Sneeuwresidu?

Met schone handen schepte ik flink wat sneeuw in een emmer.
Een deel gooide ik in een vettig pannetje.
De rest  liet ik in het emmertje zitten. Een afgewassen exemplaar waarin ik  ongerepte sneeuw  had gedaan, spierwit, als nieuw.
Toen het gedooid was bleef dit over: vuil water.
Als kind werden we gewaarschuwd dat we geen sneeuw moesten eten. Niemand vertelde waarom, hoogstens kreeg je een vaag ‘er zit van alles in‘ te horen.
Wel, je ziet het.
Maar hoe komt dat nou? Er zat geen vuiltje in toen ik het opschepte, ook niet aan mijn handen.
In het achtertuintje kan ik me geen fijnstof/uitlaatgassen voorstellen, wat in het emmertje achterbleef zijn de gewone dingetjes als kluitjes aarde, vergaan blad, misschien een half beestje. Dat zat er niet in toen ik het opschepte, niet zichtbaar tenminste.
Hieronder een site met uitleg, er zijn er meerdere te vinden bij google maar noemen nergens de inhoud van mijn emmertje.
Het pannetje is wèl schoon.

/is-het-veilig-om-sneeuw-te-eten

Advertenties

Winter


Great, dikke sneeuw in wat nog net een echte winter is.
Bijzonder, het wattenwit voordat er voetstappen op komen.
De miniglitters in de zon.
De buxus met een groengevlekt kleedje.
Een totaalbeeld dat naar avonturen wenkt.
Knokkende ijsberen, een verdwaald rendier in het plantsoen, desnoods een ontsnapt konijn in de achtertuin.
Ik denk en stel het me voor, die wondermooie winterse uitbarsting.
Alsof het hier ook winter is.

De Verschrikkelijkweinige Sneeuw-man


De sneeuw deed er uren over om slechts een doorschijnend laagje aan te brengen.
Mensen wreven zich in de handen, door de ramen turend, wachtend op een wintersfeer. Sneeuwballengevecht bij maanlicht, ahhh…
Tegen schemertijd echter was de laag nog steeds te min; men berustte en sloot de luiken. Er waren tenslotte ook schaatswedstrijden op de televisie.
Buiten, waar het zo stil was dat de vlokken hoorbaar neerzoefden, verscheen een gedaante. Van straat tot straat liep hij, via het centrum naar alle richtingen en terug maar vond niemand om de weg te vragen. Hij zag er eigenaardig uit in zijn dikke bontjas, het gezicht diep verdoken in de capuchon.
Tenslotte bleef hij staan in het park. Ook daar was de stilte enorm, echo’s klonken bij het ademen.
Hij haalde een telefoon tevoorschijn, belde en gromde:
‘Met Yeti, kan iemand me ophalen? Niets te beleven hier.’

En zo gebeurde het dat de mensen opschrikten van rare geluiden, de straat op stoven en een gedaante zagen touwklimmen naar een sneeuwkist met de aanduiding Himalaya-Express.
Ademloos keken ze toe en zwaaiden met zakdoeken.  ‘Sfeervol, dat toestel,’ zei iemand.
Allemaal knikten ze.