Als de kerst uit mijn hoofd is verdwenen

Vanmorgen bekeek ik de kerstboom en -versiering. Ze doen geen dienst meer en moeten weg.
Vanavond zag ik in de straat de meeste tuinlampen en -hertjes nog branden. Toch was het niet zo aantrekkelijk als vorige week.
Het is het gemis aan sfeer. Al weten we dat het kerstverhaal slechts symbolisch is, en, niet te vergeten, wordt bespeeld door producenten van gebakken lucht, toch heerst er een stemming van lichte spanning. Licht en nog meer licht zijn uitingen ervan, zij verhogen de feestvreugde.
We weten het en veelal zal het het vooruitzicht niets met de kerstgedachte te maken hebben maar een gezins/familiedag, etentje thuis of elders, weekendje weg, vriendelijke oude films op televisie, misschien een weerzien van verre verwanten, zijn zaken waarnaar men uitkijkt. De wende lijkt het ultieme moment voor dergelijke dingen, een nieuw begin en zo. Daar hoort extra licht bij en mag wat kosten.

En na een paar dagen is dat allemaal voorbij, de verwachtingen zijn al of niet uitgekomen. Lampjes, boom en beeldjes kunnen opgeborgen tot het volgende kerstfeest.
Wie weet wat we dan afspreken.
Ik gok wederom op een aardappelmaaltje en hoop op een kroket. Of twee.

Advertenties

Zalig zijn de vreetzamen

Er was geen gans, er was geen kip
noch fazant of watersnip
varkens, reeën en kalkoenen
net zo min als negerzoenen
geen van hen vermocht ons boeien
enkel en alleen de koeien
daarvan lustten we een stuk
jamm, het was vur-ruk-kul-luk
zachte boter, groen, patat
of je in de hemel at.
Het was een culinair orkest
dat nog naklinkt in de rest
die we warmen in bouillon.
Daarvoor is de magnetron

Kerstboomversiersel

Misschien schreef ik dit al eerder, ergens, ik weet niet in welke weblog.

Jaren geleden op een rapportgesprek meldde de klasseleraar enkele ongehoorzaamheden, hij zat vooral in zijn maag met een grap, begaan door een van onze kinderen, ongeveer vijftien jaar oud.
Wat had het gedaan dan?
Samen met een klasgenoot het beeldje van Jezus uit zijn kribbe gelicht en in de kerstboom gehangen.
– Ach, tja, heel oneerbiedig.  Toch leek het ons geen misdaad. Kindje als versiersel.
Maar, ging de leraar verder, aan een touwtje om de nek??
– Oei, dat was erger, zorgelijk.
Puberaal gedoe? Dwarsheid? Rebellie? Onderliggende problemen? Verveling?
We wisten het niet en werden niet wijzer van de puber zelf.
Man en ik keken er elkaar op aan.
‘Jij begint altijd met harde grappen.’ ‘Jouw vader komt altijd met zwarte humor.’ ‘Jouw moeder is altijd zo grof.’ ‘Nee, dan de jouwe.’ Enzovoorts.
Tot we de slappe lach kregen.
Zo bloedde het incident vanzelf dood.
Later hoorden we dat het vaker gedaan werd, ook met de andere beeldjes. Dat wil niet zeggen dat we het daarmee goedkeurden.
We vroegen ons alleen af hoe iemand op zo’n idee komt.