Dat waren Klaas en Claus.

De kerstman had er genoeg van.
Zweefslee met luchtrendieren en rinkelbel. Irritant spelletje. Er moest meer zijn.
De plaatsvervangers in winkels en scholen waren hem ook een gruwel. De een was lelijk, de ander leek niet, de volgende kon er niets van en degenen die al dronken waren werden straalbezopen..
Nog een geluk dat de middenstand de cadeauverzorging had overgenomen.
Nu wilde hij ook van de rest af.

Hoe zou die Europese Klaas hier over denken, hij had een vergelijkbaar baantje. Van de andere kant, die man was vreselijk oud, zou die niet vastgeroest zitten?
Hij nam een kloek besluit en belde.
‘Ja?’ sufte iemand slaperig.
‘Santa hier, goedemiddag. Bent U meneer Klaas?’
‘Jazeker,’ de stem werd wakker, ‘goedemiddag collega. Ik hoef geen kerstcadeau en U krijgt ook niets. Ik zeg het maar vast.’
‘Neenee, ik weet het, U bent Dutch. Ik vraag me alleen af of U dit werk nog met plezier doet.’
Sinterklaas viel stil. Een minuut, twee, drie. Toen liet hij zich gaan.
‘Santa, ik ben mijn baan aan het afronden. Ik heb genoeg van politiek, blokkeervolk, bonte knechten, jammerende beledigden, jengelende kinderen, onwillige knollen, zeezieke reisjes op stinkende stoomboten, ontevreden ouders, rare namaaksels, slechte jenever, valse grijnzen, en…’
‘Hoho homaar Klaas, ik ken de litanie.’
‘Sorry Santa, ik viel uit mijn rol. Nog een paar dagen en dan mag het.
Een rusthuis voor oude mannen, daar ga ik naar toe. Lezen en tv kijken en dutjes doen, zie je het voor je? Af en toe een kaartje leggen met andere moede mannetjes. Ga met me mee, laat de mensen het zelf opknappen, dat doen ze immers toch al?’
‘Mmmmm, dat klinkt great, wanneer ga je?’
‘Eerste Kerstdag. Als je wilt kun je nog net iedereen uitzwaaien, weten zij veel.’
De kerstman dacht een paar seconden diep na.
‘Top, ik ga mee. Nog even de rendieren het bos insturen. Waar tref ik je?’
‘De Ritz. Goeie koffie en een beste borrel. Vergeet je niet je pakkie uit te trekken?’
‘Komt goed Klaas, tot dinsdag. Zet de whiskey maar koud.’
‘Bokma, Santa, maar dat leren we je wel. Doei.’

Dit besluit viel drie jaar geleden en niemand had het in de gaten.
Nu weet U het.

Advertenties

De waarheid was dat we het allang wisten…


..dat Sinterklaas niet bestond.
Sterker: ik kan me niet eens herinneren dàt ik ooit in hem geloofde. De keren dat we ’s morgens een mand met cadeautjes vonden lagen achter ons, we dachten er nooit meer aan.
De waarheid kon immers niet verborgen blijven.
Moe die het druk had met boodschappen op de gekste tijden. Haar afwezige blik de laatste dagen. De groten die ook al geheimzinnig deden met hun geknutsel.
De duidelijkste aanwijzing was dat we aldoor de kamer werden uitgestuurd: ‘ga maar buiten spelen.’ Dan begrepen we dat ze met de cadeautjes bezig waren.
Mijn twee jaar oudere broer en ik liepen dagenlang rond met geheimzinnige gezichten; deden alsof we nog geloofden want dat hield de spanning er in. Het werd min of meer van je verwacht omdat er nog een klein broertje rondliep.
We zongen zogenaamd angstig mee terwijl we gisten van wie die zwarte glacé was die door de deuropening met pepernoten gooide.  En genoten van  de grote zussen die flirtend ‘dank je wel Piet, lieverd’ riepen.  (Zij wisten welke buurjongen het was). Een  vertoning die erbij hoorde.
De laatste middag vóór pakjesavond was niet door te komen; dan stond in het portaaltje de grote teil of de wasketel klaar, boordevol met pakjes. Een tafelkleed erover om het geheim in stand te houden..
Moe was op de valreep met een paar laatste surprises bezig, tobbend over een zinnig vers.
We stierven bijna van nieuwsgierige zenuwen.
Wat zou er voor ons bij zijn?
En, niet onbelangrijk, zouden we TWEE chocoladeletters krijgen?

Het was elk jaar een van de mooiste en spannendste periodes.
Nooit heb ik me verdrietig of belazerd gevoeld dat Sinterklaas niet bestond.
Integendeel, ik keek met ongeduld uit naar de tijd dat ik zelf mee mocht doen met surprises, grappen en versjes.
Ik zal toch niet de enige geweest zijn?
==

Rijm- en surpriseleed

Kent U dat? Zitten zwoegen op een goed en toepasselijk surprisegedicht dat mompelend wordt afgeraffeld?
Of een extra bijgevoegd grapje dat niet wordt begrepen, zelfs meteen bij het pakpapier wordt gegooid?
Ik wel.
In het gezin was er altijd wel 1 of -een schoonkind- dat er niets aan vond, zich beledigd voelde  en uitgelachen werd, het rijm niet eens zàg en zelf ook geen surprise had gemaakt.
Het was ‘uit de tijd’ hoorde je dan. Jammer al was het misschien waar.
Toen 5 december ingeruild werd voor 25 dec. was het afgelopen met de grappen. Tot sommiger opluchting.
Daar denk ik nu aan terug, hoe deze of gene met veel moeite een supergrap in elkaar had gezet die zonder pardon bij het pakpapier werd gedonderd.  Een beteuterd gezicht van de gever….
Achteraf bezien was ik natuurlijk verwend, mijn moeder stond er op dat alle broers en zussen hun best deden en de verzen duidelijk voorlazen opdat iedereen ze verstond. Het was al 50% van een geslaagd sinterklaasavondje.
Dat was vroeger. Uit de tijd, inderdaad.
De herinnering beklijft.
Ook mooi.

Sinterklaas


Hoewel ik niet geloof aan sint
stuur ik toch een nieuw gedicht

Je weet maar nooit,’ denk ik gezwind,
‘hij is misschien een zwaargewicht
en komt te voorschijn voor wat loof
wortels en een bonenstoof
gevoegd bij water en een rijm
met spreekwoordelijk geslijm.’

Ik doe er ook een plaatje bij
waarop hij rijdt in vol ornaat.
’s Nachts en vlot en laddervrij,
zijn duistere paden overgaat.

Want zeg nou zelf, een ouwe man
op een paard en overdone
is makkelijk te neppen.
En als hij me niets geven wil
dan za’k hem wel eens appen.