Een doodgewone puber

In een roman voelt een scholier zich ongelukkig omdat hij een gemiddelde is, geen bijzondere artistieke gaven bezit.
Meteen herkende ik het.
Waar ik me als startende puber verbeeldde een paar aardige talentjes te bezitten, op zijn minst origineel was, bleek ik doodgewoon te zijn. Niet alleen op artistiek gebied,  ook in het dagelijkse leven blonk ik nergens in uit. Hoogstens in ontevredenheid want als uit-elkaar-gegroeide lijs ben je niet op je voordeligst. Niettemin keek ik in elke spiegel en winkelruit, zoals ik op school dagelijks hoopte op een opsteltaak of vrij tekenen of een praatuurtje Frans/Engels, vakken waarmee ik uit de voeten kon. Het Onze Vader en Weesgegroet bad ik in het Frans (geleerd als strafwerk) om maar iets te noemen. Sprak Engels met een prima Zaans-Amerikaans accent.
Helaas, het was niet aan de orde en ik scoorde nooit ergens mee.
Zodoende bleef ik dat doodgewone kind dat nergens in uitblonk behalve in spijbelen maar dat werd niet onderkend als een echte gave, integendeel, het leverde slechts kleinzielige telefoontjes op van de gehate biologiejuf die me betrapte toen ik met de hond wandelde.
Een middelmaatje.
Het verdroot me. Weliswaar had ik weinig ambities, er moest toch iets zijn waar ik bijzonder in was?
Nee dus.
Tot na het eindexamen waarvoor we allemaal slaagden. Alle leraren en leraressen feliciteerden ons uitbundig, de stemming was bijzonder goed. Toen kwam de biologiejuf op ons af, ook zij gaf iedereen een hand maar sloeg mij over. ‘Jou feliciteer ik niet,’ zei ze, ‘je hebt het niet verdiend.’
Verbouwereerd keek ik haar na. Ze werd afkeurend bekeken door klasgenoten en collega’s.
Was ik alsnog origineel. ’n Beetje dan toch.
Advertenties

Klassefoto

Nicht stuurt volgend verhaaltje

Op een dag kwam na schooltijd de moeder van het vriendje van mijn zoon naar me toe. Ze was hoogst verontwaardigd: ‘Onze jongens staan niet op de klassenfoto.’  Ik had die nog niet gezien.
Ze ging direct naar de juf. Het was dagenlang het onderwerp van gesprek op het schoolplein. Ik had met de juf te doen. Ze was er helemaal ontdaan van en ze had er geen idee van hoe dat nou kon gebeuren.
Toen stelde ik mijn zoon de meest voor de hand liggende vraag: ‘Waarom staan jullie er niet op?’ Zoonlief: ‘We hadden ons verstopt.’ Vader vroeg waarom. Zoon: ‘We hadden geen zin in een foto.’
Ik stuurde de vader vorige week een berichtje: ‘We zijn 500 euro misgelopen.’ De vader begreep me direct. ‘Misschien wel meer’, merkte hij later op.
‘De juf had niet goed opgelet, dus was de veiligheid van de kinderen niet gewaarborgd.’

Even terzijde: de zoon is fotograaf geworden.

Was dat domweg uit het hoofd leren echt zo verkeerd?

‘Je bent aan de heidenen overgeleverd.’
Een gezegde van mijn moeder, wie anders.  Ze zou het gezegd hebben bij de berichten over IS.
Ze kende er veel, teveel naar onze smaak, we vonden het gezeur maar voor haar was het heel gewoon om ze te onthouden. Ze had er tientallen paraat, misschien wel meer.
Haar generatie (ze was van 1918) leerde allerlei dingen uit het hoofd. Bij ons huiswerk topografie vertelde ze prompt hoeveel plaatsen er in Nederland waren: ‘1100, in onze tijd.’ We zuchtten. ‘Ja Moe, dank U wel.’ (tutoyeren was nog niet aan de orde).
Alle tafels werden moeiteloos opgedreund, hoofdrekenen was een makkie.
Invallen der Noormannen: 800 – 1000, ongeveer de tijd van Karel de Grote.
Columbus op Amerika: 1492.
Enzovoorts. En dat niet alleen, ze kregen er ook uitleg bij.
Toen we verhuisden van Wormer naar Katwijk bij Cuijk kon ze precies aangeven waar het lag, dat de Maas regelmatig overstroomde en de Duitse grens hemelsbreed betrekklijk dichtbij was.
Ze leerden er toen wat af.

Op onze Lagere School kregen we ook nog rijtjes en lijstjes, in veel mindere mate. Het schoolhoofd moest er niets van hebben. Daar leren jullie niets mee, zei ze, het is gemakzuchtig. Belangrijker is dat je de stof begrijpt.
Het werd toendertijd een hot item en toegegeven, er verbeterde het een en ander in de manier van lesgeven. Al leerden we nog steeds uit het hoofd: Groningen met de hoofdstad Groningen, Friesland met de hoofdstad Leeuwarden…
Toch betwijfel ik of uit-het-hoofd-leren fout was. Niet omdat vroeger alles beter was, het is een handige manier om de vereiste leerstof in een kinderhoofd te stampen.
Nog altijd beter dan eindeloze uitleg die ongeïnteresseerde leerlingen toch niet oppikken.
En: bleven kinderen er dom bij?
Dat wil er bij mij niet in.