Over dagboeken

In het weekend zag ik een dagboekprogramma op  NPO1.
Een van de voorgelezen stukjes hoorde ik toevallig. Dat was even genieten. Die keiharde wraakgevoelens van een puber herkende ik meteen.

Hilarisch, wat ze soms verzinnen waarvan ouders geen idee hebben.
Hoewel, zelf zijn die ook pubers geweest. Waarschijnlijk durfden ze vroeger hun gevoelens niet zo plastisch te beschrijven. In een groot gezin was je zelden of nooit alleen, slaapkamer-kledingkast-bed-wasbak-shampoo en meer, alles werd gedeeld, er bleef weinig verborgen
.En dat is precies wat mij vroeger weerhield van eerlijke schrijfsels.
Toen ik een dagboek cadeau kreeg kwamen daar enkel onnozele stukjes in. Mocht iemand het vinden, dan zouden familie, klasgenoten, leraren en alle anderen niets beledigends lezen, zelfs hond en kat werden gespaard.
‘Vanavond aten we spinazie met gehaktballen, niet zo lekker,‘ schreef ik braaf.
Wat ik bedoelde: ‘Gadverdamme, spinazie die niet te eten was met een walgelijke berg zand, ik snap niet dat ze het op tafel durft te zetten… enz. enz.
In werkelijkheid wenste ik ze stuk voor stuk morsdood, de Maas in en opgevroten door grote vissen en mezelf een liefhebbende rijke popster die mijn  schoonheid onderkende. Dat zou pas gerechtigheid zijn.
Stel je voor dat een broer of zus zoiets in handen kreeg.
Ook daarover had ik weinig stichtelijke gedachten, chantage  zou nog mijn minste straf zijn. (‘Je zakgeld of…’) Gruweldegruwel.
Tussen deze diepzinnige gedachten door vond ik ons gezin wel te pruimen en moeders kookkunst ook.

Deze periode duurde niet lang en dat is maar goed ook, je zou jezelf haast gaan geloven.
Meer en meer werden het verzonnen opstellen en teksten van popliedjes. Wel zo makkelijk en veilig.
Wat me opviel was dat het meestal meisjes waren die een dagboek bijhielden. Of is dat aangepraat? Of verstopten jongens ze beter?
Bij onze eigen kinderen heb ik nooit naar geheime geschriften gezocht. Ik wilde ze niet vinden, ik geloof niet dat ik hun ontboezemingen op prijs had gesteld.
Iemand mag best iets voor zichzelf hebben, je hoeft niet àlles te delen.
Zelfs niet in een gezin.
Dan spaar je elkaar.
==

Advertenties

Pubers? Pubers!

Vanmiddag las ik het weer, in het zoveelste boek, de zoveelst column, stuk voor stuk herhalingen, over het hopeloze stuk vreten dat als een vod op de bank hangt en moeder als voetveeg gebruikt maar superalert wordt bij games of make up, soms de wereld verbeterend op kosten van ouders, dan wel een paard eisend, eveneens op ouders kosten.

Toegegeven, er schuilt soms waars in over hun onverschilligheid jegens het gezin. En in alles wat daaruit voortvloeit, de lompheid, luiheid, tegenzin, enzovoorts.
Toch zagen we een andere kant, waar ze eerder onzeker dan onverschillig bleken. Waarin duidelijk werd dat ouders niet alleen als geldschieters fungeerden maar ook degenen bij wie ze om raad kwamen.  Gevoelig waren voor sfeer, blijk gaven van menselijkheid.
Zelfs zijn er pubers die ‘normaal’ blijven, met doodgewone deugden en ondeugden. Ze bestaan!  Ondanks opspelende hormonen.
Die misschien een jaartje slabakken maar verder hun school afmaken, hun weerzin niet op hun omgeving afwentelen, gesprekken kunnen voeren, geïnteresseerd zijn. Met vallen en opstaan.
Gezien het slechte imago van pubers zou je ze bijna als extremen beschouwen maar zo buitengewoon zijn ze niet.
Tja, popi-geklaag  doet het natuurlijk veel beter.
In mijn ogen is het pas echt erg wanneer er problemen komen als drugsgebruik, alcoholverslaving, criminaliteit, er ziektes en stoornissen  voor de dag komen.
We kennen ouders die hiermee worstelen
Die klagen met recht!