kip

Kippensoep

Voorstellingsvermogen, vaak een handige eigenschap. Niet altijd, het beeld kan met je op de loop gaan.
Vanmiddag viel het verkeerd uit.
Na een uurtje soezen in de zon  was het etenstijd en ik warmde een portie kippensoep op. Vers uit de diepvries. Jammie, dacht ik nog.
Het was lekker maar na een paar happen zag ik kippen voor mijn geestesoog, blijkbaar had het soesuurtje iets verkeerds geplant in mijn geest.
Ik zag pa die koppen afhakte, met tegenzin maar hij moest. Geplukte kippen aan voorbijglijdende haken in de slachterijen, monkelende kippen pikkend in zwarte grond en het ergste was de herinnering aan een dikke oude blauwzwarte kip die af en toe binnen kwam lopen en ons kende. Dachten we. Hoopten we.
Ze keek ons uilachtig aan, liet een flats vallen en vertrok weer.

De soep gooide ik weg.
-=

kip

Verhipkip

Er wandelde een kip door de winkelstraat.
Ouderwets kuierend in de zon, de kop van links naar rechts draaiend leek ze winkels en mensen aandachtig op te nemen.
Niet dat ze veel zag, de ogen deden haar naam eer aan. Ze staarde slechts, kippen doen dat. Ze kijken vrij onnozel.
Deze en gene merkten haar op en riepen dingen als ‘hé, leg eens een ei’ en ‘verhip, een kip’ en ook wel ‘loop me niet voor de voeten’ of ‘rot op naar je hok’.
Dan hipte ze opzij, onnozel, inderdaad.
In een schaduwplek ging ze even zitten om uit te rusten.
Plotseling hoorde ze iemand lachen. Toen nog meer mensen, tot een massale slappe lach opklonk.
Kippig staarde ze links en rechts, vanuit de ingang van een KFC

==

.