Buur Kat wordt te eigen

Hij doet net of hij thuis is. Dat doet hij overal.
Eigenlijk vind ik het wel lollig maar hij moet niet te bazig doen.
Ik houd er niet van als hij voor de koelkast zit en wijst. Commando’s tolereer ik niet.
Hij loert op mijn voordeur om binnen te komen, ongeduldig trappelend wenkt hij iedereen die voorbij loopt, fietst en rijdt, ‘schiet eens op!’
Vanmiddag kwam de kapster, ontdaan wees ze op Kat die tussen haar voeten meeschoof. Ze is bang is van katten in het algemeen en van Kat in het bijzonder.
Ik duwde hem, zijn protesten negerend, de achterdeur uit.
Opgelucht begond de kapster aan mijn haar maar werd opnieuw zenuwachtig van Kat die buiten voor het achterraam zat en naar binnen keek, uiterst misprijzend.
Zoiets doet hij nu altijd als hij zijn zin niet krijgt.
Vanavond liep hij weer met me mee en zette zich demonstratief naast de kelder. Ik negeerde hem.
Na een paar minuten mauwde hij. ‘Honger!’
‘Je hebt al worst gehad,’ riep ik terug.
Hij broedde op een antwoord en mauwde opnieuw. ‘Ik lust ook kaas,’
Toen tilde ik hem op en schrok van zijn gewicht. ‘Je wordt moddervet, je moet niet overal eten halen, schooibeest,’ maande ik en zette hem buiten.
‘Waar bemoei je je mee’  snauwde hij nog.
==

Advertenties

Katten poseren.


Deze foto’s zijn misschien nog bekend voor lezers van het eerste uur maar ik plaats ze toch bij gebrek aan recente plaatjes.
Dit was een vroegere buurkat die bij onze voordeur in de zon lag te krullen. Door het matglas werd het een bijzonder gezicht.
De kat die nu om me heen hangt is van andere buren maar doet hetzelfde: in de avondzon op de voordeurstoep hangen, liggen, knipogend en omrollend.
Af en toe gooit hij er een harde MAUW tegenaan en likt een luie poot.
Voor een kattenliefhebber is het een boeiend schouwspel.
Dat ik er een ben zal duidelijk zijn.

Foto’s maken van de kat-van-nu ging niet, komen binnenkort. Hier lijkt hij wel wat op.

 

 

 

 

 

Over katten

Er staat een informatief artikel in de  NRC  over katten en met name over de last die ze de buren bezorgen.
Het is een repeterend onderwerp, iedereen is bekend met de voors en tegens.
Ook ik ken ze, als liefhebber (al heb ik ze zelf niet meer).

De overlast kan ik me voorstellen.
We dienden een luik over de kinderzandbak te maken om poep te weren van de buurkatten. (Zelf hadden we een kattenbak).
En we hadden begrip voor degenen die eindeloos hun tuintje aanharkten, niet beseffend dat de kat juist graag in verse, rulle grond poepte en krabde.
We snapten dat iemand gewoon niet van katten hield. Dat is een recht.
Het jammerlijke vogelleed.
Op de een of andere manier moet dit besproken worden en mag je verwachten dat alle partijen zich redelijk opstellen.
Tenslotte ondervonden wij zelf ook hinder. Van stinkende barbeknoeierijen en doorlopend-keffende hondjes, radio’s, houtzagerijen (kachels!), en meer.
Het kwam altijd goed, met wat geven en nemen.

In dit artikel komt het voorstel aan de orde van de Zeeuwe SGP-lijsttrekker Marco Kleppe die het loslopen van katten wil verbieden. Het voorstel heeft het niet gehaald.
Maar degenen die katten willen ophokken zouden schrikken als dat echt gebeurde.
Muizen!
Niet alleen in ons plattelandsdorp, ook in steden en flats zitten ze. Met klemmen, vergif en vallen alleen houd je ze niet weg, het zijn ook nog eens verfoeilijke oplossingen, minstens zo wreed als een jagende kat.
Die laatste  werkt op de duur preventief, de meeste muizen laten zich niet meer zien.

Vervelend wordt het wel als katten in de mode zijn. Plotseling wil ieder kind een lief poesje zodat er veel te veel in één wijk zitten.
Of mensen die er meerdere nemen en niet op de dieren letten, dan wordt het een plaag terwijl de beesten er zelf niets aan kunnen doen.

Merel vs kat

Er klonk geritsel op het dak. Ik keek op en zag een merel over de koepel hupsen, hij had twijgjes in zijn snavel.

Een kwartier later weer een of dezelfde. En later nog een. Ik ging naar buiten, nieuwsgierig naar waar de vogel het nest bouwde. Bezorgd ook.
Een ander geluid werd hoorbaar, heel zacht. Van een kat die niet kon voorkomen dat het afdak waarop hij in sluipgang bewoog, licht kraakte. Hij zag me en stopte even, liep dan door met zwiepende staart.
Waarschuwingsgeroep van de vogel waarop ik wachtte bleef uit. De kat zette zich in de loerhouding en wachtte ook.
Er kwam niets.
Toen heb ik de kat zelf weggejaagd want hoeveel ik ook van katten houd, een merelwoning in aanbouw, daar moet hij van afblijven.
Ik dacht niet ver genoeg vooruit.  Niet aan de  jonkies die straks uitvliegen onder pootbereik van dezelfde kat. Dat dat erger is dan een vernield huis vóór er eieren in liggen.
Zucht.
Wanneer doen we het goed?

 

Kat. Eigenaar.

Sinds kort komt er een vreemde kat achterom, halverwege de avond en ver van de achterdeur waar ik zelf zit. Een mooie glanzende zwartrug met witte bef en voetjes, zo’n beetje de standaardkat.  Geduldig probeer ik hem te lokken met stukjes kaas of wat dan ook.  Het gaat moeizaam, hij is nu zo ver dat hij niet meer wegrent als ik hem roep.
Dit voorzichtige contact schonk hem voldoende eigendomsrecht. Een vermakelijk gevolg hiervan zag ik vanavond.
Hij zat halverwege de stoep; met wiebelende oren hield hij alles in de gaten. Opeens zat hij onbeweeglijk, starend  naar een zwarte kat die onnozel aan kwam kuieren maar stokstijf stil bleef staan bij het zien van ‘mijn’ kat wiens aanblik hem zowat deed bevriezen.
Langzaam, heel langzaam deed hij een paar passen achteruit, nog meer passen, draaide zich traag om met een houding van ‘je denkt toch niet dat ik bang ben‘ en liep, ogenschijnlijk op zijn gemak, naar de poort waar hij de laatste  meter overbrugde met een snelsprong en er onderdoor rende. De zwartrug vloog er achter aan.
Ik genoot.
Een van de betere voorstellingen.

Fout sprookje


In het tamme bos sluipt de donkere kat over een schutting. Behoedzaam ontwijkt hij de uitlopers van een opdringerige passieflora en springt  geluidloos op een plat dak. Loerend zoekt hij naar de geelogige jonge lapzwans die zich verschuilt tussen de varens en een doornappelstruik, kauwend op een gestolen broodkorst.

De struik is nog klein maar, zo redeneert de lapzwans wraakzuchtig, als ik lang genoeg blijf zitten, zie ik vanzelf een appel verschijnen en daarmee zal ik de jager vergiftigen.

De onnozele heeft geen notie van groeitijden en nog minder van sprookjes laat staan van Sneeuwwitje.
Bovendien heeft hij geen geduld.
Na de laatste slik speurt hij naar de donkere. Hij ziet hem niet en waagt de sprong naar een kale kersenboomstam, klauwt omhoog en verdwijnt over het hek.
De donkere ziet het en zweeft vanaf het platte dak terug naar de schutting waar de passieflora  hem deze keer weet te strikken maar niet af te remmen en gekrent zich afkeert (het is een nogal verwaande plant), maar haalt de lapzwans pas in bij het kattenluik. Te laat. Vals snorrend laat de lap zich strelen.
Grrrrrrrr doet de donkere en neemt genoegen met de tweede aai.

DSC05717