kleding

Kleren maken de man/vrouw

Moe had genoeg nachtponnen maar droeg het liefst pa’s pyjamajasjes.
Een van de zussen liep graag met de geitenwollen sokken van haar verloofde, lekker warm, zei ze.
Wie ’s winters naar de wc moest (ca 10 m achter het huis) schoot in pa’s klompen, die waren bestand tegen sneeuw en ijs.

Deze en meer dingen, waarvoor ik me als tiener ’n beetje  geneerde, zag ik terugkomen toen ik zelf huisvrouw was.
Nachtpon? Echtgenoots shirt zat veel lekkerder.
Pantoffels? Mwah, toch liever zijn oude bellen.
Sokken? Alleen zijn gebreide sokken van schoonmoeder vond ik goed genoeg.
Naar de schuur? Man’s vest hangt nog steeds grijpklaar.

Natuurlijk was het te verklaren: herenkleding was ruimer en zat prettiger.
Maar intussen hebben vrouwen ook royale vesten, broeken, shirts, laarzen en dergelijke. Voldoen die niet? Of is het, zoals een kennis opmerkte, jaloezie van vrouwen die alles willen wat een man ook heeft, een soort fout feminisme?
Misschien.
Eerder denk ik aan gebruikersgemak.
Míjn vesten zijn opgeruimd in de kleerkast, op een hangertje.
Míjn sokken bleven damessokken, nauw aansluitend en lastig aan- en uit te trekken
Míjn nachtgoed is meer van dat cadeauspul.
Al die dingen trek je niet gauwgauw aan als je warmte behoeft, of een snelle run naar de garage maakt. Terwijl zíjn dingen her en der aan haken hangen of voor buitendeuren klaarstaan.
Ik zou geen andere verklaring weten. Trouwens, waarom zou het verklaard  moeten worden.
Dat weet ik ook niet maar het is wel aardig hierover te denken.
Met eigen brein.
==

kleding

‘Geen nieuwe kleren dit jaar’

Als ik me hier een voorstelling van maak zou ik een kleine ramp zien.
Niet alleen door de gemiste kleding, ook de verloren dag.

Het was gebruikelijk het gezin in april in zomertenue te steken. De jongste kinderen eerst.
Dat was fantastisch, met de bus naar het station in Wormerveer, de trein naar Amsterdam, van het Centraal naar C&A en daar kochten we heel veel.
Broer, ikzelf en broertje, kregen alles nieuw.
Van jas, jurk en pak tot ondergoed, misschien wat extra’s als er geld over was.
Loeidruk maar  we genoten van al dat volk.
Daarna mocht mijn moeder graag een kijkje nemen bij de Bonneterie, ze kon die prijzen niet betalen maar vergaapte zich aan de mode, Bijenkorf, V&D, eindigend bij Harkema waar we echte patat aten en Joy dronken en moe slagroomgebak bij de koffie nam.

We kwamen gegarandeerd bekenden tegen.
Logisch, het halve dorp werkte bij de grotere fabrieken en die schoten eind maart de kinderbijslag voor. De eerste de beste vrije woensdagmiddag trok een lading moeders naar de stad.
Het was een halfjaarlijkse gebeurtenis die voor ons de waarde had van een echt feest, beter dan Kerstmis, Pasen en Pinksteren, ook Artis en het strand konden er niet aan tippen.

Stel je voor dat Corona de boel lam zou leggen.
Ik krijg  alsnog meelij met de moeders bij de gedachte, net zoveel als met de ouders van nu.
Alleen het feit dat iedereen hetzelfde meemaakte zou troosten.
Hopelijk doet het dat ook nu.
==

kleding

Luxe hemd

Het teruggevonden hemd maakte meer herinneringen los dan ik verwachtte.

Nog niet lang getrouwd zijnde bekeek ik zijn kleding met weinig enthousiasme.
Altijd die saaie hemden, ik besloot er iets aan te doen en kocht een paar setjes Schiesser, indertijd een luxe merk ondergoed. Niets levendiger dan HEMA maar drie keer zo duur dus gegarandeerd goed.
Dat vindt hij vast leuk, dacht ik, iets luuks aan zijn lijf. (ik was nog jong en las teveel).
Hij zei er niets van. Trok het aan en uit zonder commentaar.
En? doorbrak ik na een paar wasbeurten zijn zwijgen, zit het goed? Het nieuwe ondergoed, legde ik uit.
Hij reageerde verbaasd: Ja hoor, prima. Is er iets mee?
Tja. Nou. We raakten in een serieus gesprek.


Achteraf vroeg ik me af, wat had ik dan verwacht. Dat hij een schoon hemd uitgebreid zou bekijken, keuren, draaggenot zou beoordelen? En dan mij zou informeren? Hij zou denken dat het een mop was.
En daar lach ik nu om.
=

kleding

trillende dynamiek in tulpenrood

Er liggen wat oude kledingstukken die ik niet kwijt wil, die ga ik rood verven.
Op Internet zoek ik naar textielkleursel.
Er komt een advertentie voorbij met een wervende tekst:

Productbeschrijving textielverf
…het rood is de kleur van liefde, hartstocht en dynamisme. Het barst van energie en zet mensen aan tot actie. Deze glorierijke rode tint doet u denken aan de overweldigende, bloeiende tulpengebieden van Nederland. Heet Tulip Red welkom in uw huis of draag het voor een trillende blik die alle harten sneller zal doen kloppen.

Ik sta paf. Liefde, hartstocht, energie, dat heb ik sinds mijn achttiende niet meer meegemaakt. Dynamische hartstocht, dat was het wel zo’n beetje.
Uiteraard bestel ik dit onmiddellijk, zoiets lieflijks laat ik me niet ontgaan.
Stel je voor dat alle harten trillend kloppen bij de aanblik van mijn tulprode truitje. De laatste keer dat ik iemands kloppend hart zag trillen was de negentigjarige vriend van man’s neef die in het bejaardenhuis woont en ik droeg niet eens een truitje. Het zal de doorkijkbloes van neef  zijn geweest die hem om zeep hielp.
Daar moet ik straks dus mee oppassen, actieve dynamiek wil wel eens teveel zijn voor negentigers.
Maar goed, tulipred dus. Als het mooi wordt verf ik er meteen een paar schoenen bij en mijn haar. Een energieke study in red.
Ik ben benieuwd.
Ik kan niet wachten met verven.
Ik tril van ongeduld.

kleding

Bobbeltjes

We keken altijd uit naar de verjaardagen van pa en moe.
Naar familiebezoek, in het bijzonder van de oude tantes.
Onder hun jurken (steevast zijdeachtig, gedekt bruin, blauwgrijs of beige met frivool bloemetjesdessin) staken van die rare bobbeltjes uit op hun achterste. Dat fascineerde ons, we zagen ze bij onze eigen moeder nooit.
Met name de magere tantes leken ware bobbeltjesfanaten, bij hen zag je zelfs grote punten aan hun zijkanten uitsteken alsof ze in een houten onderbroek rondliepen.
Als kinderen van een groot gezin wisten we natuurlijk dat het verschijnsel door korsetten veroorzaakt werd , die ook door strijkplanken gedragen werden want dat hoorde zo.
Het moeten oude modellen geweest zijn (de korsetten bedoel ik), vreselijke dingen met veters en baleinen, die weliswaar mooie vormen beloofden maar dikke buiken en slappe billen alleen maar in vreemde vormen wrongen en nooit goed aansloten.
Wij dachten dat de jongere familie het ook raar vond, er werd tenminste behoorlijk gelachen naarmate de avond vorderde.
Achteraf denk ik dat het juist de ouwe omes  waren;  zij zagen voor hun geestesoog een Madonna avant la lettre.
Verboden Vruchten.

            

kleding

Schortstory

Mijn moeder had een gebloemd exemplaar, U kent ze misschien nog.  Grote lappen met kruisbanden over de rug. Het bovenstuk fungeerde als (veiligheids-)speldenkussen en de rest als poetsdoek voor alle voorkomende nattigheden. Kleingerei zat in een zak: afgebrande lucifers, stukjes garen, knopen, spijkers, restje sunlight, wcpapiertjes, centen. Er werd veel gebruik gemaakt van het schort.  Mocht ze haar handen vol hebben dan pakten we zelf een punt om gezicht of schoenen  af te vegen.

Het was heel wat anders dan het wijduitstaande schortje dat we op de MULO moesten maken, in het kader van ‘we geven de meisjes iets extra’s mee.
Tja, goed bedoeld. Beetje ouderwets maar ach, we hielden er een kittig kledingstukje aan over. Op eigen houtje knipte ik de hoeken rond en en zette er een kantje aan. Moeder fronste. De lerares ook. De directeur keek me lang aan. Een paar meisjes werden verlegen. Te laat dacht ik aan Franse dienstmeisjes met hoge hakjes en plumeau, gekleed in een kort schortje-met-kant, van wie wij dachten dat ze pornosterren waren.
Enfin, we waren niet wijzer.
Later leerde ik het jasschort kennen. Een gruwelijk en ouderwets kledingstuk maar uiterst doelmatig. De betreffende huisvrouw had nòg meer spullen bij zich,  de helft van haar keuken tot de knijperbak aan toe. Ze zou zomaar de baby in de zakken kunnen bewaren.
Het schort is intussen uitgegroeid tot sloof voor beroepsmensen en tot hip keukendingetje.
Ik gebruik het bij bakken en braden.
En vind er alles in terug wat ik kwijt was, van karrenmunt tot half brood.