verhaaltje

Verhaaltje voor het slapen gaan

Waarover zal het gaan?
Spannende dingen? Zoet maanlicht?  Over gewone dingen als deuren nalopen, nachtgoed zoeken, tanden poetsen, laatste plas, nog even het net op?
De laatste optie kan beroerd aflopen, in verhaaltjes zijn de onderwerpen eigenzinnig, ze onderwerpen zich juist niet.
Stel, je loopt de deuren na.
Het eerste slot gaat soepel maar piept. Wat? Hoe kan dat? ‘Pie-ie-iep’, dwingend. Je tuurt in  het sleutelgat , een oog staart terug, je schrikt je lam van de paarse pupil die gif uitstraalt. En dan moet je je tanden nog poetsen, met die enge borstel….
Dan ga je toch niet meer vertellen over gewone dingen?
Neenee, ik neem de maan waarvan het licht een verrukkelijk parfum uitstrooit en alle verliefden samenbrengt in een roes  van zoete vrijpartijen waarin ze zo hard zuchten dat zij bijna stikt en hij de ambulance belt en pie-ie-iep… hela, wat is dat nou, komt die van de gewone dingen inbreken.
Spanning is niet aan de orde, daar slaap je slecht van met dromen die spannender zijn dan je bedoelde.
Oké, dan maar een verslagje.
Het is nog te vroeg  om te gaan slapen maar een mens kan er alvast aan denken, hoe hij de deuren controleert en de huisdieren uitlaat, nachtgoed klaar legt op de kruk bij de wasbak en twijfelt over een extra douchebeurt,  de laatste bonbons op het nachtkastje zal zetten, misschien die film zal meepikken of een podcastje luisteren.
En kijk, dan wordt het vanzelf bedtijd.
==
verhaaltje

Vreemde dieren

Er stond een paard te wachten toen we langs de wei fietsen. Hij wenkte ons en schudde met zijn manen.
We stopten.
– Dag paard, wat is er aan de hand?
– Schele hoofdpijn.
– Wablief?? Heb je daar vaker last van?
Hij draaide zijn hoofd en wees op het gestreepte dek. ‘Was vorig jaar al antiek,’  mopperde hij.
– Vraag een nieuwe voor je verjaardag,  zeiden we.
Hij snoof. -Ik wil een koekje. Twee koekjes.
We troffen het, een onwijs paard. En ontevreden erbij.
We zwaaiden, stapten weer op en reden naar huis.
Daar aangekomen draaide de kat om onze benen, duwde en snorde.
Zijn bakken waren nog niet leeg, we wisten niet wat hij wilde.
Hij wees naar zijn bek.
Grinnikte man: misschien wil hij ook een koekje, twee koekjes.
De kat ging meteen mooizitten, ik zou zweren dat hij knikte.
==

verhaaltje

Nachtleven, laatste versie.

‘Bijna tien uur, zullen we….’
Ze knikt.  ‘Wacht, de koffie nog.’  Kijkt dan op, ‘wat is er man, geen zin?
Hij legt geen spullen klaar,  zijn schouders hangen.
‘Vrouw, ik ben moe, het reizen is me te zwaar al is het virtueel. Laat me rusten…’
Ze kijkt naar hem. Zijn bleekheid doet haar schrikken en ze laat de koffie staan.
Ze kleden zich uit, zij helpend met zijn nachtgoed, pakken elkaars hand.
In trage pas lopen ze de trap op. ‘Zo fijn dat we dit nog kunnen,’ fluistert hij.
Ze antwoordt met een kneepje en brengt hem, zijn vermoeidheid in acht nemend, voorzichtig naar zijn vaste plek in hun bed.
Zelf blijft ze op de rand zitten, ‘dokter bellen?’
‘Nee…  alsjeblieft, weet je nog, de belofte…’
Ze weet het nog, zo spraken ze het af.
Na verloop van tijd  rekt hij zich uit, hij kraakt een beetje.
’Ik moet gaan vrouw.’
Ze houdt hem stevig vast, het helpt niet.

Ze kust  hem zachtjes.
Haar leven staat op zwart.
==

verhaaltje

Nachtleven. Versie 2

‘Bijna tien uur, zullen we?’
Ze knikt.  ‘Wacht, de koffie nog.’ Ze heeft het nodig, koffie sterkt en houdt wakker.
Hij legt de spullen klaar, portefeuille met bankpas .
Na de laatste slok kleden ze zich om, elkaar helpend met luchtige jurk en colbert.  Ze pakken elkaars hand.
In gelijke pas stappen ze de gang in. ‘Zo fijn dat we dit nog kunnen,’ fluistert hij.
Ze antwoordt met een kneepje.
In de juiste straat mengen ze zich tussen de kijkers.
Ze kijken rond, hopend op genante sensatie.
En ja.
‘Zie je dat?? Die onderbroek…hihihi.’  ‘Ja zeg, te gek gewoon.’  ‘Ze zal het wel koud hebben in zo’n gatending.’ ‘Och, achter glas…’
‘Die kerels moeten hoge nood hebben…’ ‘Misschien, alleen kijken is ook spannend. Jeetje, wat een hoop jong volk loopt er tussen.’
‘En wij,’ giechelt ze , ‘jammer toch dat we vroeger niets van seks mochten weten.’
Hij fronst. ‘Laten we dit ook maar geheimhouden, voor je het weet zijn we vieze oudjes.’
‘Nou en?’ vraagt ze ondeugend. ‘Dat bord betekent zeker paaldans.’
Na verloop van tijd  rekt hij zich uit, hij kraakt een beetje. ’We moeten gaan.’ ‘Je rug?’  ‘Ja…’
Ze gaapt. ‘Eerlijk gezegd word ik er moe van, weinig variatie in die vrouwen.’
‘Maar we weten nu wat er te koop is. Net echt, hier te lopen met een dikke portemonnee.’
Voorzichtig staan ze rechtop, leggen de portefeuille weg.
Reiken naar de knop.
Het scherm gaat op zwart.
=

Geen categorie·verhaaltje

Nachtleven. Versie 1

‘Bijna tien uur, zullen we?’
Ze knikt.  ‘Bijna, de koffie nog.’ Ze heeft het nodig, koffie sterkt en houdt wakker.
Hij legt de spullen klaar. Infraroodkijker en heupfles met rum.
Na de laatste slok kleden ze zich om, elkaar helpend met  laarzen en dichte jassen, wollen mutsen over de oren.  Ze pakken elkaars hand.
In gelijke pas stappen ze.  ‘Zo fijn dat we dit nog kunnen, fluistert hij.
Ze antwoordt met een kneepje.
Op een goede plek laten ze zich zakken.
Ze kijken het duister in, hopen op gevaarlijk wild.
En ja.
‘Zie je dat?  Best een groot beest,’  huivert ze.
‘Nou! Mooi ook. En daar, kijk daar eens, is dat een ….   jeeee… het is een panter. Die ogen… ‘
‘Ssssst…’
Ze kijken, vergeten de infrarood, talen niet naar de rum.
Na verloop van tijd rekt hij zich uit, hij kraakt een beetje.’We moeten gaan. ‘Je rug?’  ‘Ja…’
Ze gaapt.  ‘We zullen weer lekker slapen’.
Voorzichtig staan ze, leggen kijker en rum weg voor morgen.
Reiken naar de knop.
Het scherm gaat op zwart.
=

Sint en Santa·verhaaltje

Santa en Sint

Dit is een herhaling, sla gerust over.

De kerstman had er genoeg van.
Zweefslee, luchtrendieren, rinkelbel. Weg ermee.
De plaatsvervangers in winkels en scholen waren hem ook een gruwel. De een was lelijk, de ander leek niet op hem, de volgende kon er niets van en degenen die al dronken waren werden straalbezopen..
Nog een geluk dat de middenstand de cadeauverzorging had overgenomen.
Nu wilde hij ook van de rest af.
Hoe zou die Europese Klaas hier over denken, hij had een vergelijkbaar baantje. Van de andere kant, die man was vreselijk oud, zou die nog willen veranderen?
Hij nam een kloek besluit en belde.
‘Ja?’ sufte iemand slaperig.
‘Santa hier, goedemiddag. Bent U meneer Klaas?’
‘Jazeker,’ de stem werd wakker, ‘goedemiddag collega. Ik hoef geen kerstcadeau en U krijgt ook niets. Ik zeg het maar vast.’
‘Neenee, ik weet het, U bent Dutch. Ik vraag me alleen af of U dit werk nog met plezier doet.’
Sinterklaas viel stil. Een minuut, twee, drie. Toen liet hij zich gaan.
‘Santa, ik ben mijn baan aan het afronden. Ik heb genoeg van politiek, blokkeervolk, witgeschminkte Moren, jammerende beledigden, jengelende kinderen, onwillige knollen, zeezieke reisjes op stinkende stoomboten, ontevreden ouders, rare namaaksels, slechte jenever, valse grijnzen, en…’
‘Hohoho maar Klaas, ik snap het helemaal.’
‘Sorry Santa, ik viel uit mijn rol. Nog een paar dagen en dan mag het. Een rusthuis voor oude mannen, daar ga ik naar toe. Lezen, tv kijken, dutjes doen, kaartje leggen met andere moede mannetjes. Ga met me mee, laat de mensen het zelf opknappen, dat doen ze immers toch al?’
‘Mmmmm, dat klinkt great, wanneer ga je?’
Eerste Kerstdag. Als je wilt kun je nog net iedereen uitzwaaien, weten zij veel.’
De kerstman dacht een paar seconden diep na.
‘Top, ik ga mee. Nog even de rendieren het bos insturen. Waar treffen we elkaar?’
‘De Ritz. Goeie koffie en een beste borrel. Vergeet je niet je pakkie uit te trekken?’
‘Komt goed Klaas, tot vrijdag. Zet de whiskey maar koud.’
‘Bokma, Santa, maar dat leren we je wel. Doei.’

Dit besluit viel drie jaar geleden en niemand had het in de gaten.
Maar nu weet U het.
==
-© Bertie Bertjens.

verhaaltje

Snipperdag

Rond acht uur ontwaakte ze met knipperende wimpers en gaapte een langdurige geeuw, zette zich daarna sierlijk rechtop.
Traag werkte ze zich naar de rand van haar bed en tastte naar een roze muiltje.
Peinzend keek ze naar haar andere been en liet het ten slotte naast het eerste glijden. Bedachtzaam schoof ze de voet in ’n eender muiltje.
Nu was ze echt wakker.
Ze ging staan en werkte zich traag door de ochtendrituelen, af en toe stoppend om een blik te werpen op het raam, de deur, of een ander object en soms bleef ze zelfs onbeweeglijk enige minuten in dezelfde houding staan,  starend naar niets.
Om een uur of tien was ze voldoende gesoigneerd om te ontbijten.
Ruisend in haar ochtendjapon liep ze naar de keuken; ze pauzeerde in de hal waar ze zich geruime tijd bij een bloemstuk (‘van Anthony, with love) ophield.
Met fraai geloken ogen snoof ze de geur op en glimlachte met dezelfde love in haar glanzende kijkers.
Aan de eetbar genoot ze elegant en onzichtbaar kauwend van sinaasappelsap en vetarme frutsels.
Ze onderbrak de maaltijd herhaaldelijk om minutenlang betekenisvol in de spiegel te kijken. En naar haar telefoon alsof ze een spannend bericht verwachtte.
Haar ogen vulden zich met charmante tranen toen ze aan hun laatste ruzie dacht. Waarom had hij het gedaan, vroeg ze zich af, waarom had hij haar belogen? Geruime tijd hield ze deze gedachte vast en bleven haar ogen glinsteren, evenwel zonder over te lopen. Zacht snuffend bette ze voorzichtig  de mascara
De rest van de ochtend besteedde ze aan het opruimen van ontbijtresten.
En almaar bleef Anthony door haar hoofd spoken, ze zag telkens flitsen van hem voor haar geestesoog dat werkte als een camera.

Zij en Anthony, ze waren beiden workaholics.
Ze werkten zelfs in hun vrije tijd.
Ze waren soap-acteurs.

Bertie. ©

verhaaltje

‘I spy’

Er zat een verhaal in mijn hoofd.
Over Amerikaanse en Russische spionnen van oost naar west en vice versa die supergeheime geheimen stalen en verkochten en terugkochten en stiekem winst maakten die ze niet eerlijk met hun bazen afrekenden waardoor de hoofdpersoon zelf opgejaagd werd en bevriend raakte met de mooie dochter van het hoofd Inlichtingendienst ergens in de Balkan maar die westerse ideeën aanhing tot ze verliefd werd op een zuidpoolbewoner met goldfingers  die een vermomde pinguin was en in onmin leefde met buurman zeewolf en…
Spannend joh.
Net een echte spionageroman.
Daarin raak ik ook altijd de draad kwijt.
==

verhaaltje

Therapie, verhaaltje.

De lastige tiener Lenny werd naar een therapeut gestuurd.
– Alstublieft, verzocht de moeder, probeert U haar wat fatsoen en manieren bij te brengen, ons lukt het niet.
De man deed zijn best Hij luisterde, knikte en luisterde nog meer.
= Meneer, ik kan het niet helpen, klaagde Lenny, mamma moppert altijd, ik moet van alles en mag nooit wat, alles moet naar haar wil, ik doe het nooit goed….=
De therapeut gaf aan dat hij ook met de moeder wilde spreken, de narigheid moest toch èrgens vandaan komen. Ze kwam, hij luisterde en knikte.
= Meneer, ik kan er niets aan doen dat ik zo geworden ben,klaagde ze, mijn moeder, Lenny’s oma, was zo bazig, mijn vader had niets te vertellen, vreselijk en zo was het met alles….=
Bedachtzaam knikkend vroeg de therapeut de oma te spreken.
Ook naar haar luisterde hij.
= Meneer, mijn moeder was erger dan Kenau, dan word je vanzelf lastig en dat geef je ongewild door… huiverde oma.. =
Overopoe leefde nog en werd opgeroepen.
=Meneer, kakelde ze, mijn moeder was een feeks en sloeg met de heibezem tot er geen tak meer aanzat, ik heb vreselijk geleden…=
Ten slotte kwamen ze bij Eva.
= Meneer, ik had geen moeder en heb daar zeer onder geleden.
Ik had een onbegrijpelijke schepper die niet door had wat hij in elkaar knutselde maar wel een bespottelijke eis stelde met een gluiper als handlanger. Dàt is de werkelijke erfzonde.
Hoe kan een vrouw hiermee dealen, daar raakt ze vanzelf gestoord van en de nakomelingen ook. En nu word ik alsnog op het matje geroepen…. =
In de therapeut ontstond een vage gedachte aan begrip maar hij zei niets.
Hij knikte slechts en luisterde.
===

.

nacht·verhaaltje

Nacht (herzien)

Bangelijk luister ik naar de wind,  in stormen als deze kan van alles gebeuren. Niet hier, mompel ik mezelf gerust, die ritsel is een loshangende tak, het schijnsel een manestraal en…..
Oh ja?
Verstijfd staar ik in onbekende ogen.
‘Had je niet gedacht hè?
‘Ga weg,’ piep ik.
Zijn adem blaast vreemde geuren en beroert  mijn arm. Panisch stomp ik in het wilde weg, en weer.
Hij verdwijnt, ik blijf achter, bevend.

Het tocht, stond het raam
open?
Bibberig sta ik op en sluit het, veeg wat zand weg… zand?
Dan val ik flauw.
=