Brabantse nacht is soms lang

Meestal slaap ik prima, ik houd van mijn bed. Het is een goed bed.
Vannacht echter was het laat en toch bleef ik wakker.
Eerst alle spelletjes op het tablet gespeeld. Mail gecheckt en weblog. Nieuwsoverzicht bekeken.
Platliggen en ontspannen, ogen op kiertjes.
Slaap bleef weg.
De tv dan maar? Hm, slecht beeld en geluid.
Ik rommelde in het kastje voor een extra saai boek. Een oude Siebelink, dat moest lukken.
Niet. Na drie hoofdstukken gaapte ik van verveling maar bleef wakker..
Nog eens uitrekken.
Er zat een hinderlijke plooi in het onderlaken. Kussen te slap, een bobbeltje linksonder, opschuiven….
Waar blijft dat zandmannetje nou.

Hoe komt het toch dat je in dat geval alles voelt en hoort, van het meest minieme geluidje tot het kleinste rimpeltje in het dekbed? Ieder vleugje tocht, al of niet bestaand? Dat schaduwen bewegen?
Dat een stenen tussenwoning kraakt als een houten keet en het dek te strak ligt of juist van je afglijdt en nooit blijft liggen?
Volgens mij krijg je van wakker liggen een bijzonder soort bewustzijn, is je lichaam tot het uiterste gespannen.
Een maxisuperhyper-hoog sensitiviteitsgevoel.
Maar hoe komt dat dan? Verwacht je teveel van het bed?

Enfin, ik hoef niet te klagen, het overkomt me zelden.
Ook vannacht kwam het goed, ongemerkt sliep ik in en werd uitgerust wakker.
Redelijk normaal.
==

Advertenties

Koffietijd theetijd slaaptijd

regen120180829_182444
Tijd voor thee.
In de serre zittend probeer ik er een boek bij te lezen. Het is lekker buiten. Blauwe lucht, een lieflijk wolkje, warme zon. Loom word ik, lomer, tot ik slaap.
Dan word ik wakker door een regelmatig geroffel. Een welkom geluid, iedereen weet hoe goed regen klinkt wanneer je zelf droog blijft.
Tijd voor koffie.
Ik ga verder met het boek.
Knus. Druppels op de ruiten, sussend geplens op het dak. Tevredenstemmend. Je zou zomaar weer gaan slapen.
En ja, een hazenslaapje overvalt me.
Na het avondeten een nieuwe leespoging.
Stil zijn de staatgeluiden, een buurkat kroelt naast me, het schemert licht.
Ik slaap in

En dan moet de nacht nog beginnen.


Het was een warme nacht

Naar bed gaan is niets bijzonders, beetje rommelen op badkamer, prutsen met hor en raam, frunniken in boek en schrijfblok.
Zoals gewoonlijk.
Dan hoor ik gepraat,  een zacht gebabbel op de achtergrond.
Wat nou? Hoor ik buren of wandelaars? Tot in de slaapkamer? Nee toch?
Ik kijk naar de radio naast bed en controleer. Hij staat uit. Misschien de uitknop kapot? Ik trek de stekker eruit.
Het gebabbel gaat door.
Verwezen kijk ik rond. In geesten en sprookjes geloof ik niet, tinnitus is het niet (dat klinkt heel anders), logé’s zijn er niet, inbrekers zullen zo stom niet zijn.
Verborgen ruimtes in de muur?
Bangig check ik de andere kamers en vliering. Niemand. Naar beneden durf ik niet meer.
Tablet staat uit.
Telefoons ook.
Voorzichtig, zwetend van nog meer angst, je weet nooit wat of wie je opmerkt,  glijdt ik geruisloos onder het laken.
Kijk op en…
…zie de televisie aanstaan. Was me niet opgevallen.
Pfffff.
Heb ik waarschijnlijk zelf aangezet met het boekengefrunnik, de ab ligt tussen potlood en papier.
Ik dweil mijn gezicht droog. Nu kan ik rustig slapen.
O ja?
Wie zegt dat ik het zelf deed? Ik kijk immers nooit als ik in bed lig? En nu zou ik plotseling het toestel aanzetten? Ongeloofwaardig, absoluut.
Nogmaals met de spiegel onder bed loeren. en…

De rest kunt U zich zelf wel voorstellen, het gedraai in zweterige lakens.  Opschrikken, licht aan, licht uit.
Maar ik heb de ochtend gehaald. Levend en wel.

Bijna nacht


Ik slaap.
Rechtop zittend aan het toetsenbord, de ogen vaag gericht op het scherm, typ ik.
Jammer dat ik niet onder woorden kan brengen wat ik droom, het is te ongeloofwaardig. Zoals meestal.
Ik ben moe, doodloof zouden we vroeger zeggen maar dat verstaat niemand.
Effe gapen, owaaaaaahhh…. o jee, word ik toch wakker van gescheurde mondhoeken, verdorie, al dat bloed, wat moet je daarmee, gadveramme, nu zie ik straks Dracula.
Ik moet een ander onderwerp zoeken.
Een muziekje helpt, iets suffigs, iets zoets, eh, niks dus, ik word vanzelf slaperig
…zzzz… de letters wiebelen al,
ik ga naar bed
als ik niet van de trap af val
tot morgen allemal.

Bedtijd

Het liefst zou ik gaan slapen; dan moet je uit je luie stoel om de deuren af te sluiten en de ramen te checken en het juiste bedboek opzoeken en dan nog de tandenpoetserij en het pyjamagedoe…
Naar bed gaan is een heidens karwei.
Maar je rust er goed van uit,  ook wat waard.
Tot morgen.

Over slaap

Lekker vroeg naar bed gaan, daar had ik zin in.
Gisteren heb ik het geprobeerd. Het viel niet mee.
Aanvankelijk kroop ik er opgewekt in, luchtiger dan luchtig gekleed en bedekte me met één laken.
Het bleef warm.
Toen zocht ik naar een waaiertje, ik wist dat er een in huis was, ergens, in de krochten van de kelder. Het kwam boven water; ik zette het neer en aan en vlijde me weer neder, nu in verkoelende stromen.
Het was verrukkelijk maar bracht me niet in slaap want het bleef te licht.
Weer opstaan en het afgewezen dekbed over de gordijnen gedrapeerd. Het werd schemerig, best wel romantisch, eigenlijk een beetje té.  Slapen? No way.
Ik belde de verduisteringswinkel en vroeg om raad. Ze hadden slechts zwart fluweel te bieden, overgehouden van een ouderwets lijk. Nee dank U.
In wanhoop whatsappte ik de zon: kan het niet wat minder? “Zeur niet zo” , zei-t-ie.  De slome.
Het werd niet donkerder en plotseling kraaide een haan.
Ik lag nog steeds met die luchtiger dan luchtige bedjurk  in een romantische schemerkoelte.
Geen idee hoeveel ik hier van gedroomd heb.