe kan dat eigenlijk? Met gesloten ramen?
Nogmaals de ronde doen en dan zie ik overgordijnen waaien. Nu weet ik waar de trek vandaan komt.
De tuindeuren erachter staan op een forse kier.
Had ik zelf gedaan, na het lappen niet goed afgesloten.
Ik vloek, door het gebibber niet zo hartgrondig als ik zou willen.
Er rest niets anders dan de laptop te sluiten.
Eerst warm worden.
==

verhaaltje

Rimpels

‘Ik ga!’
‘Graag!’
Witheet stampt ze naar de deur. Woest is ze.
Hij is zo mogelijk nog kwader en houdt zich met moeite in.
Televisie kijken als afleiding is het verstandigste. Luisterend naar het nijdige gestommel ziet hij niets van het programma.
Langzaam ebt het gebonk weg evenals zijn drift. Ze staat nu bij de voordeur, vermoedt hij, natuurlijk met de grote handtas vol rommel. Zoals gewoonlijk.
Waarom moet dit nou, piekert hij. Het eeuwige liedje: ik zou zo graag….en dan wil ze iets nieuws.
Alle passende gemakken, een royaal inkomen, goed voedsel. Waarom wil ze dan meer? Een facelift, godbetert. ‘Rimpels horen bij jou,‘ had hij geschreeuwd.
‘Maar ik wil ze niet meer,’  gilde ze terug.
Tss, het idee.
Langzaam valt hij in slaap, ruziemaken is vermoeiend.

Een uur later wordt hij wakker en hijst zich gapend uit de stoel.
Hij zal maar naar bed gaan,  zodra ze spijt heeft komt ze wel terug.
Lichten uit, nog even door het voorraam kijken.
Hij ziet haar staan bij de lantaarnpaal, weifelend voor het zebrapad, een voet uitstekend, weer terug, uitrustend en weer opstaand.
Ze is ver gekomen, denkt hij ontroerd. De afstand is toch gauw honderd meter en dat met een zware tas.
Zal hij haar maar tegemoet gaan?
Hij aarzelt, waarom? Ze wilde zelf toch weg?
Hij verliest en vertrekt.
Ook in een schildpadhuwelijk is het geven en nemen.

==

verhaaltje

Duister water

Een geheimzinnige poel.
Des verderfs? Een bodem van vermoorden, verminkten en kadavers? Halfdoden?
God weet of de duivel.
’s Nacht zijn er lugubere geluiden wanneer onderwatergeesten grote schoonmaak houden met ruwe hand. Kermend gebubbel stijgt op, vergezeld van kwalijke dampen met onnavolgbare geuren.
Een kwart lichaam stijgt ploppend naar de oppervlakte, onherkenbaar voor mens en dier.
Men hoort en huivert.
Het hoofd diep onder de dekbedden.

Langzaam, langzaam verzinkt de poel in rust.
De dageraad, bangelijk en bijgelovig,  versluiert de nacht en belicht een vriendelijke vijver. De bloemetjes spelen mee.
Tot opnieuw het licht verdwijnt.
==

verhaaltje

Happy end

Oudtante is stervende.
Ze kijkt er naar uit, ze laat geen man en gezin na, alleen een paar hebberige nichten aan wie ze een hekel heeft.
Een groot deel van haar geest reikt al naar een nieuwe  wereld. Een klein stukje bevindt  zich ergens onderweg, een restje bewustzijn bewaart ze voor de laatste ogenblikken.
Ze registreert de zuster die druk is met kaarsen en gebedenboekjes en extra stoelen klaar zet voor de pastoor die haar het H. Oliesel  komt toedienen.
De nichten zullen erbij zijn om het overgaan te begeleiden.
Dan zijn ze zeker van haar overlijden, weet ze en glimlacht sereen.
De zuster strijkt haar vertederd over de wang. ‘U zult opgelucht naar de hemel gaan mevrouw, met een gereinigde ziel en zonder pijn.’
– En barstend van leedvermaak-  denkt de zieke. Haar  glimlacht verdiept zich.

De deurwaarder die hen opwacht namens de gezamenlijk schuldeisers.
De definitieve datum waarop de bank haar huis en boedel wil veilen.
De sleutel van haar bureau met alle bescheiden, die ze pas afgeeft na de bediening.

Pastoor maakt zijn entree, de nichten in zijn kielzog.
Tijdens de zalving weten ze zelfs een snikje op te hoesten, oudtante staart verzaligd.
Na de plechtigheid slaakt ze een diepe zucht, zoekt en haalt de sleutel tevoorschijn. Verwachtingsvol reiken de handen ernaar, ze houdt nog even in.
‘Ik ga in grote blijheid!’ murmelt ze en sluit definitief de ogen, ze lijkt te stralen.
De zuster is geroerd. ‘Daar gaat een gelukkige ziel.’
=

© Bertie Bertjens

parasol·verhaaltje

Parasol en vlaag

Vanmiddag kwam er een parasol aangewaaid.
Terwijl ik het eten kookte zag ik hem vanuit een ooghoek langs het raam vliegen en landen.
Een met kleurige banen die zielig op zijn zij lag tussen doornappels en stokrozen. Hij kwam me bekend voor.
De aardappelen latend voor wat ze waren ging ik het bezoek verwelkomen, je krijgt niet vaak een parasol op visite.
‘Lig je lekker?’ vroeg ik
‘Niet echt,’ steunde hij, ‘ik heb geen voet om op te staan.’
‘Zal ik je rechtop zetten?’
‘Graag, ik word doodmoe.’
Hij paste precies in het gat van de oude tuintafel. ‘Zo goed?’ Hij knikte en deed verslag:
‘Ik stond lekker in de zon toen een vlaag me meenam voor een trip, bijna tot aan het dak!’
‘Goh,’ antwoordde ik, geïmponeerd, een mooi verhaal verwachtend, ‘dat was zeker wel spannend?’
‘Nogal, ja, maar toen hij hogerop ging liet hij me vallen.’ Verongelijkt wiebelde hij heen en weer.
‘O jee, je weet toch dat vlagen met alle winden meewaaien?’ berispte ik hem ‘En nu?’
‘Ik wil terug maar je zult me moeten brengen. Ik woon bij de buren. Wil je me over de schutting zetten?’
Ah, vandaar dat ik hem kende.
Voorzichtig klapte ik hem dicht en zette hem zachtjes in de buurtuin naast de rozenstruik; zijn ene been een stukje de grond induwend.
‘Alsjeblieft, nu kan er niets meer gebeuren,’ troostte ik hem. ‘Geen vlaag die je nog te pakken kan krijgen.’
Hij gaf geen antwoord.
Eigenlijk zijn parasols maar slome dingen
===