Zijn kermissen achterhaald?

Zelf ben ik geneigd het met dit standpunt eens te zijn maar ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die dit feest in ere willen houden. Ik denk aan degenen die teruggrijpen op de traditie van een gezinsbijeenkomst zoals ik dat in mijn verkeringstijd in een klein dorp heb leren kennen: met de kermis gingen we naar moeders met de hele bubs.

Ik herinner me hoe deze dag ging vervelen, niet alleen bij de opgroeiende kinderen, ook voor de volwassenen. Het was te vergelijken met een kerstdag, ook zo’n ‘feestje’ van verplicht opzitten. Toegegeven, er zijn gezinnen waar het er wèl gezellig aan toegaat maar of daar de kermis voor moet standhouden, ondersteund door de gemeentes?
Ook andere nostalgie speelt mee. De samenhang van spanning door snelle attributen, geur van gebakken vis, door elkaarspelende muziek is onnavolgbaar en is moeilijk te vervangen door andere activiteiten.
Over deze argumenten valt te twisten.
Ik ben benieuwd of en zo ja, hoe lang er nog kermis gevierd wordt.

Onderstaande link gaat waarschijnlijk ook op voor meerdere kleine plaatsen.
kermissen-in-dorpen-rond-boxmeer-in-gevaar

Advertenties

Eerste grote-meiden-kermis

Veertien jaar,  met stiekeme make-up en nieuwe nylons, (jongere lezers moeten zelf maar opzoeken wat ik bedoel) trokken we naar de kermis. De eerste die ik meemaakte in de nieuwe woonplaats, tevens de eerste zonder toezicht.
Alleen met een vriendin. De verwachting scoorde hoog, ik zou meegaan in een hollyholly. Deze attractie was nieuw voor mij; ze verzekerde me dat het onwijs goed was, veel jongelui hadden dan ook een kaart voor de hele avond.
Het bleek een lunapark met veel bewegende trappen, roltonnen en trillende bruggen.
Ze sprong geroutineerd op de loopband naar boven. Ik volgde, minder zelfverzekerd en bangelijk vergat ik de railing los te laten. Daar ging ik, bijna ondersteboven, in mijn blote nieuwe nylons.
Een helper trok me omhoog waarbij hij maar een heel klein beetje naar de jarretels keek.
Wat een begin, ik stierf bijna van schaamte en durfde hem niet meer onder ogen te komen.
Dan maar de  botsautootjes in.
Er moet een kwaadaardig complot zijn geweest die avond: mijn autootje deed het niet; stuurloos werd ik grijnzend (rotjongens) naar alle richtingen gebotst en toen hij eindelijk reed ging  hij achteruit.
Paniekerig rukte ik aan het stuur tot – alweer- een helper achterop sprong en me naar de kant loodste. Ik huilde bijna, stapte uit en verschool me in de drukte.
Ladder in een kous, diadeem verloren (wist niet waar), vriendin flirtte (zij wel), leven had geen zin meer.
Moedeloos ging ik naar huis, een derde uitdaging dorst ik niet aan.
Vroegen ze ook nog ‘Was het leuk op de kermis?’
‘Hartstikke!’