Geen grapvers

Natuurlijk zijn er ook gewone versjes.
Dit is een elfje naar mijn hart,  het verdient vette letters.

Goudgeel
de staafjes
ze glanzen verlokkend
met zout het lekkerst
patat
©

==

 

Vijf uur, etenstijd

Hongerig kwam ik langs de vettent. Ik stopte niet, dat doe ik nooit. Braaf snelde ik naar huis met de sla en tomaten en een tas vol andere karige voedsels.
Daar maakte ik de gezonde maaltijd die goed voor me is. Op smaak gebracht met kruiden. Afgeblust met een kop thee, groene uiteraard. Zonder zoet.
Een restje magere yoghurt diende als toetje.
Eén moment sloeg de twijfel toe bij de brie: plankje maken? Nee…
Tis moeilijk, soms.
Door elkaar genomen eet ik goed, gezond, smakelijk en genoeg.  Ik houd van rauwkost en groentes, eet graag zure yoghurt,  frisdranken zijn niet aan me besteed. Snoepen is er niet bij, koekjes zijn voor de visite.
Maar zo af en toe, bij het zien, ruiken of horen van patat, dan loopt het water me in de mond. Het achtervolgt me tot in dromen, echtgenoot nam de logeerkamer omdat ik patat uitademde, ik kon er niets aan doen. Patat en de bijbehorende vettigheden, kroketten en berenhappen en slaatjes met uitgedroogde eieren,  you name it, ik ben er verzot op.
Ik ben geen deskundige maar geloof dat het een link is naar de tienertijd. Cafetaria’s waren de ultieme plaatsen om bij elkaar te komen en naar herriemuziek te luisteren, toen we nog te klein waren voor concerten.
Terwijl Moe het slechte plaatsen noemde met verkeerd voedsel en ons koppig bloemkool voorzette.
Zodat we voor altijd de zin naar friettenten met reuring en gelijkgestemden bleven behouden. En naar patat.
Ze wist niet beter. Wij ook niet.