humor·lachen

Een serieuze les.

‘Maar,’ zei ze ‘mijn gevoel voor humor raak ik niet kwijt.’  Wie zei dat? Moeder natuurlijk.
Meestal kwam er achteraan ‘zorg dat je dat niet verliest, het is belangrijk.’
Nu vind ik het niet makkelijk om verdriet zomaar even weg te lachen.
Maar toch, er is wel iets van waar.
Uit ervaring weet ik dat gezinszorgen draaglijker werden met een lach, het kleinste spoortje van een glimlach werd opgepikt. Niet altijd gemakkelijk maar het werkte.
Natuurlijk denkt niet iedereen daar hetzelfde over.
Ik ken een man die niet begrijpt dat zieke of gehandicapte mensen plezier hebben. ‘Ze zitten in een rolstoel en ze lachen nog,’ verbaast hij zich. Hetzelfde bij een reportage over armoede en honger, ‘dat ze nog humor hebben…’ is zijn commentaar. Hij zou, vrees ik, terneergeslagen door het leven gaan wanneer hij getroffen werd door iets vreselijks hetgeen een situatie nog vreselijker maakte.
Daarover doordenkende moet ik Moe gelijk geven, op zijn minst haar woorden in gedachten houden, herkauwen en uitproberen.
Maar je moet het even snappen, besefte ik later, veel later.
Je lacht niet om het verlies van een dierbare.
Ook niet als het ‘alleen maar’ een huisdier is.
Evenmin om  problemen in huwelijk, gezin, school, familie, ziektes.
Pas naderhand, als de mist van verdriet optrekt, het dagelijks leven weer zichtbaar wordt, ja dàn.
Dan kan er iets humoristisch voorvallen wat je aanspreekt. Een blij kind. Hond of kat, wat dan ook.
En is lachen bevrijdend.
Maar ik snap dat het voor velen anders is.
==

humor

Lachebed


Humor is de beste medicijn  las ik in een oud blaadje over mensen van wie de liefdesprestaties afnamen.
Een dubieus advies.
Wel eens geprobeerd een vrijpartij op te zetten terwijl een goeie cabaretier op het scherm zijn verhaal doet? Of een mop vertelt? Eigenzinnige
kat onder het bed vandaan moeten vissen?
Inderdaad, je lacht je suf. Tè suf wellicht.
Humor is de dood in de vrijpot.