tuintje

Tuintijd

Het is weer zover.
Nog lang niet warm genoeg maar ik loop de planten uit de grond te kijken.
Op een enkel bloemetje na en een stuk of wat groene stekken is er niet veel te zien maar ik weet waar ik zoeken moet.
Van de oude garde piept al wat op, enkele campanula’s bloeiden door de sneeuw heen.
Nieuwe vaste planten komen er en een paar struikjes, ik hoop dat ze zo mooi worden als die op de plaatjes.
Het klein grut dat uit muren groeit vertoont zich.
Nog even, dan gaan roos en druif op  vrijersvoeten
En zien we het tuintriootje van de foto.
Ik drentel nog wat, dan is het bijna donker.
Morgen weer.
En overmorgen…
==

tuintje

Tuinieren

tuinduo
De tuin ligt klaar voor struiken, planten, bloemen, knollen en bollen en wat maar groeien wil, ik stop het er allemaal in.
Natuurlijk ga ik eerst een plan maken.
Slootje graven voor de sfeer.
Champignons zaaien.
Het lijkt me wel aardig een bergje fruitpitten bij elkaar te doen. Paar rietscheutjes eromheen, komt er een kant-en-klare fruitmand boven de grond.
Een ander goed plan is het plaatsen van een parasolboom of dakboom, dagelijks een flinke portie groeimiddel dan heb ik er hopelijk deze zomer al wat aan. Ben ik eindelijk verlost van het gedonder met parasols of te koude schaduwplekken waar je bijna bevriest.
Uiteraard mag een hoekje graan niet ontbreken. Hoewel, nu ik er over nadenk, roombroodjes zijn lekkerder, misschien een koe?
Je ziet:  tuinplannen maken is een aangenaam tijdverdrijf.  Uitdagend en het prikkelt de fantasie.
Ik kan het iedereen aanbevelen.
Tenzij je geen tuin hebt.
Dan kun je er altijd nog over bloggen.
==
tuintje

Tuinvraag

Er staat een kuip met stekken van bloemen, vaste planten en bollen.
Deels gekregen, deels gekocht, de laatste zijn nog verpakt.
Die kuip staat er al een paar dagen.
Voorzichtig overgiet ik de stekken met een ministraaltje water en hoop er het beste van.
Zolang er nachtvorst is durf ik niets te poten, maar wachten op de IJsheiligen (half mei) duurt me te lang.
Ik vraag me af of die datum nog steeds geldt nu het klimaat opwarmt.  Bovendien is het hier vrij warm, vergeleken bij noordelijker streken.
Wat denkt de lezer, kunnen stekken en bollen de grond in?
==

tuintje

Tuinmix

Wat wildgroei in je tuin extra aantrekkelijk maakt is het samengaan van planten.
Zonder bemoeienis komen ze bijeen op één plek. Ze vermengen zich net niet helemaal en leven door- en naast elkaar.
Paddenstoelen en laagbloei eensgezind onder het leverkruid, druif en roos, varen en paddenstoel, je ziet het herhaaldelijk.  Regenboogplanten.
Het mooist is
←dit driemanschap: tomatenjong, oostindische kers en bejaarde ooievaarsbek, wortelend in één huis.
Een paar dagen terug bloeide de oostindische. De andere twee zijn te jong of te oud maar gunden hem de bloem. Hoe beeldend.
De tomaat zal vergaan, de andere twee zijn winterhard.
Komt er navolging? Zou mooi zijn, veel planten maken er een zootje van en zouden het liefst alle grond voor zichzelf hebben. Minivarentjes en anderen kruipen gewoon over buurbloemen heen en laten ze stikken.
Net mensen.
Sommigen dan.
=

.

tuintje

Ik tuin nog steeds…


….en fabriceer een paar groene muren in de druivenklimop.
De een is half af, aan de andere kant moet ik nog beginnen.
Een dak zit er vanzelf op, vloer ligt er ook.
Het wordt een eenpersoons hutje.
Wat ik daar ga doen?
Eh, niks. Zitten.
Brevieren als ik een brevier had. Fantaseren.
Misschien een boek lezen of met tabletje spelen.
Breien, lijkt me ook wel wat, er hangen genoeg slierten.
Muziek luisteren en wegdromen, nostalgische briesjes zuchtend,  wuivende muren die me koelte toewuiven. Ik houd het in gedachten.

In werkelijkheid komt er niets van terecht, druivenplanten zijn berucht om hun bewoners:  Orenkruipers
Je begrijpt dat het niet lekker zit met die wetenschap.
Je wilt niet breien met een beest tussen twee steken en brevieren wordt een gebed vol vloekwoorden.
Waarom dan dat hutje.
Modieus antwoord? Omdat het kan.
En omdat het mooi werk lijkt, je ziet de mogelijkheid en gaat het uitproberen, zo blijf je bezig en van de straat

De druiven zal het een rotzorg wezen.
Ze groeien alleen maar.
==

tuintje

Verdroogd


Dat de hosta’s en varen er zo zwakjes voor stonden besefte ik pas toen ik hun schrale krullen en vellen zag. Waarschijnlijk oud en der dagen zat.
Hadden ze iets menselijk zou ik hun bladeren verven en botox in het lijf spuiten in de hoop ze hiermee een laatste boost te bezorgen maar ze hoefden niet meer.
Ik heb ze regelrecht de kliko ingekieperd en ze met een schep aarde bedekt.
Het is goed zo †.

Ach ja, ook wij gaan, ooit.
Al hoop ik niet te eindigen in een verdroogde achtertuin met mijn voeten in het zand, weerloos tegen de zon. Een strohoed is het minste wat ze me kunnen opzetten. Maar dat weet je natuurlijk niet zeker met het personeelsgebrek in de zorg.
Ik speel met de gedachte een dergelijke hoed te beschrijven en bij de laatste wensen neer  te leggen, mocht er geen voorradig zijn mag een pet ook maar niet achterstevoren.
Stel je de situatie voor, Bertjens met die klep in haar nek. Huiver.
Petrus ziet me aankomen.

Verder deed ik nog meer in de tuin maar daar heb ik het niet over.
Eerst dat laatste beeld zien te verwerken.
De pet verkeerd om…
=

tuintje

(Bijna-)zomertuin.


Het is lekker buiten. Weliswaar weinig zon maar het voelt niet koud en de regen viel vannacht al.
Aandachtig speur ik  de natte grond af naar groene punten, gooi er hypnotische krachten tegenaan en warempel, hier en daar verschijnt er een.
Bladeren verstrengelen zich
Een rozentak wringt zich door een buurplant, verderop nestelt een Siberische lis in de varen en ontfermen een paar siererwten zich over een andere roos. De campanula doet ook mee, zoals gewoonlijk bemoeit die zich overal mee.
Elk jaar zie ik het gebeuren, een paar groepjes staan te dicht opeen en kunnen elkaar niet ontlopen. De ruimtes groeien dicht.
Veelkleurig als Europa behalve dat ze geen ruzie maken, je zou er weemoedig van worden.

Er zitten ook eenlingen tussen.
In de hoek waagt een ui zich aan de oppervlakte, de rest wacht af hoe het uitpakt. De pioen heeft veelbelovende knoppen. Vroegerikken worden al wat kaal.
Enkele zielenpoten in potten doen niks ondanks de good vibrations die ik ze stuurde, ze geloven er niet in.
Daarentegen groeit de druivenklimop alsof hij de wijn al proeft.
Al met al een levendig wereldje op een handvol vierkante meters.
==

tuintje

Gumplant?

Hé, een gummetje, dacht ik.
Het lag half onder een steen, verscholen tussen wat kruipplantjes.
Wat, vroeg ik me af, doet een gum in de voortuin.
En hoe komt het daar?
Wie verliest dat, twee meter vanaf het trottoir? Wie verliest er nou een gum?
Ik raapte het op en zag dat het een steentje was.
Terwijl ik het borstelde en het in allerlei watertjes liet weken dacht ik na.
Van dichtbij bekijkend kon ik het niet thuisbrengen, van een afstandje lijkt het nog steeds op een gum maar ook op een minibaksteen voor kabouterhuizen of op een klein karbonaadje met een spekrand.
Je kunt er een speelgoedblokje in zien.
Aan beide lange kanten zit een kuiltje, misschien ooit gaatjes geweest?
Een stuk van een ketting? Een reuzetand als kraal? Van een vreselijk beest? In dat geval een melktand, er braken korreltjes af bij het peuteren. Niet voldoende melk gedronken waarschijnlijk.
Stel je het moederbeest voor met haar wijsklauw belerend opgeheven: ‘Melk is goed voor elk en ook voor jou!’
Ik raad in het wilde weg, waarschijnlijk is het gewoon een onderdeeltje van een huis of zo.
Al sluit ik een versteende gumplant ook niet uit. Of gumboon.
=

tuintje

Mooi tuinweer

Dat was lekker wakker worden vanmorgen. Het had licht geregend, de lucht was grijzig bewolkt.
De saaiheid doorbroken. Eindelijk.
Opgefleurd vloog ik door het ochtendritueel, nog blijer werd ik toen naderhand een passend zonnetje verscheen, verdween, en nogmaals.
Barstend van energie heb ik bladeren opgeruimd, dood spul weggeknipt, uitgedroogde grond doorgeharkt. Met alle respect voor het rood en goud van de herfst, verfrommeld grauw aan taaie planten is niet altijd een succes, niet in een door mensen aangelegd tussentuintje.
Stengels en takken laat ik staan, die doen het fantastisch onder een laag mollige sneeuw.  Als die komt. Ooit. Hoop ik.
IJverig draafde ik heen en weer met snoeischaar en bezem van schuur naar plant en terug. Als gepensioneerde ben je toch maar een bofkont, dacht ik, je hebt alle tijd van de wereld.

Met koffietijd liep ik naar de keuken en kwam in het spiegelend raam een vrouw tegen die me opgewekt aankeek. We zwaaiden naar elkaar.
Ik schoot in de lach bij dit herkenbare tafereel.
Mijn dag kan niet meer kapot.