Puberale opmerkingen jaren zestig-zeventig

In een groep – Ik val plat voor iedereen die me aan het lachen maakt.
Met schoolreis- Ik ben overal voor in.
In opstel –In de bospaden zagen we afdrukken van allerlei poten.
Tegen vriendin – Vroeger was ik een enorme doos.
Over boeken – Ja, ik ben behoorlijk ruimdenkend.
Enzovoorts.
Ter verdediging: we waren niet echt van die achterlijke geiten, het taalgebruik was anders, minder confronterend.
Toch lachen we er nu om. Beetje vertederd, alsof we onnozel waren.
En dan denk ik weer: je moest eens weten.

Taal leeft

Of liever gezegd: de mens leeft. Hij beweegt en neemt zijn taal mee naar anderstaligen.
Het is dan ook te verwachten dat er buitenlandse woorden in elke taal binnensluipen.
Heel goed, het houdt de gesprekken en het menselijk verkeer levendig.
Dialect is een andere zaak. Er zijn (Nederlandse) dialecten die goed klinken, toch lees en hoor ik ze liever niet in druk of radio/tv. Daar valt wel wat op af te dingen: wat weten we van de instromende woorden die zich met de onze mengen? Die zijn misschien wel platter dan plat, we weten immers niet of het dialect- dan wel officiële woorden zijn. (Taalkundigen daargelaten). We accepteren het.
Taal gaat niet altijd mee met ieders smaak.  Soms kom je een leenwoord tegen dat stoort, waarvan niet uit te leggen valt om welke reden.  ‘Kids’ was er zo een,  het werd in 2013 verkozen tot het allerirritantste-woord  terwijl anderen er geen moeite mee hebben.  Ieder heeft zijn persoonlijke voorkeur en tegenzin.
Ook de eigen taal heeft woorden die je liever niet gebruikt en ook hier is het gissen naar de reden van ergernis.
Maar van deze weet ik het wel, ‘roven’ was een woord dat iemand steevast gebruikte voor het afnemen van een speelkaart. ‘Moet ik roven of ben jij aan de beurt?’
Gatverdamme, zeiden we dan, roven zitten op zweren.
Wat hij niet met ons eens was. ‘Dat zijn korsten,’ wees hij ons terecht.
Ja, die zitten aan brood ook.
Voorbeelden van mooie woorden? Die zijn er teveel om op te noemen.
Over taal kun je eindeloos doorlullen.  Of -praten.

Huilen of lachen?

Over taal hadden we het; twee spreekwoorden door elkaar halen en andere ongein.
Prompt kwam de condoleance  van een verpleegkundige me voor de geest. Ze maakte een lief bedoeld taalfoutje dat we  ondanks het verdriet zeer komisch vonden.

Een broer was ernstig ziek, hij verbleef langdurig in een ziekenhuis. We bezochten hem wekelijks en verzorgden zijn was en persoonlijke spullen.
Na een jaar overleed hij.
Ons verdriet was groot; men troostte ons liefdevol en de betreffende verpleegkundige had het meeste begrip:
‘U zult Uw broer missen na zoveel bezoekuren,  de eerste tijd valt U in een leeg gat.’
Getroffen, tegelijkertijd op een lip bijtend bedankten we haar waarop ze nogmaals benadrukte: ‘…een leeg gat.’


Toen je naar de grote school mocht…

..piekerde je er wat af, het was een opluchting te leren lezen en spellen. Begrip kwam later pas.

Is het nu…
elastiek  of   helastiek
kennen  of   kannen
strooien kont  of  strooi je kont
ouwe oer  of  ouwehoer
permanent  of  purmerend, wat waren de krulletjes en wat de plaats?
heien  of  haien
singebel  of  sjingebel
amors bijl   of  amors pijl
en meer van  dat.