Voorproefje. Met kleutergebed.

Onze lieve heertje
geef mooi weertje
geef mooi dag
dat het heel gauw sneeuwen mag.

 

Advertenties

Winter


Great, dikke sneeuw in wat nog net een echte winter is.
Bijzonder, het wattenwit voordat er voetstappen op komen.
De miniglitters in de zon.
De buxus met een groengevlekt kleedje.
Een totaalbeeld dat naar avonturen wenkt.
Knokkende ijsberen, een verdwaald rendier in het plantsoen, desnoods een ontsnapt konijn in de achtertuin.
Ik denk en stel het me voor, die wondermooie winterse uitbarsting.
Alsof het hier ook winter is.

De Verschrikkelijkweinige Sneeuw-man


De sneeuw deed er uren over om slechts een doorschijnend laagje aan te brengen.
Mensen wreven zich in de handen, door de ramen turend, wachtend op een wintersfeer. Sneeuwballengevecht bij maanlicht, ahhh…
Tegen schemertijd echter was de laag nog steeds te min; men berustte en sloot de luiken. Er waren tenslotte ook schaatswedstrijden op de televisie.
Buiten, waar het zo stil was dat de vlokken hoorbaar neerzoefden, verscheen een gedaante. Van straat tot straat liep hij, via het centrum naar alle richtingen en terug maar vond niemand om de weg te vragen. Hij zag er eigenaardig uit in zijn dikke bontjas, het gezicht diep verdoken in de capuchon.
Tenslotte bleef hij staan in het park. Ook daar was de stilte enorm, echo’s klonken bij het ademen.
Hij haalde een telefoon tevoorschijn, belde en gromde:
‘Met Yeti, kan iemand me ophalen? Niets te beleven hier.’

En zo gebeurde het dat de mensen opschrikten van rare geluiden, de straat op stoven en een gedaante zagen touwklimmen naar een sneeuwkist met de aanduiding Himalaya-Express.
Ademloos keken ze toe en zwaaiden met zakdoeken.  ‘Sfeervol, dat toestel,’ zei iemand.
Allemaal knikten ze.