Paradijs in de achtertuin

‘De hof van Eden, gewoon bij je thuis. Zalig…‘ was de reactie van
matroos Beek op het vorige stukje.

Ze brengt me er bijna toe het als een echt paradijsje te beschouwen.

Voor de Boom van Kennis staat de druivenklimop model als het goede, de datura voor het kwaad. De tuinslang -een echte is te griezelig- wijst naar een doornappel die ik negeer, als deugdzame vrouw geniet ik ook zonder zonde en kleren heb ik toch al aan. Er zijn nog een paar buren thuis met wie ik rekening moet houden, ik denk niet dat ze me geloven als ik uitleg voor Eva te spelen.
Lustig ga ik door met druiven eten en bloemen plukken en pootjebaden in de vijver, almaar god prijzend met zoet geneurie.
Geloven in heilige onschuld.

Bijna, zei ik al.
Zonder Adam is er niets aan.

Zomermiddag

Ik slenter wat in het achtertuintje waar stilte heerst nu de helft van de buren weg is. Honden zijn uitbesteed, een genot dat op zich al vakantie te noemen is.
De wildgroei van bloemen en onkruiden door elkaar ziet er enigszins verwaarloosd uit, toch oogt het geheel niet onaantrekkelijk. Eigenzinnig.
Hier en daar scheur ik een verdord blad, bewonder een krullerige omlijsting rond de gebarsten spiegel en het hoogreikende koninginnenkruid.
De grote wortelklonten van de waterlelies zijn opdringerig en duwen de bloemen boven water waardoor die niet tot hun recht komen. Laat ze maar, over een paar maanden gaan ze er uit.
Kauwen terroriseren met veel lawaai de molenwieken. Zouden ze echt het idee hebben de baas te zijn?
Een verdwaalde vlinder fladdert weg als ik de camera richt. Moet een bangoogje zijn.
Er zoemt iets looms.
Met een kop koffie laat ik me in de luie stoel zakken, het is hier best uit te houden.
.

 

 

Jungletje

Drie weken niet snoeien, schoffelen en wat dies meer zij. Een zegen voor de natuur, zou je denken.
In een binnentuintje ligt dat anders, daar heb je al gauw een mini-oerwoud. Tot nog toe ziet het er mooi uit maar het duurt  niet lang of de schuurdeur kan niet meer open. Geen ramp als de wasmachine en droger er niet zouden staan en de fietsen.

Van de andere kant lijkt het me wel wat er een attractie van te maken.
Met een imitatie-Tarzan en -Jane in de lianen, zwierend van druif naar schutting, buitelend over de waslijn en elkaar kirrend achterna zittend tussen koninginnenkruid en bamboe terwijl Cheetah met de buurhond flirt.
Krokodil in het vijvertje, kokosnotenpalmen, giraffe (dwergexemplaar i.v.m. gluren) voor de gezelligheid, krijspapegaaien, extrasterke beamers voor tropisch effect, ik zie het wel zitten.

Maar het onderhoud, dat houdt me tegen. De keuken houd ik liever groenvrij.
Een hark en snoeischaartje zullen waarschijnlijk niet voldoende zijn om planten en dieren te snoeien.

Tuintje

(Bijna)alle bloemen en planten in het achtertuintje zijn me lief maar enkelen min ik meer.

Deze bekervaren  is er zo een. Het mooist als solitair op zwarte grond. Onze grond is niet diepzwart, daarom heb ik de varen  laten inhalen door zoveel campanula’s dat hij straks op een blauw kleed lijkt te staan. Een plant waar je van alles in ziet; van bovenaf heeft hij het patroon van een spinnenweb, van opzij de vorm een bijeengebonden boeket. En dan die getande bladeren, zo fijn krijg je ze nooit geborduurd.

Papavers. Zo markant, die kleur, de vorm.

Niet voor de opium en morfine, ik zou niet weten hoe ik dat eruit moest halen. Uit nieuwsgierigheid nam ik het platgedrukte bolletje van een uitgebloeide bloem mee naar bed en legde het onder mijn hoofdkussen, ik hoopte op een bijzondere droomtrip.

De trip bleef uit. In plaats daarvan was er het uitgestreken gezicht van echtgenoot.
Hij is nu uitgebloeid. De bloem, bedoel ik.

Het fotootje van de lobelia is slecht maar geeft de juiste kleur aan, de reden waarom ik ze elk jaar koop. In de schemering lijkt hij licht te geven. Goed voor een dooie hoek .

In een drukbezette tuin sta je altijd voor verrassingen.

Tuinwerk

Eens liepen vriend en ik door het tuintje van een zus.  We aaiden de kat en bevoelden de perziken.
Ze waren nog niet rijp, wel merkten we iets anders: de bodem veerde. Vreemd, bij elke stap hupten we ’n beetje, een gekke  gewaarwording. De kat opende een geërgerd oog. Hij hupte niet.

‘Wat is dat nou?’ vroeg vriend.
Er schoot me niets anders te binnen dan een flauwe grap. ‘Dat is speciale mest voor dit perzikenras, tegen de rot.’
‘Wat raar…’ Hij geloofde me niet.
We hupten wat heen en weer en net wilde ik toegeven dat ik het niet wist toen zus er bij kwam. Ze zag ons springen.
‘Je heb het al gevonden. Goed idee van ons hè, we wisten niet wat we er mee aan  moesten en wilden het niet bij de vuilnis  zetten.’
Ze zag ons onbegrip.
‘Dat oude grote matras weet je wel, met die binnenvering.’
Onze breinen werkten te traag. Wat wil je, met al dat gehups.
Luid en langzaam zei ze  ‘We-hebben-het-ding-hier-begraven…. ‘

Tuin(knoei-)werk

hibiscus2

Ge- en verknipte hibiscus. In het voorjaar zal hij weer uitlopen en kan ik hem bijhouden
zonder een hoogwerker te huren.
Intussen staat hij erbij als een bonestaak. Het lijkt me wel wat er een lantaarntje aan te hangen, of een minivuurtorenzwaailicht.
Een grote kerstbal is ook nog een optie.

In het achtertuintje ziet het er beter uit. Mooi bevroren passiflora, jammer dat de witte waas niet te zien is. ’s Morgens vroeg lijken de blaadjes omrand door glittertjes maar dan is de camera-accu weer net leeg of hij zit in de tas die ik niet kan vinden.
Nou ja, zo is hij ook mooi.
Het tuinwerk is voorlopig gedaan. Graag had ik een zwembad uitgegraven en van het zand een klein alpje gebouwd. Skibaantje voor de buurkatten en extra schuilhut voor de muizen,  koek-en-brokkie erbij.
Maar de grond is bevroren.

Welke struik was dit?

Dit struikje – zie foto’s- kwam zomaar bovengronds, ongeveer 3 jaar geleden. Vlak naast  het vijvertje.  Een mooi ding ondanks dat  de onderste blaadjes geel en roodbruin werden. Gisteravond heb ik het (per ongeluk) kapot geknipt, hopelijk groeit het opnieuw uit nu er weer regen valt.
De vraag is: wie kent het en hoe heet het?
Het lijkt een hulstachtige,  maar de blaadjes zijn messcherpgetand, keihard, papierdun en ritselen ook zo. Het binnenste van stammetje en takken is geel, als bij zoethout. In die drie jaar werd het ongeveer kniehoog.
Ik heb het nog nooit gezien. Of keek er overheen.

Groeiweer

Dat het klimaat verandert is dit jaar duidelijker dan ooit in de tuin, dit zijn een paar van de bloemen die eind november nog uitkwamen, de passiflora zit vol nieuwe scheuten.

Dat biedt hoop.

Wij plantten elk voorjaar een geldboompje maar het zette nooit aan; om de een af andere reden wilde het niet lukken. Het wortelde niet of groeide krom, zat onder de luizen en eenmaal werd het kaalgevreten, vermoedelijk door een ongeduldige geldwolf.
Maar nu het langzamerhand ander weer wordt en langdurig warm,  misschien met wat extra pokon ….   ik kan het toch proberen?