Wakker liggen

 


De nacht is begonnen. Ik hoorde hem aankomen in het stikkedonker.
Hij controleert de Kleine Beer, knikt naar de maan en telt de sterren.
Hij zegt niets. Zwijgen is een van zijn eigenschappen, rust zijn beroemdste kenmerk.
Ik wacht tot hij vertrekt.
‘Goeiemorgen’, zeg ik dan, opgelucht.

Advertenties

Nachtelijke overdenkingen


Het schoner volk dat almaar later op de avond verschijnt, wat zouden dat voor mensen zijn. Worden er dromen mee bedoeld, of juist duister gespuis?

Zwerfkatten misschien,  insluipers, weggelopen familieleden, desperate dwalers.
Of engelen, stel je voor dat ze bestaan en je de trap op dragen, op bed nedervlijen en in slaap wiegen, twee aan hoofd- en twee aan het voeteneind. Wat zou je zalig wegsluimeren.
De laatste gedachte neem ik straks mee naar bed, ik hoor de vleugelen al ruischen.

Het regent.