Aandoenlijke shortstory in drie delen

Lief (1)
Toen ze deuren en ramen schilderden kerfden ze hun namen in het houtwerk.
Opdat ze niet vergaten.
Zo verliefd, zo blindelings erin gelovend.
Dit werd absoluut hun huis.

Nog steeds lief (2)
Andermaal namen ze de kwasten, met de laatste laklaag verfden ze hartjes om elk van hun namen.
Nu konden ze het huis inzegenen met een prosit maar bovenal met de zekerheid van eeuwigheidswaarde die ze hun gevoel toedachten:
dit huis was voor altijd.

Niet meer lief (3)
Maar ach, ze raakten aan elkaar gewend en speelden slechts met lauwe gebaren, treurend om wat was en met vage hoop.
Vergeefs.
De namen zijn weggekrast.
==

Forever young

Droevige shortstory

Een jongetje speelde bij de vijver,  hij was vijf en vergat vaak mamma’s verbod.
Achter zijn bal aan rennend liep hij het water in.
Hij spartelde met armpjes en beentjes, het hielp hem niet.
Wegstervend gespetter alarmeerde een voorbijganger.
Politie verscheen,  ambulance en zijn huilende moeder, allen haastten zich naar het ziekenhuis.
De bal was kwijt, het jongetje  bracht het er levend af.
Maar werd nooit helemaal droog achter zijn oren.