Bobbeltjes

We keken altijd uit naar de verjaardagen van pa en moe.
Naar familiebezoek, in het bijzonder van de oude tantes.
Onder hun jurken (steevast zijdeachtig, gedekt bruin, blauwgrijs of beige met frivool bloemetjesdessin) staken van die rare bobbeltjes uit op hun achterste. Dat fascineerde ons, we zagen ze bij onze eigen moeder nooit.
Met name de magere tantes leken ware bobbeltjesfanaten, bij hen zag je zelfs grote punten aan hun zijkanten uitsteken alsof ze in een houten onderbroek rondliepen.
Als kinderen van een groot gezin wisten we natuurlijk dat het verschijnsel door korsetten veroorzaakt werd , die ook door strijkplanken gedragen werden want dat hoorde zo.
Het moeten oude modellen geweest zijn (de korsetten bedoel ik), vreselijke dingen met veters en baleinen, die weliswaar mooie vormen beloofden maar dikke buiken en slappe billen alleen maar in vreemde vormen wrongen en nooit goed aansloten.
Wij dachten dat de jongere familie het ook raar vond, er werd tenminste behoorlijk gelachen naarmate de avond vorderde.
Achteraf denk ik dat het juist de ouwe omes  waren;  zij zagen voor hun geestesoog een Madonna avant la lettre.
Verboden Vruchten.

            

Advertenties

Schortstory

Mijn moeder had een gebloemd exemplaar, U kent ze misschien nog.  Grote lappen met kruisbanden over de rug. Het bovenstuk fungeerde als (veiligheids-)speldenkussen en de rest als poetsdoek voor alle voorkomende nattigheden. Kleingerei zat in een zak: afgebrande lucifers, stukjes garen, knopen, spijkers, restje sunlight, wcpapiertjes, centen. Er werd veel gebruik gemaakt van het schort.  Mocht ze haar handen vol hebben dan pakten we zelf een punt om gezicht of schoenen  af te vegen.

Het was heel wat anders dan het wijduitstaande schortje dat we op de MULO moesten maken, in het kader van ‘we geven de meisjes iets extra’s mee.
Tja, goed bedoeld. Beetje ouderwets maar ach, we hielden er een kittig kledingstukje aan over. Op eigen houtje knipte ik de hoeken rond en en zette er een kantje aan. Moeder fronste. De lerares ook. De directeur keek me lang aan. Een paar meisjes werden verlegen. Te laat dacht ik aan Franse dienstmeisjes met hoge hakjes en plumeau, gekleed in een kort schortje, van wie wij dachten dat ze pornosterren waren.
Enfin, we waren niet wijzer.
Later leerde ik het jasschort kennen. Een gruwelijk en ouderwets kledingstuk maar uiterst doelmatig. De betreffende huisvrouw had nòg meer spullen bij zich,  de helft van haar keuken tot de knijperbak aan toe. Ze zou zomaar de baby in de zakken kunnen bewaren.
Het schort is intussen uitgegroeid tot sloof voor beroepsmensen en tot hip keukendingetje.
Ik gebruik het bij bakken en braden.
En vind er alles in terug wat ik kwijt was, van karrenmunt tot half brood.