Haarzaken

De kapster was er.

Het was gezellig.
Tè gezellig.
Met kopjes thee en geklets vergaten we het doel: een klein stukje van mijn haar afhalen en model bijwerken.
Zij knipte en ik klepte, almaar door.
Je begrijpt dat het nu meer dan kort is.
In de supermarkt hield iemand me aan: staat je goed, die jongenskop. Ze grijnsde  leedvermakelijk terwijl ik er lullig bij stond en niets wist te zeggen. Ik durfde haar niet op haar eigen strooien touwtjes te wijzen en lachte maar wat.

Van de andere kant is het een fijn gevoel nu de zon in mijn nek schijnt. Krijgt die ook eens frisse lucht.
Het klopt,  ieder nadeel hep se foordeel.

Oude krullen

 –
-Waar zijn je krullen?  vroeg de kapster.
Goeie vraag.
– Ze werden te lang, dan zakken ze uit, zei ik.
Dat gebeurt nu eenmaal op zekere leeftijd .
Ik zie het er nog van komen dat mijn buik over de knieën hangt en mijn billen tot de kuiten reiken. Kleurige veters door de zijkanten en het is een leren midi-rok.  Help me onthouden dat ik tijdig een moedige naaister/chirurg inschakel.
Maar alle gekheid op een stokje (zeer ouderwetse uitdrukking), we blijven geen zestien, zelfs geen zestig. Dat laatste moet je trouwens zo snel mogelijk voorbij zien te komen wil je serieus genomen worden.
Het zou ook niet passen, die knipperwimpers tussen hangwangen en wat dacht je van kalknagels in dunne sandaaltjes?
Nee toch?
Het zij zo.
Enfin, kapster deed haar best en verrek, na de knippartij had ik weer krullen.
Ja dan..  die sandaaltjes..  misschien..