The day after

Bwham dreunt het. En nog eens en weer,  langzaam afnemend geratel.
Versuft steek ik mijn hoofd uit het dekbed. Vuilniswagen?  Op nieuwjaarsdag?
Ik schuif het dekbed opzij en kom overeind, moeizaam, pfff, zeker teveel gedanst.
De wekker. Focussen lukt niet goed, of toch. Half elf nog maar.
Ah, vandaar het ongemak, het was al licht toen ik mijn bed in rolde.
Ik moet naar de badkamer. Dat eerst.
Gapend raap ik meteen de krant.
Het voorpaginanieuws, hmmm, vuurwerk, drank, vechtpartijen.
Ineens het besef:  krant? vuilniswagen?
Verdwaasd staar ik naar de datum. Dinsdag 2 januari.
Maar, de oudejaarsparty… en toen…..
Krijg nou wat, de eerste dag van een nieuw jaar al verslapen.
Dan de goede voornemens ook maar overboord.

Advertenties

Dagdag.

Nog een paar uurtjes om de kranten te lezen en puzzels in te vullen, eten en drinken klaar te zetten, misschien een hazenslaapje doen in de luie stoel, alle ramen dicht te doen. Best druk nog,  zo’n laatste avond.
De laptop gaat NU dicht, tablet aan de kant.
Tot volgend jaar!

Oude

Er sloft ’n bejaard kereltje door de straat.
Rondkijkend stopt hij, checkt zijn telefoon.
Ik houd hem aan. ‘Bent U verdwaald meneer? Waar moet u zijn?’
‘Dag mevrouw. Hier ergens zou ik een klein kind ontmoeten.’
Het Oude Jaar, begrijp ik. Hij ziet er ontevreden uit.
‘Is er geen plan voor de overdracht?’ vraag ik.’Dan kan ik U brengen.’
Hij mompelt dat hij op antwoord wacht.
Dan gooit hij eruit:
‘Ik ben blij dat het jaar om is, ik had er meer van verwacht. Had 2017 tot het jaar van de vrede willen maken. Zou starten met de grootmachten door elkaar te rammelen en daarna de religies afbreken, de mensheid en bloc te hypnotiseren via Internet, en…  wat was ik nog jong.’
Ik houd mijn adem in bij zoveel idealisme.
‘Uw opvolger lukt het misschien,’ troost ik.
Hij steigert. ‘Daar heb ik niets aan, die eer had ik zelf willen hebben. En nu nog verdwalen ook, gadverdamme wat een klote-einde.’
Tsss, jaloers en nog chagrijnig ook. Verbluft staar ik.
‘Sta niet zo te gapen, waarom moet ik vriendelijk zijn? Zo mooi was het allemaal niet, de keren dat ik voor noppes bijstuurde zijn talloos, het deed me veel verdriet en nu heb ik er genoeg van. Ik stap er uit en zelfs daarmee moet ik wachten, voor mij geen Drion. Bah!’
Wat te zeggen? Ik weet het niet. Het hoeft ook niet, zijn smartphone rinkelt.
Hij leest en grijnst opgelucht.
‘Hebbes. Overmorgen in de schuur van N, hopelijk zonder hennep en knallen.’  Hij steekt zijn hand op. ‘Houdoe.’
‘Veel geluk dan maar,’ roep ik hem na ‘en een voorspoedig 2018.’
Nog één keer kijkt hij om.  ‘Hou je soort voor de gek.’

Vuurwerk, ja of nee?

Het doet veel kwaad maar heeft ook zijn bekoring. Ooit genoten wij er zelf van, samen met vrienden een groot pakket kopen en naar het nachtuur toeleven.
Eerlijkheidshalve  moet ik toegeven dat niet iedereen er zorgvuldig mee omsprong. Dat er niet nòg meer ongelukken gebeuren is bijzonder.

Wat ik vervelend vind is het (zogenaamd stiekeme) geknal wat we deze dagen horen. En dat dat gaat duren tot nieuwjaarsdag.
Het gebeurt wel dat ik, aan de waslijn staande, de hemden uit handen laat vallen door onverwachts zzzzzjiet-pang!  Zitten ze een paar tuinen verderop en gooien van achter de schutting in het wilde weg (de hemden lijden er niets mee, da’s mazzel).
Ik schrik me wezenloos wanneer er vlak bij me een rotje knalt. Ook ben ik bang dat ze me raken want van het betere gooiwerk hebben ze niet altijd kaas gegeten, het lijkt op spannende paniek van jonge jochies.
Nooit zie ik volwassenen of grote jongens die dit doen. Naar wat ik hoor ligt dat in de steden anders, daar schijnt het veel erger te zijn maar dat hoef ik niet te weten.
Onze eigen jongens deden het ook. Zoiets hoor je dan later.
Hoe kwamen jullie er aan? vroeg ik. Schouderophalend mompelden ze wat.
Tja, begreep ik,  er  was altijd wel een broer of vader die naar België ging voor het echte vuurwerk en een berg rotjes kocht.
Ik gun ze het plezier maar waarom bewaren ze het niet voor oudejaarsavond?

Dag 2016, tot nooit meer.

Afgelopen jaar is er niets bijzonders gebeurd. Net als het jaar daarvoor kabbelden dagen na nachten door tot de weken om waren, daarna de maanden en loopt het nu ten einde.

2016 was een Jaar van de Aap, tevens mijn teken in de Chinese dierenriem. Vandaar het gemak waarmee ik de tijd doorkwam?

Overmorgen begint het Jaar van de Haan. Het zegt me niet veel goeds, wat moet je met zo’n beest? De haan die we vroeger hadden maakte me doodsbenauwd met zijn machts- en wellust, als een kip zonder kop betrad hij alle vrouwen, zin of niet.
Mijn man was een Hond, die luisterde tenminste en rende ook niet achter alle kippetjes aan.
Aan voornemens doe ik niet meer, dat was een eenmalig voornemen en bevalt me.
Nog eenmaal neem ik een warme douche, misschien kook ik nog een keertje of bak patat, dat ligt aan de trek die men heeft. Er staat een voorraadje bier, wijn en eterijtjes klaar. Rustig zittend -of hangend-  sturen we het oude jaar de laan uit. Vroeger groots feestend, later knus met zijn tweetjes, nu met een paar anderen.
Zo gaat dat.
En dan nu de eerste stappen naar het einde.
Tot volgend jaar!