Eenrichtingsverkeer

Het is al laat als ze eindelijk durft.
En nog twijfelt ze.
Wat, denkt ze, als hij slaapt?
Dronken is?
Stoned?
Of simpelweg geen zin in haar heeft?
Dan …
…dan antwoordt hij niet.
En wacht zij voor niets en dat na al die uren dat ze moed heeft moeten verzamelen, dat zou oneerlijk zijn.
Tranen prikken; voordat de tegenvaller daar is voelt ze het verdriet.
Was hij maar te vertrouwen, zou hij háár maar bellen en niet zijn vrienden.
Weet je, verzekert ze zichzelf, als ik van hem op aankon, had onze relatie toekomst.
Ik zou zo graag, wat zou ik graag met hem samenwonen, kan niet schelen waar.
Ze droomt.
Komt weer terug
En stuurt:
‘Houd je nog wel van me?’

Advertenties