Zonnebloem en regen

Regen was hard nodig, zie het hoog opschietend groen. Als je er langs loopt hoor je rondom de zuchten van genot. Aaaahh, slurpslurp.
Zelfs de zonnebloem heft het hoofd om alle druppels te vangen: alsjeblieft, nu even geen zon.
Het is ook mogelijk dat hij rondkijkt en zijn familie zoekt, hij is de enige die uitgekomen is. De rest houdt zich gedeisd.
De suikergoedjes, volgend jaar zal ik een parapluplant naast ze zetten.

Advertenties

Regen


Het regende. Het regende al vierenzeventig dagen.
De mensen verloren alle zomerbruin en hun natuurlijke teint werd lichter, enigszins vaal, als te vaak gewassen theedoeken. Langzamerhand begon zich het gevaar van een gezamenlijke apathie af te tekenen,  het enige waaraan men dacht was droog beddengoed.
Het volk morde. En fantaseerde.
Waar blijft de wetenschap, professoren zijn toch zo kundig, bestaat er niet zoiets als een wolkenkanon,  een verdampkring,  een reuzentrechter die al dat water opvangt en naar de zee loost? –
De geleerden daarentegen piekerden, filosofeerden, berekenden, schreven en componeerden, al naargelang de soort kennis die zij bezaten en dat was te weinig om het volk zoet te houden.  Ze verzochten het kabinet om extra toelages voor nieuwe onderzoeken. Zij wezen ministers op negatieve psychologische gevolgen van een ontregeld klimaat en ontdekten en passant een nieuwe ziekte: RRI (Repetitive Rain Injury).
De overheid kapittelde zowel het volk als de wetenschappers.
-Gezonder eten, maande een regeringslid.
-Deo Volente, berustte een ander.
-InshAllah, viel een collega hem bij
-Gooi de Islam eruit, raadde een kamerlid.
-Verplichte  zonnedanslessen, fantaseerde een ludieke minister.
-Hef regenbelasting, riep degene die de kas bijhield.
Eenieder deed zijn woordje waarna het besluit viel zich grondig op de problemen te oriënteren middels uitgebreide adviezen.
En zo werden er commissies in het leven geroepen.
Hulp-, stuur-, atoom- en meer groepen vormden zich, kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders werden ingeschakeld alsmede allochtone buurtvaders, het koningshuis gaf een diepte-interview ter afleiding, de minister-president liet een nerveus  maar jolig poepje.
Desondanks werd het droog en zonnig.
Het blééf droog en zonnig, al vijfentwintig dagen.
Iedereen kreeg hetzelfde gelooide vel, ietwat scheurig, als te vaak gebruikte schoenen  en bij het aanhoren van de mopperende boeren waren de mensen wel wijzer dan langer te wachten.
Het volk morde …

© Bertie