Hond Anke

Heb ik wel eens verteld van Anke, de bazige basset?
Op een dag bracht man haar mee.
Nog geen jaar oud was ze al een behoorlijk bakbeest. Het zijn redelijk zware dieren op lage poten. En eigenzinnig.
Dat heb ik geweten.
Die eerste avond moest manlief weg zodat ik, toen de kinderen op bed lagen, alleen was  met haar. Ik wist niet goed wat te doen en klopte op de bank. Ze sprong er op, ze nestelde zich lekker tegen me aan. Daar viel ze in slaap.
Lekker of niet, na een poosje werd het me te warm. Zachtjes duwde ik haar opzij.
RRRRR, klonk het vanonder een hanglip.
Oei.
Wat later deed ik een nieuwe poging. Weer was het  RRRRRRRR, er ging ook een geërgerd oog open.
Bangelijk gaf ik gauwgauw een aaitje. Daarop klopte haar staart de zitting wat me weer vertederde.
Na nog een paar minuten moest ik naar de wc en wilde opstaan, langzaam en ‘zoetmaarzoetmaar’ prevelend rees ik. Onmiddellijk  RRRRRR-de ze nog harder en keek me aan, nu met beide ogen. Ik zakte weer.
De situatie werd nijpend. Ik wiebelde, Anke deinde mee, ik durfde geen vinger te bewegen tot eindelijk, eindelijk echtgenoot thuiskwam en ik op kon staan.
Anke liet zich koninklijk begroeten, de uitsloofster, man lachte zich krom.
De dagen erna raakten we aan  elkaar gewend. Ze was een van de liefste honden die we ooit hadden.
Advertenties

Pukkie – Puk

Pukkie is een onooglijk tekkeltje.
Niettemin voelt hij grootse daden in zich opwellen bij het aanhoren van buurvrouws klaagzang.  Haar verlangens raken hem diep.
Jankend van medeleven trippelt hij in de gang heen en weer tot ergernis van zijn baas.
‘Wat een vervelend gedoe,’  foetert de laatste tenslotte, ‘moet je echt zo nodig? Ga dan maar.’ Hij zet de deur open.
Opgelucht vliegt Pukkie naar buiten, snuffelend langs schroeiende sporen vindt hij tenslotte  het  weeklagende buurvrouwtje.  Haar dankbare blik ontroert hem en met overgave verricht hij een van zijn allerbeste werken.
Voldaan (beetje rare uitdrukking in dit geval maar zo voelt hij het)  keert hij huiswaarts.
Heroïsch loopt hij de inrit op, kop omhoog, tevreden nasnuivend.
Zijn baas, die hem  opwacht, verbaast zich zeer.
‘Hé Puk, je bent gegroeid…’

Hond


Er kwam me een oude foto onder ogen van een van de vroegere honden. Ze zat half in de sneeuw, de rest tussen het geboomte.  De foto is te slecht om af te beelden.
Het was een spaniel die we kochten in een kennel waarvan de eigenaar vertelde dat het een prima dier was, trouw tot op het bot, een lieve teef, zindelijk, kortom, een hondenwonder.
Toen man er mee thuis kwam schoot het mirakel onmiddellijk onder een kast en bleef daar liggen tot we haar met worst en kaas naar buiten wisten te krijgen; daar verdween ze onder de coniferen.
Een bangelijk beest, begrepen we. We zouden ons best doen voor de arme meid.
Het lukte ons haar binnen te krijgen, en weer naar buiten, en weer en weer, geplaagd door een storend probleem: ze was omgekeerd zindelijk. Uren liepen we met haar rond, bossen in en uit, we doorkruisten zo’n beetje de complete Peel en wat denk je? Ze deed alleen de keutels maar liet geen druppel los tot ze binnen was. Daar loosde ze alle opgespaarde wateren
Na een eindeloze plas die ons bijna deed verdrinken waren onze goede voornemens verschrompeld en bracht echtgenoot haar terug.
Hij nam een nieuw exemplaar mee terug maar dat is een ander verhaal.
Eerst moest het huis droog.