Cijfers en letters

Voor cijfers had ik weinig belangstelling.
Nuttig om zakgeldverhoging te berekenen. Later om het gezinsbudget te verruimen, een onaangename bezigheid want na elke berekening sloeg de krimp genadeloos toe zodat het resultaat steevast ondermaats was. Er schijnt een behulpzame knobbel te bestaan, vermoedelijk had ik een deuk.

Mijn aandacht ging -en gaat nog steeds- uit naar letters, ogenschijnlijk een klein verschil, in werkelijkheid een andere wereld.
De letter z bijvoorbeeld lijkt weliswaar op het cijfer 2, maar zie eens welk een diversiteit in betekenissen er aan kleeft.
De zet van zoet en zalig en zacht, maar ook van zwaarmoedig en zwavel en zompige zwelgpartijen, denk eens aan de grote hoeveelheid onderwerpen die men hiermee kan beschrijven, bibliotheken vol.
En dan de 2: twee. Dat is het.
‘En?’ zult U vragen, ‘er moet toch meer zijn?’
Nou, twee en twee is vier; vijf in enkele gevallen.
Maar dat is echt alles. Je kunt er hoogstens mee rekenen. Om er wat sjeu in te brengen zijn er de getallen 1 3 4 5 6 7 8 9 0 bij verzonnen, en daarvan heeft men sommen bedacht, met tekens en haken. Enkele op kleuterniveau, andere die achteraf alleen met computers te berekenen waren maar waar wij uren mee zoet gehouden werden teneinde de leraren hun rust te gunnen.
Ach, cijfers, ze zijn geschikt om de pagina’s te nummeren. En speciale boeken mee vol te kladden die alleen voor ingewijden zijn te begrijpen. Ik zie al een krant vol sommen op de mat liggen, mensen zouden rap doldraaien, ook die knobbeligen.
Nee, dan letters, 26 stuks voor allerlei verhalen, romans, geschiedenis, en het gaat maar door, eindeloos zijn de mogelijkheden.
Toegegeven, ook voor redactiesommen. Nou ja, dan snappen we tenminste nog ìets van dat vak.

Advertenties

Liefde overwint bijna alles

Net in Oost-Brabant wonend fietste ik naar school.
Een jongen haalde me in en bleef naast me rijden.
Ik voelde me zeer vereerd. Meteen al een knappe inwoner aan de haak, sjonge.
-Hoe vienut hier? vroeg hij.
Ik keek hem aan en haalde de schouders op.
Hij probeerde wat anders.
-Wan elend bij de familie D wa.
De eland van de familie D…?
Mijn ogen werden almaar groter.
Hij keek me aan met een blik van -belazer-je-grootje-.
En had er genoeg van.
-Houdoe, zei-t-ie en sloeg rechtsaf.
-Wat zeg je? vroeg ik ook nog.

Ach, hij was nog maar dertien of veertien, net als ik, waarschijnlijk zou hij mijn Zaans ook niet hebben begrepen.

 

Puberale opmerkingen jaren zestig-zeventig

In een groep – Ik val plat voor iedereen die me aan het lachen maakt.
Met schoolreis- Ik ben overal voor in.
In opstel –In de bospaden zagen we afdrukken van allerlei poten.
Tegen vriendin – Vroeger was ik een enorme doos.
Over boeken – Ja, ik ben behoorlijk ruimdenkend.
Enzovoorts.
Ter verdediging: we waren niet echt van die achterlijke geiten, het taalgebruik was anders, minder confronterend.
Toch lachen we er nu om. Beetje vertederd, alsof we onnozel waren.
En dan denk ik weer: je moest eens weten.

Taal leeft

Of liever gezegd: de mens leeft. Hij beweegt en neemt zijn taal mee naar anderstaligen.
Het is dan ook te verwachten dat er buitenlandse woorden in elke taal binnensluipen.
Heel goed, het houdt de gesprekken en het menselijk verkeer levendig.
Dialect is een andere zaak. Er zijn (Nederlandse) dialecten die goed klinken, toch lees en hoor ik ze liever niet in druk of radio/tv. Daar valt wel wat op af te dingen: wat weten we van de instromende woorden die zich met de onze mengen? Die zijn misschien wel platter dan plat, we weten immers niet of het dialect- dan wel officiële woorden zijn. (Taalkundigen daargelaten). We accepteren het.
Taal gaat niet altijd mee met ieders smaak.  Soms kom je een leenwoord tegen dat stoort, waarvan niet uit te leggen valt om welke reden.  ‘Kids’ was er zo een,  het werd in 2013 verkozen tot het allerirritantste-woord  terwijl anderen er geen moeite mee hebben.  Ieder heeft zijn persoonlijke voorkeur en tegenzin.
Ook de eigen taal heeft woorden die je liever niet gebruikt en ook hier is het gissen naar de reden van ergernis.
Maar van deze weet ik het wel, ‘roven’ was een woord dat iemand steevast gebruikte voor het afnemen van een speelkaart. ‘Moet ik roven of ben jij aan de beurt?’
Gatverdamme, zeiden we dan, roven zitten op zweren.
Wat hij niet met ons eens was. ‘Dat zijn korsten,’ wees hij ons terecht.
Ja, die zitten aan brood ook.
Voorbeelden van mooie woorden? Die zijn er teveel om op te noemen.
Over taal kun je eindeloos doorlullen.  Of -praten.

Huilen of lachen?

Over taal hadden we het; twee spreekwoorden door elkaar halen en andere ongein.
Prompt kwam de condoleance  van een verpleegkundige me voor de geest. Ze maakte een lief bedoeld taalfoutje dat we  ondanks het verdriet zeer komisch vonden.

Een broer was ernstig ziek, hij verbleef langdurig in een ziekenhuis. We bezochten hem wekelijks en verzorgden zijn was en persoonlijke spullen.
Na een jaar overleed hij.
Ons verdriet was groot; men troostte ons liefdevol en de betreffende verpleegkundige had het meeste begrip:
‘U zult Uw broer missen na zoveel bezoekuren,  de eerste tijd valt U in een leeg gat.’
Getroffen, tegelijkertijd op een lip bijtend bedankten we haar waarop ze nogmaals benadrukte: ‘…een leeg gat.’


Toen je naar de grote school mocht…

..piekerde je er wat af, het was een opluchting te leren lezen en spellen. Begrip kwam later pas.

Is het nu…
elastiek  of   helastiek
kennen  of   kannen
strooien kont  of  strooi je kont
ouwe oer  of  ouwehoer
permanent  of  purmerend, wat waren de krulletjes en wat de plaats?
heien  of  haien
singebel  of  sjingebel
amors bijl   of  amors pijl
en meer van  dat.