Het zal zo wel motte..

… was het gevleugelde zinnetje van een bejaarde vrouw voor wie ik werkte.
Ze was aardig en kien en had gevoel voor humor.
Om politiek, belasting en gemeentelijk besluiten echter kon ze niet altijd lachen. Die zaken vond ze lastig te begrijpen zoals de meesten van ons.
Bij het lezen van de krant vroeg ze vaak: ‘Begrijp je dat nou Bets?’ (zo noemde ze me).  Ze las alles, niet alleen de koppen maar de artikelen waren haar niet altijd duidelijk genoeg.
‘Beatrix gaat met pensioen, waar heeft zij die grote uitkering voor nodig? Ze hoeft toch niet meer zo deftig op te treden?’
Dat wist ik ook niet.
‘Heb je gezien hoeveel stallen er weer gebouwd worden? En de stank moet verminderen!’ Tja…
‘Bets, de gehandicapte kindjes van ons dorp krijgen gratis pony-rijles. Waarom? Die ouders zijn niks armer dan wij.’ Ook daar had ik geen antwoord op, ik zat met dezelfde vragen als zij.
Na enig nadenken zei ze het, ‘het zal wel zo motte.’
Ze bedoelde het niet grappig, het was haar standaardgezegde. Accepteren in het leven is nodig, zij deed het op deze manier. Het had iets gelatens.
Het klonk heel wat sympathieker dan het hatelijke chagrijn van sommig kankerpitten, excusez le mot.
Op een dag was ze geëmotioneerder dan anders: ‘Buurman wil dood. Snap je dat nou?’
Ja, maar dat ging ik niet uitleggen. De man was oud en eenzaam en op.
Ze zuchtte, deze keer echt aangeslagen. Ze begreep zijn wens niet.
‘Het zal zo wel motte.’

Advertenties

Erbij zijn, of niet


In een van de vorige reacties klaagde ik dat je veel mis loopt wanneer je in een klein dorp woont.
De klacht is natuurlijk niet helemaal terecht.
Het is niet alleen het dorp waar je woont. Omgeving, religie, afkomst, gezin, schoolsoort, het speelt allemaal mee, vooral in de beleving  van een jong mens.
Het is een beschermend minimaatschappijtje dat weliswaar (te) hecht kan zijn maar de wereld daarbuiten nooit volledig afsluit. Daarvoor is ons land letterlijk te klein nog afgezien van de overvloedige informatie die voorhanden is.
Het meest veelzeggend is de eigen inbreng. Aard en aanleg.
Als iemand het leven over zich heen laat komen, om welke reden dan ook, gebeurt er inderdaad niets.
Lezen over interessante geschiedenis, manifestaties, theater, mode, kunst, noem maar op, is een prettig tijdverdrijf and that’s it.  Men kan er hoogstens mooie gesprekken over voeren.
Maar die buitenwereld mee-beleven, al is het maar via een ingezonden  commentaar of het vormen van een gespreksgroepje, dat moet uit iemand zelf komen.
Je kunt je dorpje niet overal de schuld van geven.