Moet dat, buitenspelen?


Misschien.
Tot en met kleuterleeftijd zie je vandaag alleen een enkel voetballertje in de buurt, misschien gestimuleerd oor de ouders.

Buiten spelen is nu een kwestie van beweegtuinen, dagjes uit met gezin, school en sportclubs.
Dat vinden de kinderen zelf genoeg,  ze bewegen toch al meer dan we denken.
Lang niet alle leerlingen gaan met de auto naar de basisschool, veel ouders fietsen en grotere kinderen ook.
Na de basisschool fietsen ze opnieuw, vaak naar een school die veel verderop ligt.
Er is zomerrecratie met gezinnen bij plassen en strandjes, er zijn kermissen en veel evenementen in parken en op pleinen.  Daar lopen heel wat jonge kinderen rond die zich prima vermaken.
Ze krijgen zo nog aardig wat gezonde lucht èn oefentijd voor volwassenwording. Zie het spel tussen jongens en meisjes, de uitdagingen.

Herinneringen spelen ons parten. Het is 2018, de verhalen van slootje springen, hinkelbanen, knikkeren en appeltjes pikken nemen de kinderen voor kennisgeving aan, ‘nou en?’
En laten we eerlijk zijn: het was niet altijd zo geweldig als door sommigen wordt voorgesteld. Er waren zeer zeker veel goede momenten maar evenzeer kwalijke.  Ook zonder Internetinvloed kenden we kwaadaardige scheldwoorden en gepest. Stiekem natuurlijk maar des te geniepiger.
Of die tijd beter was? Ik betwijfel het.
Er zijn opvoeders die stellen dat de nadelen van Internet en de soms jammerlijke gevolgen groter zijn dan de gevaren van vroeger. Tja, dat is voer voor psychologen.
Maar hoe hard je kinderen ook op risico’s wijst,  we krijgen ze er niet mee naar buiten, niet zonder iets te organiseren.
Tijden veranderen nu eenmaal.
==

Advertenties

Dat was het weekend

Het weekend is voorbij. Spijtig maar terecht, mooie dingen langer rekken is niet juist, daar  gaan ze maar van rafelen.
Praten, eten (tv en internet uit het zicht), een tijdverdrijf waar ik dol op ben en de bezoekers graag aan meedoen ondanks het generatieverschil.
Over onderwerpen die we juist van deze media vandaan halen zodat we stevig tegen elkaar  opbieden in de trant van  jij zegt dit wel maar weet je dat….  waar haal je dat vandaan?….  zal ik je laten zien… enzovoorts. Deskundigheid of het gebrek eraan speelt geen rol.
Na dergelijke sessies koester ik mijn schorgekletste stem -wetend dat die de volgende dag weer helder is- maar vooral de gezelligheid van puntige gesprekken, elkaars mening toetsen, weerspreken, argumenteren,  zonder dat er bijzondere belangen meespelen.
En dat laatste maakt ze juist zo speciaal.
Die gesprekken met (schoon-)kinderen.

BS


Dat zijn mijn initialen.
‘Buitenlandse Staten,’ schepte ik op,  als kind.
‘Pff, Verenigde Staten,’ overblufte een ouder broertje me. Hij heette VS.
Daarmee was de toon gezet; we zochten de meest indrukwekkende afkortingen voor onszelf.   Langzamerhand en onontkoombaar werd de toon grimmiger,  we bedachten minder fraaie namen voor elkaar.
Ik herhaal ze liever niet, een bijnaam heb je gauw te pakken maar ik wil wel toegeven dat ik hem een Vuile Smeerlap noemde en hij mij een Bak Snot waarna mijn moeder ons uit elkaar moest trekken. Ze heette dan ook BK, letters waarmee je makkelijk Blauwe Koningin mee kon maken al snapten we er niets van.
Maar goed.
Achteraf denk je, waarom doet een kind dat nou.  Ruzie maken om een niksigheidje. Hetzelfde zag ik bij eigen kinderen en ik weet nog steeds niet waarom afgezien van kouwegrondpsychologie waar ik niets van moet hebben.
Kinderen eigen? Misschien. Ik ken ook gezinnen waar ik geen wanklank bespeurde.
Misschien waren die minder open?