Rijm- en surpriseleed

Kent U dat? Zitten zwoegen op een goed en toepasselijk surprisegedicht dat mompelend wordt afgeraffeld?
Of een extra bijgevoegd grapje dat niet wordt begrepen, zelfs meteen bij het pakpapier wordt gegooid?
Ik wel.
In het gezin was er altijd wel 1 of -een schoonkind- dat er niets aan vond, zich beledigd voelde  en uitgelachen werd, het rijm niet eens zàg en zelf ook geen surprise had gemaakt.
Het was ‘uit de tijd’ hoorde je dan. Jammer al was het misschien waar.
Toen 5 december ingeruild werd voor 25 dec. was het afgelopen met de grappen. Tot sommiger opluchting.
Daar denk ik nu aan terug, hoe deze of gene met veel moeite een supergrap in elkaar had gezet die zonder pardon bij het pakpapier werd gedonderd.  Een beteuterd gezicht van de gever….
Achteraf bezien was ik natuurlijk verwend, mijn moeder stond er op dat alle broers en zussen hun best deden en de verzen duidelijk voorlazen opdat iedereen ze verstond. Het was al 50% van een geslaagd sinterklaasavondje.
Dat was vroeger. Uit de tijd, inderdaad.
De herinnering beklijft.
Ook mooi.

Sinterklaas


Hoewel ik niet geloof aan sint
stuur ik toch een nieuw gedicht

Je weet maar nooit,’ denk ik gezwind,
‘hij is misschien een zwaargewicht
en komt te voorschijn voor wat loof
wortels en een bonenstoof
gevoegd bij water en een rijm
met spreekwoordelijk geslijm.’

Ik doe er ook een plaatje bij
waarop hij rijdt in vol ornaat.
’s Nachts en vlot en laddervrij,
zijn duistere paden overgaat.

Want zeg nou zelf, een ouwe man
op een paard en overdone
is makkelijk te neppen.
En als hij me niets geven wil
dan za’k hem wel eens appen.