Winkelsport

In de supermarkt.
Groente en fruit, beetje van dit, van dat.
Daarna volgen de gevarenzones: te vet of te zoet of teveel.
Koelvitrines met voorverpakte aardappelschijven, krieltjes, nog meer aardappels, die ik niet koop omdat ik gegarandeerd de grootste hoeveelheid neem en ze allemaal opeet in één maaltijd. Grote boog maar rechts.
Andere vitrines. K+k fruit, veel te duur voor een handje suikergoed. Snel voorbijrennen..
Salades. Eier-tonijn-komkommer-kip-kipkerrie-enzovoorts. Als een haas achteruit en rechtsaf.
Hammen. Kaassoorten. Huphup, naar ander pad.
Droge salami’s, cervelaatjes, twijfel…NEE, vort!
Koek. Chocolade. Snacks. Weer een spurtje.
En zo slalom ik de winkel door tot ik bijna voor pampus over m’n fiets hang.
Thuis neem ik een kopje magere thee met een chocolaadje als troost. Misschien twee.

EK zonder Oranje


Dan juichen we maar voor België, lees je her en der.

Hm. Tja. Wat zal ik er van zeggen. Leeuw of Duivel, ze boeien me beiden niet al ben ik zelf een seniorinne-leeuw.
Trouwens, we hebben nòg een buurland, ene mannschaft uit Duitsland. Daar hoor je niemand over, zeker nog te pijnlijk na WOII. (Het blijft  leven, voor sommigen).
Voetbal en sport in het algemeen is acceptabel als spelletje onder elkaar, op een familiebijeenkomst bijvoorbeeld.  Ja, ik geef het toe, de sportwereld heeft niets aan me al is dat spijtig voor de liefhebbers.
Van de oranjegekte genoot ik het meest van de kaas, worst en, bij warm weer, van de pils.
Dit overdenkende zal ik toch maar een paar extra aardappelen in huis halen.
Voor de Vlaamse overwinningsfrieten. Leef ik toch ’n beetje mee.