mist

Vanmorgen was het mistig

Alweer.
Gisternacht ook al. En vorig jaar en in 2018, 2017, 2016, tot in mijn vroegste jeugd.
Naar men zegt kwam het altijd al voor.
Het moet knap lastig zijn geweest toen er nog geen straten waren en men bij elk stap over een kei of graspol kon struikelen. Reken maar dat er heel wat gebroken benen waren en natuurlijk geen gips voorhanden.
In boeken en films is mist een dankbaar verschijnsel.
Er zijn enge verhalen over gevaarlijke wellustelingen die met zachte zolen jonge vrouwen benaderen. Eerst met onzedelijke wensen en daarna met moordlust als de vrouwen niet meewerken aan de ijselijke genoegens. Buitengewoon spannend, jammer als ze gered worden door een of andere brave Tinus.
Persoonlijk heb ik het niet op mist. Na een paar verdwaalsessies waarvan een in de auto, een op de fiets en de laatste in eigen achtertuin blijf ik al binnen bij het eerste nevelsliertje.
Het zou maar een vergismist zijn zoals die Londen, 1952. Achteraf bleek dat een ongezonde smog te zijn die vijf doden opleverde.
Ik verwacht zoiets niet in ons gebiedje, toch weet je het maar nooit. Met die zwarte gaten en een vreemde planeet die op springen staat. De aanloop naar carnaval. Al het bier dat je blik zo mistig maakt.

Ik zie dat het opklaart.
Kan ik veilig naar de wasmachine. Die staat in de schuur, toch nog gauw een kleine tien meter, voor ik er erg in had zou ik in de vijver zitten, bij de bullebak op schoot.
Vreselijk idee.
==

.

mist·vermoord

Mist voorspeld


Dat het opletten is in het verkeer weet iedereen.
Waar we niet zo gauw bij stil staan is dat het ook in andere opzichten gevaarlijk is. Dat besefte ik toen ik verdwaalde op een weg van maar een paar kilometer.
De afstand was me overbekend want duizend keer befietst maar toen de mist ineens in een dikke wolk veranderde had ik  geen ander hulpmiddel dan de rand van het fietspad waardoor ik geen notie had waar ik me bevond. Niet alleen het zicht verdween, ook het geluid evenals tijd- en richtinggevoel.
Af en toe stopte ik om een idee te krijgen van de omgeving, durfde  nauwelijks een stap te verzetten door plotselinge opdoemende autolichten.
Het ergste was de opkomende gedachte aan de onopgeloste moord van een paar dagen geleden in een naburig dorp, het drong tot me door dat een onverlaat me makkelijk kon benaderen, niemand die het zou horen en zien.
Ik was panisch en zag mezelf gewurgd, gekeeld, onthoofd en leegbloedend naast mijn fiets liggen. Wat moet ik nou, huilde ik.
Ik durfde niet verder.
Toen trok de nevel langzaam op en herkende ik de weg weer.
Pffff.
Ik maak er grappen over maar feit is dat je in dikke mist volkomen onbeschermd bent, je wordt vermoord waar je bij staat.
Ga liever met de auto.  Beter: blijf lekker thuis. ==

mist

Zeer dikke mist

De wereld kromp, werd klein en kleiner tot alleen ik leek te bestaan.
Eenzaam stond ik daar in het vage licht van een versluierde zon. Fiets aan de hand, niet wetend welke kant ik op moest. Door rond te kijken was ik uit balans, alle richtingen zagen er eender uit, zelfs boven en beneden konden verkeerd zijn.
Wat te doen.
Ik voelde met mijn handen of er iets te leunen viel, een boom, muur, wat dan ook. Niets. Op de tast zette ik de fiets op de standaard en liet me voorzichtig zakken op verdwenen grond.
Dan nam ik de tas van het stuur. Maar…wat.. zelfs die zag ik niet meer, in het wilde weg graaiend vond ik hem, zocht naar het mobieltje, toetste 112. Er gebeurde niets.
Mijn hand verdween, ik pakte hem met de andere die ik ook niet meer zag. Alles weg, de wereld, telefoon, ikzelf.
Gespannen zweefde ik in het niets, wachtend op licht? Godot? Hulp?
Het duurde lang.
Veel later, ik was al bijna voorgoed opgelost, werd het helder, nevelen verdunden, contouren werden zichtbaar.
Ik stond op en zag de omgeving verschijnen.
Opgelucht herkende ik mijn achterdeur en keukenraam.
Ik stond op de stoep.