Mist voorspeld


Dat het opletten is in het verkeer weet iedereen.
Waar we niet zo gauw bij stil staan is dat het ook in andere opzichten gevaarlijk is. Dat besefte ik toen ik verdwaalde op een weg van maar een paar kilometer.
De afstand was me overbekend want duizend keer befietst maar toen de mist ineens in een dikke wolk veranderde had ik  geen ander hulpmiddel dan de rand van het fietspad waardoor ik geen notie had waar ik me bevond. Niet alleen het zicht verdween, ook het geluid evenals tijd- en richtinggevoel.
Af en toe stopte ik om een idee te krijgen van de omgeving, durfde  nauwelijks een stap te verzetten door plotselinge opdoemende autolichten.
Het ergste was de opkomende gedachte aan de onopgeloste moord van een paar dagen geleden in een naburig dorp, het drong tot me door dat een onverlaat me makkelijk kon benaderen, niemand die het zou horen en zien.
Ik was panisch en zag mezelf gewurgd, gekeeld, onthoofd en leegbloedend naast mijn fiets liggen. Wat moet ik nou, huilde ik.
Ik durfde niet verder.
Toen trok de nevel langzaam op en herkende ik de weg weer.
Pffff.
Ik maak er grappen over maar feit is dat je in dikke mist volkomen onbeschermd bent, je wordt vermoord waar je bij staat.
Ga liever met de auto.  Beter: blijf lekker thuis. ==

Zeer dikke mist

De wereld kromp, werd klein en kleiner tot alleen ik leek te bestaan.
Eenzaam stond ik daar in het vage licht van een versluierde zon. Fiets aan de hand, niet wetend welke kant ik op moest. Door rond te kijken was ik uit balans, alle richtingen zagen er eender uit, zelfs boven en beneden konden verkeerd zijn.
Wat te doen.
Ik voelde met mijn handen of er iets te leunen viel, een boom, muur, wat dan ook. Niets. Op de tast zette ik de fiets op de standaard en liet me voorzichtig zakken op verdwenen grond.
Dan nam ik de tas van het stuur. Maar…wat.. zelfs die zag ik niet meer, in het wilde weg graaiend vond ik hem, zocht naar het mobieltje, toetste 112. Er gebeurde niets.
Mijn hand verdween, ik pakte hem met de andere die ik ook niet meer zag. Alles weg, de wereld, telefoon, ikzelf.
Gespannen zweefde ik in het niets, wachtend op licht? Godot? Hulp?
Het duurde lang.
Veel later, ik was al bijna voorgoed opgelost, werd het helder, nevelen verdunden, contouren werden zichtbaar.
Ik stond op en zag de omgeving verschijnen.
Opgelucht herkende ik mijn achterdeur en keukenraam.
Ik stond op de stoep.